• info@pedalenenverhalen.nl

Ikschrijfhetje

Dag 7, Koud (7 november 2017)

Vandaag zit er niet veel muziek in de dag. Vanmorgen moest ik heel kort even bijkomen van gisteravond. Ik had met twee vrienden afgesproken in Café De Wetering in Amsterdam. Als ik (zoals de Belgen zeggen) op café ga, dan steevast op de brommer (mét KOLBAK sticker!!). Het bijkomen had niet zozeer met overmatig drankgebruik o.i.d. te maken, nee, dat had te maken met de kou. Juist gisteren, die ene avond dat ik moet brommeren, laaide de geruchten over nachtelijke vorst op. En het bleken méér dan alleen maar geruchten! Het was zoals wij dat in Noord Holland zeggen ‘bok-koud’. Mijn voorzorgsmaatregelen bestonden uit het aantrekken van een regenbroek over mijn spijkerbroek (zonder dat het regende), mijn Tenson Himalaya winterjas en handschoenen. Deze laatsten bleken nog nat te zijn. In het compartiment onder mijn zadel waren ze sinds de laatste rit nog niet aan drogen toegekomen. Ik trok ze toch maar aan…

Dat heb ik geweten! Kouwe fikken man! De rest viel de heenweg nog wel mee. Ik vertrok om een uur of 19:00 dus de temperatuur was nog niet helemaal tot het nulpunt gezakt. Ritchie Blackmore’s Rainbow (Memories in Rock – Live in Germany) speelden mijn helm vol. Hierdoor vergat ik zo nu en dan de kou in mijn vingers.

In Café De Wetering stond naar mijn weten geen muziek op. Of het moet bij een heel laag volume zijn geweest. Het was geen gemis want het café deed me voorkomen als een babbelcafé. De uitbater verontschuldigde zich bij binnenkomst voor het niet branden van de open haard: “Één dag in het jaar is het windstil, vandaag dus, en dan komt de wijkagent altijd zijn gezicht om de hoek steken met de mededeling even een keertje de open haard te laten voor wat ie is, om overlast in de buurt voor te zijn. Nou! Dat doen we dan maar!”

We kropen in het hoekje bij de bar en babbelden de avond vol.

Rond middernacht gingen we ieder zijns weegs. Ik kroop weer in mijn Himalayapak en verfoeide het feit dat ik de handschoenen zonder na te denken opnieuw in het compartiment onder het zadel van mijn bromfiets had gedaan. Ik had ze beter even in het café te drogen gelegd op de kachel, bedacht ik me te laat. Met klamme klauwen kroop ik op mijn KOLBAK brommer. Ritchie Blackmore speelde het intro van Deep Purple’s  ‘Highway Star’.

Drie kwartier later kroop ik mijn bed in met ijsklompen aan handen en voeten. Een uur later bereikte ik een aanvaardbare temperatuur om de slaap eindelijk te vatten. Ritchie Blackmore hoor ik in mijn hoofd nog net de eerste akkoorden aanslaan van ‘Black Night’…..

Album van vandaag: Wild And Reckless – Blitzen Trapper

Dag 6, Het Vonnis (6 november 2017)

Ik moet vandaag toch nog even terugkomen op ons optreden tijdens de Grote Prijs van de Bollenstreek. De jury te Sassenheim heeft namelijk (een deel van?) de juryrapporten op hun Facebookpagina gepubliceerd. Zoals je weet vielen we buiten de prijzen maar wat vond de jury er nu écht van?

Nou, het volgende:

“De derde band van de derde voorronde is een trio, hoe toepasselijk. De doorgewinterde heren van indie-popformatie KOLBAK, die pas sinds enkele maanden een vaste band vormen, gaan helemaal op in hun performance. De zanger, die qua stem aan R.E.M. doet denken, weet met zijn enthousiasme en bijzondere trekjes de zaal te boeien. Een fijne band met goede melodische poprock nummers.”

Daar kunnen we het volgens mij best mee doen!

Album van vandaag: MY WOMAN – Angel Olsen

De Studio (CBGB 9)

(over hoe een Nederlands bandje op het legendarische podium van CBGB in New York terecht kwam)

 

Knock knock! De deur waarachter zich de tuin van Justin, onze producer, bevond kwam in beweging. Het smalle gezicht van Staffhorst verscheen in de deuropening. ’Héé Aaij,’ klonk het hard en schel terwijl de deur wagenwijd werd opengerukt. Aars schoot op de achtergrond uit zijn klapstoeltje omhoog en sprak dezelfde twee woorden als Staffhorst zo-even, waarbij hij de Héééé tweemaal zo lang maakte. Met beiden armen gespreid kwam hij op me af voor een ’hug’. Terwijl Joost evenzo hartelijk welkom werd geheten werden er in de tuin door Staffhorst snel twee klapstoeltjes bijgezet. Gezellig.

Wat er nog aan ontbrak in het kleine achtertuintje was koffie. Aars had ontdekt dat huize Brooklyn niet met een koffiezetapparaat was uitgerust zoals dat in ieder Hollands onderkomen wel het geval is. Koffie moesten we bij de Deli aan de overkant halen. 50 dollarcent voor een milkshake-formaat beker koffie. Daar kan je het zelf niet voor zetten. Ik ging er vier halen.

De ’Deli-aan-de-overkant’ werd bestierd door een kleine Koreaan. Zijn naam was Soo. Ik maakte een kort babbeltje met Soo en hij wist me te vertellen dat zijn naam vertaalt uit het Koreaans ’de Fransman’ betekende en dat hij als zodanig bekend stond in de wijk. Iedereen noemde hem de Fransman. Voor de beste koffie van Brooklyn moest ik dus bij de Fransman zijn, benadrukte hij met onvervalst Koreaans accent. Ik heb deze bewering overigens niet kunnen staven aangezien ik, bij mijn weten, in Brooklyn nooit ergens anders dan bij de Fransman koffie heb gehaald.

Na de koffie liepen we vanuit de tuin de keuken in van het huis dat Justin deelde met een shopmanager van Barnes & Nobles, en, zo nu en dan, met zijn vriendin. Geen van allen was aanwezig. De keuken zag er opgeruimd uit net als de rest van het huis.

Om bij de studio te komen moesten we een smalle trap af naar de kelder. De studio bestond uit twee ruimtes. De kleinste ruimte was geheel gevuld met gitaarversterkers. De grootste ruimte was de opnameruimte waar ook de matrassen van Aars en Staffhorst op de grond lagen. Bandrecorders, harddiskrecorders, drumstel, versterkers, microfoons en een grote schuiftafel omringden hun matrassen.
Een echte studio. Ik had er nooit eerder een gezien. De enige demo die we datzelfde jaar hadden gemaakt, hadden we gewoon in onze piepkleine oefenruimte aan de Haverstraat in Utrecht opgenomen. We hadden twee microfoons bij het drumstel aan het plafond gehangen, er lag er een voor de gitaarversterkers en door de laatste zong Staffhorst zijn partijen. Op een 4-sporen cassetterecorder, die buiten het oefenhok op een kratje bier stond, werd het geheel gemonitord en vastgelegd door Ernst Grevink (Oertroebadour Erny Green). Dat was mijn studio ervaring tot dan toe.

In de kelderstudio in Brooklyn aangekomen, werd mijn blik gevangen door het zwarte Pearl-drumstel dat in de hoek stond ingebouwd en door een 4-tal microfoons werd aangewezen. De parel schreeuwde erom bespeeld te worden maar dat moest helaas nog even wachten. Justin was nog niet thuis en het was zijn drumstel. Een drumstel dat hij ook voor live optredens gebruikte met z’n eigen band MER. Justin had Aars en Staffhorst eerder die morgen, toen hij ze hun slaapplek in de studio wees, op het hart gedrukt nergens aan te komen zolang hij er niet bij was. Dat gold dus ook voor het drumstel.

We moesten nog een dag wachten tot onze eerste opname-sessie. Nog even genoot ik in de kelder van de voorpret en de gedachte dat we écht een plaat gingen opnemen in ’focking’ New York.
Terug in de postzegeltuin begonnen we plannen te maken voor de volgende dag. We bespraken welk nummer we als eerste gingen opnemen en welke arrangementen nodig waren. Staffhorst maakte een setlist en schreef nog enkele teksten uit. Ondertussen werd er door Joost bier gehaald bij de Fransman (’het beste bier van Brooklyn!’).
In de tuin klonken onze toekomstige hits nog even in hun kale akoestische vorm.
Morgen zou alles anders worden.

Dag 5 (5 november 2017)

‘The day after’ verloopt als een zachte landing. Via twitter whatsapp en sociale media búiten mijn bereik, druppelen foto’s en filmpjes van ons debuutoptreden mijn waterdichte smartphone binnen. Nu ik ons gedrieën op dat podium zie besef ik pas goed dat de kop er af is en dat ik meer wil. Meer foto’s, meer filmpjes (liefst met betere geluidskwaliteit) maar bovenal méér optreden!

Album van vandaag : Sky Trails – David Crosby 

Translate »