• info@pedalenenverhalen.nl

Ikschrijfhetje

Nahuatl (2)

Het was die vijfde reis dus nog ver voor zonsopgang toen we de lange weg, dwars door de jungle, richting Tikal inreden. Ondanks het vroege uur maakte onze chauffeur Jesús een fitte indruk; iets waar ik als reisleider alert op moest zijn aangezien ik de verantwoordelijkheid droeg voor de inmiddels diep slapende reizigers achter ons in de bus.

Op dit soort vroege en rustige momenten wisselden Jesús en ik dikwijls verhalen uit. Ook die vroege ochtend was dat het geval.

Zo vertelde Jesús honderduit over de vele kinderen die hij had bij evenzovele vrouwen. Het werken als chauffeur maakte het, zo bezag Jesús, onmogelijk een relatie in stand te houden.
Hij had zich hier al geruime tijd bij neergelegd.
Zijn kinderen uit de diverse huwelijken zag hij nauwelijks en met twee van zijn kinderen had hij helemáál geen contact meer. Het deed Jesús pijn.
Terwijl hij dit zei trok hij zijn schouders in een vanzelfsprekende gelatenheid op. Het gezinsleven was hem simpelweg uit de handen geglipt.

Meelijwekkend was Jésus echter allerminst! In de vier voorgaande reizen toonde hij zich naast een kundig chauffeur óók een geslepen vos die precies wist waar hij met de groep toeristen moest stoppen voor een hapje en een drankje om vervolgens van de uitbaters van deze zorgvuldig uitgekozen pleisterplaatsen, in het geheim, envelopjes met steekpenningen in ontvangst te nemen.
Ook kon ik me niet aan de indruk onttrekken dat Jesús in ieder stadje op zijn minst één schatje had.

Na ongeveer een half uur staarden Jesús en ik, tijdens een stilte tussen twee verhalen in, naar de kleine, enkel door koplampen verlichtte, wereld voor ons. Een dunne mist dwarrelde vlak over het asfalt.

Plotseling wees Jesús me op een plek in het woud, rechts aan de kant van de weg.
Ik keek naar de plek die Jesús me aanwees maar zag niets anders dan dichtbegroeid woud. Langzaam draaide ik mijn hoofd terug naar de chauffeur en keek hem vragend aan. Zijn ogen waren inmiddels weer op de weg gericht maar zijn blik verraadde het begin van een spannend verhaal….

Placebo & Social Media

Als voormalig drummer van een bandje dat redelijk kon meekomen in de Eerste Divisie van de Nederlandse alternatieve gitaarpop, heb ik menig ‘shoegazer’ het podium zien beklimmen. Sterker nog, de scene bestond in die tijd voor een groot deel uit shoegazers; muzikanten die het vertikken een zaal in te kijken en in plaats daarvan vrij bewegingloos, met gebogen hoofd, naar hun schoenen staan te staren. Niet zelden speelden ze ondertussen geweldige muziek.

Zo herinner ik me het briljante Merry Pierce waarmee we een aantal avonden het podium deelden. De zanger van Merry Pierce keek gaten in het podium waar hij vervolgens zelf in flikkerde!

Mijn eigen band (Yam) behoorde nét niet toe aan dit subgenre. Wij keken zeer mondjesmaat naar onze schoenen. Omdat we ook niet echt met volle overtuiging een zaal inkeken bleven we eigenlijk een beetje met onze blikken hangen op de monitoren aan de voorkant van het podium. Wij waren monitorgazers.

Afgelopen zondag was ik op visite bij de Engelse band Placebo in de Ziggo Dome. Kenners zullen denken “dat zijn toch geen shoegazers!”. Dat klopt. Placebo presenteert zich doorgaans als een zelfverzekerd stel muzikanten die vastberaden is het publiek een poepje te laten ruiken.

Nee, tegenwoordig is de shoegazer nagenoeg van het podium verdwenen. We vinden de shoegazers tegenwoordig in het publiek.

Overal om me heen, op het drukke veld van de Ziggo Dome, zag ik volwassen mensen vrij bewegingloos en met gebogen hoofd naar hun schoenen staren.

Halverwege blik en schoenen een smartphone.

Als je niet beter weet, zou je denken dat een groot deel van het publiek (redelijk geconcentreerd) foto’s staat te nemen van het eigen schoeisel. De drukte, en het beperkte zaallicht zouden kunnen verklaren waarom deze mensen hier het hele concert voor nodig hebben. Ga er maar eens aan staan!

Kijk je iets beter, zie je geopende pagina’s van Twitter, Facebook en Whatsapp. Het is de Social Media die het publiek in de Ziggo Dome een gezicht geeft. Letterlijk in de zaal, waar de gezichten worden uitgelicht door de schermpjes van smartphones, maar ik ben ook bang figuurlijk.

Kennelijk is het voor een groot deel van het Placebo-publiek belangrijker om het concert te volgen via hun eigen tijdlijn dan ervan te genieten in het hier en nu. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de twitteraars zelfs hinderlijk worden gestoord als het einde van een Placebo-nummer zich aandient. De smartphone moet dan namelijk even in de zak of in de mond. Dan volgt het plichtmatig klappen, waarna men zich weer volledig kan concentreren op de volgende Tweet of Whatsapp.

Ik heb me geërgerd aan wat ik om me heen zag daar op het veld van de Ziggo Dome. Had ik die dag in de schoenen gestaan van Brian Molko, de zanger van Placebo, dan had ik het vertikt nog langer de zaal in te kijken. Ik was bewegingloos, met gebogen hoofd, naar mijn schoenen gaan staren.

Ik verlang naar smartphone-vrije concerten.

P.S.

Het optreden van Placebo was te gek. Ik heb met mijn smartphone één foto gemaakt. De foto is helaas mislukt maar heb ik (na afloop van het concert) toch op facebook gezet.

Nahuatl (1)

Het moet zo’n jaar of twaalf á dertien geleden zijn geweest dat mijn werkterrein bestond uit de landen Mexico, Guatemala, Honduras en Belize. Ik was destijds reisbegeleider bij Djoser. Met groepen van een man of twintig doorkruiste ik Centraal Amerika, op weg naar koffieplantages, archeologische sites, markten, kerken en prachtige natuur. Soms was ik met een groep een kleine maand op pad.

In ieder land werden we rondgereden door telkens een andere (lokale) buschauffeur. In Guatemala was dat niet anders en op de grens tussen Mexico en Guatemala stapte ik met vierentwintig Nederlandse reizigers over van de Mexicaanse bus van Angèl naar de bus van de Guatemalteekse chauffeur Jesús. Een duidelijke promotie als we op de voornamen van de beide heren moeten afgaan. Helaas gingen we er wat bus betreft, enorm op achteruit.

De volgende dag, het was half vier in de morgen, zette we koers richting Tikal, een adembenemende Maya-stad in het midden van de diepe jungle van Guatemala.
De reizigers lagen, gezien het vroege uur, al snel weer te slapen in de bus terwijl Jesús en ik de ontluikende dag vast samen doornamen.

Nog ver voor zonsopgang reden we het dichtbegroeide oerwoud in, op weg naar Tikal. Voor ons lag een kilometerslange weg die de bus in de donkere dieptes van de jungle bracht. Aan het einde van deze weg openbaart zich de wonderschone Maya-stad met haar imposante Piramide van de Grote Jaguar en het prachtige Paleis van de Edelen.

Ik had de reis al enkele keren gemaakt. Telkens was het Jesús die me als chauffeur naar Tikal bracht. Jesús is bepaald geen spraakzame man en het was pas na de derde reis naar Tikal dat er iets van een vriendschappelijke band tussen hem en mij was ontstaan. De vierde reis, kan ik zeggen, konden we het zéér goed met elkaar vinden. Echter, het was de vijfde reis die we met elkaar maakten die mij kippenvel bezorgde en die ik van mijn leven nooit meer zal vergeten…..

Wordt vervolgd

Goedkeurend groen

Dagelijks rij ik, op weg naar huis, in mijn auto over de Herenweg in Rijnsaterwoude. De toegestane snelheid in het dorp is 30 kilometer per uur. Sinds kort staat er, om de weggebruiker aan deze snelheidslimiet te herinneren, een digitale snelheidsmeter langs de kant van de weg. Snelheden tot 30 kilometer per uur worden in goedkeurend groen knipperende cijfers weergegeven. Ga je 31 of harder, knipperen de letters in dreigend rode kleuren.
U bent gewaarschuwd. U rijdt te hard!

Prima initiatief. Het vele sluipverkeer en het zware verkeer dat door Rijnsaterwoude dendert mag best in toom gehouden worden. 30 kilometer per uur in het dorp is de limiet.

Ook het verkeer dat Rijnsaterwoude vanuit Leimuiden op de Herenweg nadert, wordt met zo’n zelfde digitale snelheidsmeter op haar snelheid gewezen. Het principe van de meter is uiteraard gelijk aan die in het dorp. Het enige verschil is dat buiten het dorp 60 kilometer per uur de maximaal toegestane snelheid is.

Nu is er met deze snelheidsmeter iets geks aan de hand. In plaats van een poging tot handhaving van de limiet van 60 kilometer per uur, wordt je namelijk als weggebruiker uitgedaagd deze limiet te overschrijden. Dat komt doordat de oplichtende snelheid bij deze meter niet van kleur verspringt bij 61 km per uur; wat je zou verwachten, maar bij een score van 62 km per uur. Ik gebruik bewust het woord ’score’ want ik benader deze paal, sinds ik hier achtergekomen ben, alsof ik een computerspelletje speel. Bij een snelheid van 61 kilometer per uur knipperen de cijfers nog altijd goedkeurend groen. Deze snelheidsmeter daagt mij uit. Ik heb de uitdaging geaccepteerd en probeer Rijnsaterwoude vanaf nu altijd met een snelheid van exact 61 km per uur te naderen.
In goedkeurend groen.

(Deze column verscheen op 15-01-2014 in Het Witte Weekblad Kaag en Braassem)

Translate »