Gisteren was het een heerlijke dag. Niet te koud, niet te warm. Zonnetje en wolken wisselden elkaar af. Een goed deel van de dag zaten Niekie en ik op onze campingstoeltjes voor de tent. Te lezen.
We hebben een prachtig plekje onderaan een steil campingweggetje. Zo nu en dan kijken we van onze boeken op als er een auto of camper passeert.
Ook nu komt er iets vanaf de berg onze kant op. Rustig kijken we over onze boeken naar de struik waarachter ieder moment iets tevoorschijn kan komen. Druk in zichzelf babbelend zien we een klein ventje op de fiets de berg afdalen. Op zijn hoofd een te grote groene fietshelm die licht naar achteren helt. Hij passeert ons op enkele meters en we kunnen nu horen dat hij zichzelf moed in spreekt en complimenteert met de vlotte afdaling van zo even.
Ik besluit het mannetje ook een hart onder de riem te steken en zeg: “Great job kid!”. De jongen stapt van z’n fiets af, draait ‘m om en zegt dat ie nu de berg op gaat rijden. Na een meter of twee houdt hij in en stopt. Vlak voor onze neuzen. Hij kijkt schuin onder zijn fietshelm de verte in en zegt peinzend: “I think I learned how to ride my bicycle, I don’t know, maybe six years ago”. Bewonderend beantwoord ik de kleine man met: “Oh, and thát shows!”.
De jongen begint aanstalten te maken om verder om hoog te peddelen als ik ‘m de vraag stel die zowel op Niekies lippen als op de mijne rust. “How old are you anyway?”
“I am five years old”, roept het mannetje ons toe als hij achter de struik verdwijnt.
Na de welverdiende rustdag ging de tent weer in de fietstas en begonnen we de dag met een snelle afdaling richting de Gas ’N Go. De dag beginnen met een sloot koffie is hoe het hoort. Een sandwich met een halve kalkoen vult de buiken en doet dienst als bodem voor een dag stevig doorfietsen. We hadden onze zinnen gezet op Coombs Campground; een camping met een rodeo, een meer en een zwembad. Alles wat wij nodig hebben is een stukje grond waar de haringen in kunnen, water, toilet en een douche.
Door schade en schande wijs geworden besloten we in Parksville een simkaart te kopen. Bellen en internet binnen handbereik, en op ieder gewenst moment, beperkt ongetwijfeld de misverstanden.
Het fietsen gaat lekker. Hier en daar een heuvel, hier en daar een afdaling. Alles in een ontspannen tempo. De warmte is goed te doen. Zeiknat van het zweet als het heuvel op gaat maar weer droogwapperend als het (hard) heuvel af gaat.
Bijna hadden we Parksville gemist, zo lekker ging het. De route lag om het stadje heen en op het moment dat we de bewoonde wereld achter ons lieten stopte Niekie om de laatste afslag naar het centrum te nemen. Dat bleek een goede keuze. Niet alleen vonden we een plek met heerlijke cappuccino en broodjes, ook konden we er de gewenste simkaart met databundel kopen. Voor wie ons wil bellen, ons lokale nummer is 250-937-9716.
We besloten direct na het verlaten van de telefoonwinkel de beoogde camping te bellen om een plekje voor de dag te reserveren. Appeltje eitje. Coombs Campground had plekje No.4 voor ons vrij. Vervolgens opende we de app die ons de juiste richting moest vertellen (inmiddels Pocket Earth ipv Maps.Me. Pocket Earth is net iets sneller exacter en toont meer offline informatie, maar dit terzijde). We klikte op het tenticoontje in de app, lieten ‘m de route berekenen en vervolgde onze koers.
Toen we een paar uur later de (opnieuw) hooggelegen camping hadden bereikt bleek de receptie onbewoond. We parkeerden onze fietsen en waren blij dat we de benen even konden strekken. Ik keek wat rond, zocht een bel, en klopte op wat deuren. Geen reactie of teken van leven. De telefoon bracht uitkomst. Ik belde het laatstgekozen nummer. De telefoon ging over. Ik vroeg Nicole op te letten of ze de telefoon in de receptie kon horen overgaan. Niekie hoorde niets. Aan de andere kant van de lijn werd opgenomen. Ik had dezelfde dame van de reservering eerder aan de lijn. Ik vroeg haar waar de receptie was en vertelde haar dat ik dacht dat we er vlak voor stonden. Het was heel even stil aan de andere kant van de lijn. “Just follow the sign that says ‘OFFICE’”, antwoordde de dame van Coombs Campground op een toon die een mix van verbazing en ‘hoe moeilijk kan het zijn?’ in zich droeg. Ik vroeg haar nog of ik om het bord te zien wellicht iets verder het terrein op moest fietsen. Dit bevestigde ze. Ik hing op met de woorden “See you in a minute!”.
“Het moet iets verder op het terrein zijn, Niek”, zei ik. “We moeten een bordje met ‘OFFICE’ erop tegenkomen”. De camping was niet erg groot. Een lake zag ik 1,2,3 niet, laat staan een zwembad of een rodeo. Toen ik een stel zag dat een mega grote RV (camper) stond te wassen vroeg ik hen waar ‘the OFFICE’ was. Ze wezen ons op het receptiegebouw waar we heel de tijd op hadden staan kloppen. Ik begon te vermoeden dat er iets helemaal niet klopte!
We keken nog eens goed naar de app. Keken om ons heen. Ik vroeg Niekie of ze wist hoe deze camping heette. “Whiskey Creek Campground”, zei ze. “In Coombs?”, vroeg ik. Toen viel het kwartje bij Niek. We stonden op de verkeerde camping. Er waren er twee in deze regio die we allebei op internet hadden bekeken. De camping met meer, zwembad en rodeo had ons de beste optie geleken. Daarvan hadden we een screenshot gemaakt en die had ik ook gebeld. Op de app hadden we simpelweg de andere camping aangeklikt en waren er zondermeer naartoe gereden. Negen kilometer verder dan de camping met het door ons gereserveerde veldje 4.
“En nu dan?”, vroeg Nicole. “Terugrijden!”, zei ik. De Whiskey Creek Campground stond me niet aan en ook de omgeving had weinig te bieden dus terugfietsen leek me de betere optie.
Zo gezegd, zo gedaan.
En dat was maar goed ook! Op de terugweg viel ons namelijk een Thais restaurant op waar we die avond heerlijk hebben gegeten. Ook was er vlakbij de camping een koffietentje met heerlijke koffie en de allerlekkerste broodjes van de wereld.
Zo zie je maar. Soms moet je verkeerd rijden om het juiste pad te vinden.
Niekie en ik hebben op de camping aan Westwood Lake geslapen als twee babies in een draagzak. Even leken we te vechten tegen de slaap omdat er juist op het plekje naast ons een jongen en een meisje een poging deden om hun tent op te zetten. Het had er alle schijn van dat er al doende een relatie naar de knoppen geholpen werd. De vrouw sprak de man aan met ‘Little Shithead’ en toen de vrouw vroeg “Are you listening to me?”, antwoordde hij berustend “I’m ALWAYS listening to you”. Even genoten we van de mooie woorden die het stel met toenemend chagrijn op elkaar afvuurden maar de slaap won het van de nieuwsgierigheid.
Toen we de volgende ochtend om zes uur al klaarwakker de tanden stonden te poetsen was het stil op de camping. De mega motorhomes hadden de luiken dicht en de stilte was oorverdovend. We besloten even later de berg af te dalen voor een ontbijtje want Niekie dacht er op de heenweg een soort winkelcentrum te hebben gezien. Dat bleek niet meer dan een tankstation te zijn. Ook die moest nog even op ons wachten want tijdens de splijtende afdaling liep ik een lekke achterband op. Met de fiets aan de hand kwamen we aan bij het Gas ’N Go tankstation. Koffie (mega groot zoals alles hier) en een sandwich vormden het voorspel op het plakken van de band. Tijdens het voorspel besloten Niekie en ik verder af te dalen naar Bowen street; de straat waar volgens de Gas ’N Go-guy maarliefst drie fietsenzaken waren gesitueerd. De geplakte achterband zou immers meer lucht nodig hebben dan ik er mogelijk met de handpomp in kreeg. Een reserveketting leek ons, gezien de ervaringen van de dag ervoor, erg nuttig om de rest van de reis bij ons te hebben. Wat extra schakels voor de ketting en voor beide fietsen een binnenband werden ook op het lijstje gezet.
Waar we ook allebei wat voor voelden was een rustdag. We waren nu bij een mooi meer dat ons verkoeling en zwemplezier beloofde en waar we een heerlijke hike omheen konden maken. Het definitieve besluit hierover viel stilzwijgend tijdens de klim terug naar de camping (ook dit keer moesten we afstappen om boven te geraken).
Met onze comfortabele stoeltjes, onze Ereaders en gehuld in zwemkleding, nestelen we ons aan de rand van Westwood Lake.
Nog even en het begint op vakantie te lijken!
P.s. Hoe het met het mopperende stel in de tent naast ons is afgelopen weten we niet. Na het beklimmen van de berg waren ze in geen velden of wegen meer te bekennen.
Het leek gisteren allemaal fantastisch voorspoedig te verlopen. Etappetje van een kleine 100 km, tentje bij de boer, WiFi, you name it!
Dat was allemaal voordat we de nachtrust poogden te genieten. Let op, ik spreek namens mezelf (Denno). Rond de klok van 21:00 uur gingen we de tent in. Nietsvermoedend… een beetje liggen… je draait je eens om. En daar begint het gesodemieter. Draaien van de ene zijde naar de andere gaat dus helemaal niet ontspannen. De tent biedt weinig ruimte tot gedraai. De slaapmatjes evenmin. Toeval wil dat we daarnaast in een slaapzak model ‘mummie’ liggen. Dat moet je dus tamelijk letterlijk nemen ben ik achter gekomen. Heb je wel eens een mummie zien bewegen?
Grond/bodem? Gewoon keihard.
Allemaal leuk hoor, de eerste uurtjes als je lekker moe bent. Maar als je na die eerste vermoeidheid moet pissen en je probeert je door twee ritsen te wurmen merk je al vrij snel dat de rug weinig belang hecht aan de romantiek van het kamperen.
Terug van het toilet ligt zo’n tentje ineens heel anders dan tijdens die coma-fase in die eerste twee uur. Als je dan niet helemaal lekker ligt, wil je graag eens wat draaien… Dat gaat dus niet!
Kortom, slecht geslapen.
De ochtend was verder gewoon weer heerlijk. Fijn temperatuurtje. Prima ontbijt en goede moed voor etappe 2.
Al snel wist ik een schijtend paard te spotten. Oh wat genieten we van de natuur!
Niet snel daarop riep ik wijzend “kijk Niek een uil!”. Wanneer spot je nou een uil mensen? In het wild!
Ik dus vanmorgen.
Totdat ik wat beter keek en zag dat het een reiger was. Maar toch!
Deze lichte tegenvaller bracht ons niet van de wijs. De wind wel. Die was vergeleken met gisteren aanzienlijk in kracht toegenomen. En bovendien tégen, wat op zich het hele euvel is. Hadden we ‘m méé gehad had je mij er niet over gehoord.
Eerste stop vandaag was een koffiestop. Tweede bakkie kregen we spontaan gratis omdat we van die bikkels zijn, volgens de eigenaar.
De lunch was ook een hoogtepunt. Midden in het bos een broodje van Bakker Bart uit het zakje in het vuistje. Genieten!
Rond half drie waren we wel een beetje klaar met tegen-de-wind-fietsen. Op zoek naar een camping belandde we bij camping De Grasdijk in Nederweert. Of all places.
We zijn de enige gasten dus we hebben kennis gemaakt met de uitbaters, een stel van bijna pensioengerechtigde leeftijd.
De man heeft reuma aan de knieën en kan daardoor tot op een halve graad nauwkeurig de temperatuur van de volgende dag voorspellen. In Fahrenheit nog wel!
Met camping De Grasdijk gaat het overigens in het geheel niet goed. Ik zei al dat er buiten ons geen gasten zijn. De uitbater sprak zelfs over een dreigend faillissement. Dit zou buitengewoon droevig zijn, dus ik wil jullie allemaal bij deze verzoeken om van de week nog een plekje te boeken bij camping De Grasdijk te Nederweert. Alles aan deze camping is vriendelijk te noemen.
Wij gaan ons nu vol goede moed opmaken voor weer een nachtje in de tent.
Wordt vervolgd