• info@pedalenenverhalen.nl

– Het Loempia-Avontuur

Herinneringen aan een nooit gemaakte reis

Zoals je weet, eindigde ons fietsavontuur in de Jalan Kota Laksamana in Malakka, Maleisië. Bij Mr. Kee. Van daar werden we na een paar weken lockdown gerepatrieerd naar Nederland tijdens, zo weten we nu, de ‘eerste golf’. En toch begin ik er nu een verhaal mee. 

Het waarom is heel eenvoudig. Nicole en ik heb nog een deel van de reis te gaan, en dat deel gaan we nu afmaken.

Maar hoe dan? 

Daar heb ik over nagedacht. Reizen en fietsen zijn geen opties zo vlak voor de ‘derde golf’, en ik denk eerlijk gezegd niet dat we het stuk van Malakka naar Bali ooit nog fysiek zullen fietsen. 

Nee, ik schrijf onszelf naar Bali! 

Ik schreef ons immers al van Nederland naar Maleisië dus dat laatste stukje kan ik er ook nog wel bijschrijven. 

Ik zou het leuk vinden als je weer achterop springt richting Bali en de loempia. 

Jan Blokker zei eens: ‘Geschiedenis is niet wat gebeurd is, geschiedenis is wat mensen zich herinneren’. Dus kom op! Laten we herinneringen maken. Herinneringen aan een nooit gemaakte reis.

We gaan!

Nicole heeft gisteren een dubbel portie Nasi Pattaya gehaald bij Hari Aum, het restaurant hier om de hoek. Eén portie extra voor vandaag, voor onderweg. Het wordt een pittige etappe en goed eten maakt het fietsen nu eenmaal een stuk gemakkelijker. Die les hebben we wel geleerd na zo’n 18.000 kilometer fietsen.

Een lekker pittige Nasi Pattaya

Hari Aum heeft ons gedurende de hele lockdown voorzien van heerlijk eten. Voor mij was dat twee weken achtereen Nasi Pattaya. Niet gelogen! En geen dag uitgezonderd. Nicole wilde nog wel eens variëren maar ook zij is dol op de pittige Nasi. Het afhalen van eten was tijdens de lockdown ons enige toegestane uitje. Mr Kee en het internet waren onze andere verbindingen met de buitenwereld. Na twee weken Wifi, Hari Aum, Mr Kee en elkaar, keken we gisteren voor het eerst sinds lange tijd weer naar onze werkloze fietsen. Ze stonden met afhangende schouders tegen de gevel van onze tijdelijke woning. 

Dat is nu anders want vandaag vertrekken we. De fietsen tonen zich gretig, net als wij. Gedoucht en schoon in het vet staan ze fier bepakt met het stuur richting het nog afgesloten hek. Mijn fiets voelde gistermiddag al nattigheid toen ik de ketting verving en op spanning bracht. De fiets van Nicole begon ook te snorren toen ik een nieuwe buitenband om het achterwiel legde. 

Mr. Kee snapte ons niet toen we hem gisteren vertelden dat we verder gingen fietsen. Hij bood ons zelfs aan kosteloos in zijn huis te blijven totdat de corona-situatie weer verbeterde. 

‘Lief, maar we blijven niet’, zeiden we. De rek is eruit hier aan de Jalan Kota Laksamana.

Nu staat Mr. Kee te zwaaien en het lijkt erop dat hij oprecht geëmotioneerd is door ons vertrek. Tijdens de lockdown kwam hij iedere dag zeker twee uur bij ons op het muurtje in de voortuin zitten kletsen en roken. Hij en wij genoten daarvan. Zijn vrouw liet zich spaarzaam zien. Ook nu is ze er niet bij om ons uit te zwaaien. 

Zodra we de ‘Jalan’ uit rijden lijkt er een last van mijn schouders te vallen. Het vizier mag weer naar voren worden gericht. Naar het ongewisse van de weg en de toekomst; het avontuur. De uren die voor ons liggen voelen weer als een blanco doek op de schildersezel. De eerste kwaststreken worden aangebracht maar waar het schilderij naartoe gaat, is nog lang niet te zien. Zelfs niet als je door je wimpers kijkt. 

Ik omarm de warmte van de ochtend, wetende dat die warmte me steviger tegen zich aan zal drukken tot mijn adem en mijn hartslag het ritme van de middaghitte te pakken hebben. 

Het voelt verrekte vertrouwd.

We fietsen naar de kustweg 5, die ons naar Kuala Lumpur moet brengen want we gaan proberen om daar op de luchthaven een ticket te boeken richting Bali. We hebben bewust niet online geboekt omdat we er niet zeker van zijn dat we het vliegveld zullen bereiken vanwege de strenge coronacontroles bij de districtsgrenzen. In principe mag je het district niet uit gedurende de lockdown. We gaan kijken of we die controles kunnen omzeilen.

Al na een paar kilometer fietsen op de 5 naar Kuala Lumpur, fietsen we langs een Mc Donalds. Het restaurant is dicht maar de Mc Drive niet dus we sorteren onze fietsen voor het ‘bestelloket’ en bestellen twee cappuccino. Ook die hebben we twee weken niet gedronken omdat we het centrum van Malakka niet langer in mochten. 

We drinken ons kleine geluk zittend op een stoeprand en kijken tevreden naar onze bepakte fietsen. Nog geen vier kilometer gefietst en we zijn alweer helemaal in ons element.

Als gevolg van de lockdown is er weinig verkeer op de 5 dus het fietsen gaat voortreffelijk. We kunnen hele stukken naast elkaar fietsen en kletsen alsof we elkaar weken niet gezien hebben. ‘Ik voel me een beetje als zo’n koe die voor het eerst weer de wei in mag’, zeg ik tegen Nicole.

In Kampung Limbongan stoppen we heel even bij een kleine garage. In de garage sleutelt een jongeman op badslippers aan een van de miljoenen brommers die Maleisië rijk is. Als hij bromfietsen repareert, zo redeneer ik, heeft hij misschien ook wel een elektrische fietspomp om wat lucht in onze banden te pompen want die had ik niet hard genoeg opgepompt gisteren. Voor de handpomp is het, ondanks het vroege uur, veel te heet. Helemaal nu de fietsen vol bepakt zijn.  

Het is al snel druk in de garage

De jonge garagist maakt direct tijd voor ons vrij en heeft in no time de banden op druk. Helaas spreekt hij geen woord Engels. Ik wil ‘m een biljet van twee ringgit geven voor zijn hulp maar die weigert hij aan te nemen. Even sta ik gevangen in besluiteloosheid. Dan zie ik stickers. Ze hangen overal aan roestige spijkers en in lange slierten aan de wanden van de kleine garage. Ik kies er drie uit en geef de man de bijbehorende vijf ringgit. Tevreden en dankbaar lacht hij zijn tanden bloot. Ik kopieer zijn mimiek.

Heb ik je al verteld dat de wegen hier handige, of voor de hand liggende, namen hebben? De 5, waar we nu op fietsen, is alleen de 5 op onze navigatie app. Als je er fietst heet ie anders. Waar we nu fietsen heet ie bijvoorbeeld Jalan Klebang. Jalan betekent straat en Klebang is de naam van de plaats waar we doorheen fietsen. Wordt de straat breder, dan noemen ze ‘m gewoon Jalan Klebang Besar; de grote straat van Klebang. Wordt ie smaller heet ie Jalan Klebang Kecil; de kleine straat van Klebang. Logisch toch? 

Om dit principe ook aan Nicole voor te leggen, wijs ik naar de weg voor ons die van vierbaans naar tweebaans gaat. Ik zeg tegen Nicole “Ah! Daar begint de Jalan Klebang Kecil”. Nicole kijkt me wat vreemd aan maar als ze het straatnaambord passeert staat er daadwerkelijk Jalan Klebang Kecil. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het zelf ook niet helemaal verwacht had maar de theorie voelt heel even waterdicht. Overigens ben ik daar meer van onder de indruk dan Nicole, zo verraadt mijn voldane glimlach.

Die glimlach verdwijnt plotsklaps bij het zien van de controlepost aan het einde van diezelfde Jalan Klebang Kecil…

Volop in bedrijf

Toen wij in februari 2019 voor die lekkere loempia op de fiets stapten richting Bali, kregen we bij ons afscheid een medaillon in de hand gedrukt. Op het medaillon staat de heilige Christoffel afgebeeld. De schenker, Ine, vertelde erbij dat het een waardevol kleinood was dat had toebehoord aan haar vader die het altijd bij zich had gedragen. Nu moesten wij het bij ons dragen op onze lange fietsreis. Het medaillon had haar vader beschermd en nu zou het ons beschermen. Het ontroerde ons en we hebben het medaillon een plekje in de stuurtas van Nicole gegeven. 

Inmiddels zijn we terug in Rijnsaterwoude. De reisfietsen rusten uit in de garage en wij spannen ons in voor leerlingen en patiënten want ik sta weer voor de klas en Nicole werkt als fysio in het Boven IJ-ziekenhuis en sinds kort ook als zelfstandig ondernemer in de buitenlucht. Nicole heeft de plannen die ze op de fiets heeft gemaakt gerealiseerd en is gestart met haar eigen onderneming OncoExtra. Neem vooral een kijkje op haar prachtige website www.oncoextra.nl. Daar biedt ze buitentrainingen aan voor mensen die zijn hersteld van kanker en graag onder professionele begeleiding willen werken aan hun fysieke en mentale fitheid.

Naast het lesgeven heb ook ik de plannen die ik op de fiets heb gemaakt gerealiseerd. Sinds november ben ik samen met Rick Ruhland gestart met de Lekker Uitgelegd podcast. We zijn inmiddels 4 afleveringen verder en dat brengt me terug bij het medaillon van de heilige Christoffel.

Twee weken geleden viel mijn oog namelijk op het kleine medaillon toen ik in de stuurtas op zoek was naar mijn paspoort. En toen ik het medaillon eens goed bekeek, werd ik nieuwsgierig naar het verhaal achter deze heilige Christoffel. Hoe heeft hij het weten te schoppen tot beschermheilige van de reiziger? Waarom dat kind op z’n schouder en zijn voeten in het water?

Het medaillon met de heilige Christoffel

Deze vragen hebben geleid tot aflevering 4 van de Lekker Uitgelegd podcast: Christoffel, de reizende reus.

Zo zie je maar dat, hoewel we weer helemaal thuis zijn, de reis nog lang niet afgelopen is. En dat is in deze tijden van beperkingen en lockdown een geruststellende en bevrijdende gedachte.

Heb je tijd en zin om mee te gaan op een wereldreis langs mythen en legendes? Een pelgrimage langs kathedralen, onthoofdingen en wonderbaarlijk afbuigende pijlen?

Zet dan je koptelefoon op, sluit je ogen, en luister dan naar de podcast hieronder.

Je kunt ook naar Lekker Uitgelegd luisteren in je podcast app of op Spotify en iTunes (Apple podcasts). 

Vind je de podcast leuk? Laat het weten en, belangrijker nog, vertel het verder!

Föhn in de slaapzak

Na een barre tocht met regen en wind tegen, komen we aan op een camping in Höxter. We kunnen kiezen voor een plekje aan de Wezer of tegenover de receptie waar een overdekte picknickplek is. Hoewel aan de rivier aantrekkelijker klinkt kiezen we toch voor de picknickplek in verband met de regen. Er staat een tentje waar een stroomkabel naar toe leidt. Nog nooit heb ik uit een trekkerstentje een stroomkabel zien komen. Onder het afdakje bij de picknicktafel zit in een laag lichtgewicht stoeltje een man een sigaret te roken. Na het opzetten van onze tent maken we kennis met deze man. Het is Tim, uit Duitsland. Tim is ongeveer 55 jaar oud en ook op fietsvakantie. Hij blijkt al een paar dagen op deze camping te staan, maar iedere dag is het te slecht weer voor hem om weer verder te fietsen. 

Tim is uitermate behulpzaam en biedt zijn 20 meter lange verlengsnoer aan om onze mobieltjes en powerbank op te laden. Hij vertelt dat hij bij het kamperen altijd stroom neemt in verband met het opladen van de accu van zijn elektrische fiets. Hij kan niet zonder trapondersteuning fietsen, omdat hij rugklachten heeft. Door een zenuwbeschadiging loopt hij met krukken. Die beschadiging liep hij op bij een operatie waar tot tweemaal toe jammerlijk een verkeerde zenuw is doorgenomen. 

Het is prettig dat we onze mobieltjes en horloge op deze manier kunnen opladen. Een aantal dagen daarvoor heb ik een vervelende ervaring gehad op een camping in het oosten van Duitsland. Het zonnetje scheen en ik zette tegenover ons tentje een ‘solar panel’ met mijn sporthorloge tegen een boom. Dennis stond op dat moment onder de douche en nadat hij klaar was, was het mijn beurt om me op te frissen. Toen ik helemaal fris terugkwam waren het solar panel en mijn horloge verdwenen. Ik dacht dat Dennis hem had verzet, maar hij wist niet eens dat ik de boel tegen de boom had gezet. Ik deed een rondje over de kleine camping waar niet veel gasten verbleven. Niemand had iets gezien van de ontvreemding en ook bij de receptie was niks te vondeling gelegd. Totdat de eigenaresse, een dame uit Tsjechië, haar man in hun moedertaal aansprak. Hij vertelde me vervolgens, met handen en voeten, dat hij het horloge met de zonnecollector had meegenomen. Hij had ze meegenomen omdat hij niemand had gezien en dacht dat het door iemand was achtergelaten. Ik had zo mijn bedenkingen bij zijn uitleg want je verwacht dan dat hij de spullen bij de receptie had neergelegd, tussen de gevonden voorwerpen! Dat had hij niet gedaan. Hij had ze maar vast bij ‘m thuis opgeborgen. Het duurde nog ruim tien minuten eer hij de spullen weer had opgehaald.

Op de camping in Höxter is, behalve Tim, ook nog een klein restaurantje met een tv. Hier kunnen we schuilen voor de regen en kijken naar formule 1. Tim blijft bij de picknickplek en past op de spullen. We hebben net ons eerste drankje besteld als Verstappen uitvalt. Een flinke tegenvaller maar buiten regent het nog en binnen is het lekker warm dus we kijken de race tot het einde uit. 

Als we terugkomen bij de picknicktafel zitten er twee verzopen fietsers onder het afdak. Het zijn Jost en Burgi uit Beieren. Ze zijn met de trein naar Wernigerode gereisd en vanuit daar gestart met hun eerste fietsreis. Ze hebben bezuinigd op de aanschaf van de luchtbedjes en dat blijkt al na een nacht. Jost werd die morgen wakker op een leeggelopen luchtbed. Burgi en ik besluiten dat we het gat gaan opsporen. Na hard oppompen bevoelen en beluisteren we het hele luchtbed, maar vinden het gaatje niet. Jost vindt het prima om op het lekke luchtbed te slapen, maar daar willen wij niets van weten. We hebben een missie. Tim komt met water en afwasmiddel waarmee het luchtbed wordt ingesmeerd. En ja hoor, daar is het gaatje. Nu alleen nog even wachten tot het luchtbedje droog is voor we het kunnen plakken. Tim weet daar iets op. Hij heeft iets dat het wachten aanzienlijk verkort. Hij verdwijnt in zijn tentje en komt na wat gerommel tevoorschijn met een föhn. Als wij hem vragen waarom hij met een föhn fietst legt hij uit dat hij ‘m gebruikt tijdens koude nachten. Dan föhnt hij in no time zijn slaapzak warm. 

Burgi en Nicole in een 1,5 meter samenleving

Het verlengsnoer biedt ook nu weer uitkomst en we staan weldra met vier man te kijken naar Tim die een luchtbed staat droog te föhnen. Ondertussen wordt er ook gezocht naar plakspullen voor het slaapmatje. Jost kan die van hun nergens vinden. Tim tovert zijn tubetje lijm tevoorschijn, maar die blijkt te zijn ingedroogd. Dennis komt met de lijm van onze matjes aan en ook die is al lang niet vloeibaar meer. Gelukkig hebben we allemaal bandenplaksetjes bij ons waarmee we het luchtbedje uiteindelijk plakken. 

Burgi, Tim en Jost op zoek naar het lek.

Na dit harde werken hebben we koffie verdient en Tim zet zijn elektrische waterkoker tevreden aan. Wij vragen ons af hoe hij al deze spullen mee krijgt op de fiets. Jost en Dennis grappen dat hij met een busje is gekomen die achter op de parkeerplaats staat en dat hij doet alsof hij aan het fietsen is. 

Een föhn biedt uitkomst… Natuurlijk!

Terwijl het water begint te koken, ruiken we opeens een sterke brandlucht. Tim’s verlengsnoer begint namelijk te smeulen en van schrik slaat Burgi de waterkoker op de grond. Ze breekt daarbij het handvat van de koker. Ze voelt zich enorm schuldig voor het slopen van de waterkoker maar Tim is nog meer geschrokken van het feit dat zijn verlengsnoer is doorgebrand. “Wat als ik vannacht de föhn had gebruikt om mijn slaapzak op te warmen? Dan was ik er nooit op tijd uitgekomen met die benen van mij!” zegt Tim.

Helaas blijkt de volgende morgen dat ons goede werk aan het luchtbed van Burgi niets heeft uitgehaald en dat Jost voor de tweede keer op rij op de grond heeft geslapen.

Vertrouwen

Wanneer we in Zwolle wakker worden, is het nog vroeg. Op ons veld, waar nog een andere tent, twee caravans en twee campers staan slaapt iedereen nog. Rondom dauw.

Het veldje in Zwolle

We verlaten onze tent en gaan even verderop, voor het gebouw van de receptie, aan een houten picknicktafel met twee banken zitten. De plastic zakjes met ontbijtspullen en ons kookstelletje brengen we mee. Als we een minuut of 10 later een verse kop koffie inschenken, klinkt in de verte een licht getik.  “TIK”.

Druppelsgewijs passeren er vroege arbeiders. Te voet, op de fiets “TIK” en anders verschijnen ze in de auto voor de slagbomen van het campingpark. Raampje open “TIK”, pasje bij de hand. We leveren hier en daar wat commentaar bij het passeren van de voege vogels “TIK”.

Het getik klinkt alsmaar harder.

Achter een nog niet lang geleden getrimde haag verschijnt de bron van het getik “TIK”. De vrouw die je in gedachten hebt als je aan het oude spinvrouwtje van Doornroosje denkt piept de hoek om. Aan haar linkerarm draagt ze een kruk. De kruk zegt: ”TIK”.

De vrouw komt recht op ons af. Haar lange grijze haren hangen los over haar schouders. Mijn aandacht wordt getrokken door een kliedertje koffie op haar gele trui. Midden tussen haar zware borsten. Iets te vroeg gekanteld toen ze het volle kopje koffie naar haar lippen bracht, denk ik.

      “Mag ik erbij komen zitten?” vraagt ze als het tikken is opgehouden.

“Ja hoor dat kan net met die anderhalve meter afstand” antwoordt Nicole.

Het spinvrouwtje gaat naast Nicole op de bank zitten. Op het uiterste puntje en met de rug naar Nicole gekeerd. De opstelling is daarmee Coronaproof.

“Moet u bij de receptie zijn?” vraag ik.

      “Nee, ik wacht op de taxi. Die komt me zo ophalen.” zegt de vrouw.

De vrouw kijkt vlug op haar horloge.

“Bent u nog op tijd?” vraag ik.

      “Ja, ik ben altijd te vroeg. Dat geeft de taxi vertrouwen.”

“U bedoelt dat de taxi weet dat u altijd op tijd klaar zit?”

      “Je moet ze een beetje vertrouwen geven. Dat ze op je kunnen rekenen. Dat vinden zij ook fijn.” bevestigt ze.

“Ja, een beetje vertrouwen is nooit weg. Hoe laat komt de taxi?”

      “Om kwart voor 8.”

“En hoe laat is het nu?”

Ze kijkt nog eens vluchtig op haar horloge.

      “Bijna tien voor half acht, nee het is al tien voor half acht.” corrigeert ze zichzelf streng.

“Ohhh dan bent u inderdaad ruim op tijd. Dat zal de taxi vast wat extra vertrouwen geven.”

      “Ja, dat weet ie ook wel hoor, dat ie me kan vertrouwen. Ik zit hier altijd klaar.”

Nicole staat op en loopt over het veld naar onze tent. Even is het stil aan de picknicktafel. Al snel besluit ik de stilte te doorbreken.

“Waar gaat u naartoe?”

      “Ik ga naar de club.”

“Oh, van welke club bent u lid?”

      “De seniorenclub.”

Beelden schieten door mijn hoofd van rummikubbende senioren met hier en daar een breiclubje, koffie en een koekje.

“Wat gaat u daar doen? Kaarten ofzo of bingo?”

      “Nee, Dijmond Peente”

“Sorry, wat?”

      “Dijmond Peente, met kleine diamanten!”

“Oh! Diamond Painting. Daar heb ik nog nooit van gehoord.”

Bijna direct hield ze me een doos voor die ze razendsnel uit een grote Aldi-tas tevoorschijn toverde. Op de doos prijkte een papegaai, zittend op een kort gezaagde boomstam. Ik kon nog net zien dat de papegaai met 15.000 diamantjes tot leven kon worden gebracht voordat de doos weer vliegensvlug in de tas verdween.

“Mooi” zei ik maar.

De tas had nog meer in petto. Hop! Daar hield ze een kleurige vlinder op. Achter glas en ingelijst bovendien. Ik vond de diamantjes wat tegenvallen. Ze twinkelde ook niet zoals de foto van de papegaai zojuist op de doos deed vermoeden. Het leken meer doffe ronde stukjes glas.

“Prachtig!” wat kan mij het schelen.

De vlinder ging terug de tas in en huppakee! Daar kwam nog een lijst uit de tas. Een straattafereeltje dit keer.

      “15.000 diamantjes zijn het.” zei ze.

“Dan moet u een geduldig mens zijn!” besloot ik.

Ze keek nog eens op haar horloge terwijl ik de laatste ontbijtspulletjes bij elkaar raapte. Ik stond op en vertrok richting tent.

“Maak er een mooie dag van!” wenste ik de vrouw tenslotte toe.

      “Dat ga ik zeker doen.” was haar antwoord.

De vrouw bleef wachtend op haar taxi aan de picknicktafel zitten. Haar kruk pakte ze van de grond en zette ‘m rechtop tegen de houten tafel aan. Klaar voor vertrek.

Ik had de picknicktafel nauwelijks verlaten of de vrouw greep haar mobiele telefoon en deed een belletje. Even later nog een maar ik kon niet horen wie ze aan de lijn had. De taxi? Iemand van de club?

Het moet iets na 8 uur geweest zijn dat het getik opnieuw klonk. Eerst luid maar langzaamaan nam het getik van de kruk op het plaveisel af. Ik zag nog net hoe de vrouw achter de pas gesnoeide heg verdween. In de ene hand een boodschappentas vol diamanten in de andere haar kruk. Iets dieper gebogen dan toen ze voor het eerst verscheen, keerde ze terug naar haar caravan. 

Vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard, zeggen ze. Vandaag kwam ie in ieder geval niet met de taxi.

Translate »