• info@pedalenenverhalen.nl

– Het Loempia-Avontuur

Zand tussen de tandwielen

Vorige week hadden we niet kunnen bedenken dat we vandaag zouden zeggen dat we terugkeren naar Nederland. Zeven dagen geleden leek er hier nog niet veel aan de hand. Ja, er waren mensen besmet met het coronavirus, maar er waren er ook alweer een aantal genezen. Per dag kwam er zo maar een handjevol nieuwe besmettingen bij hier in Maleisië. Ons plan om vanuit Spanje naar Nederland terug te fietsen was al niet meer mogelijk gezien de ontwikkelingen in Europa. Dat was helemaal niet erg. Daar hadden we ons al bij neergelegd. Dan blijven we gewoon in zuidoost Azië, dachten we.

Tot gisteren.

Gisteren had ik contact met onze reisverzekering en de Nederlandse ambassade in Kuala Lumpur. Bij de reisverzekering kregen we te horen dat als we vrijwillig in Maleisië blijven, onze verzekering komt te vervallen. De eventuele medische kosten die we hier maken worden dan niet gedekt. De Ambassade verzocht ons dringend terug te keren nu er nog vluchten beschikbaar zijn. Zeker als je visum binnen nu en zes weken verloopt, zo zeiden ze. We riskeren een boete of kunnen in vreemdelingendetentie terecht komen als we met een verlopen visum hier blijven. Ons visum verloopt over vijf weken; tricky dus. Daarnaast wordt er gefluisterd dat als je door de coronamaatregelen het land niet meer uit kunt (bijvoorbeeld omdat er geen vluchten meer gaan) en de quarantaineperiode voorbij is, je binnen een tijdsbestek van 2 weken het land moet verlaten. 

De grens naar Singapore en Thailand is al dicht. Naar Indonesië kunnen we op dit moment alleen nog als we een gezondheidsverklaring hebben uit ons thuisland en een visum (hebben we niet). De keuze waarvoor we staan is dus hier afwachten of terugvliegen naar Nederland.

We voelen ons min of meer gedwongen dat laatste te doen. Dit geheel tegen ons gevoel van logica en gezondheidsrisico in. We stappen deze week, mits de vlucht niet wordt gecanceld, in twee overvolle vliegtuigen (hiep hoi social distancing!), en vliegen van een land met op dit moment 1306 besmettingen naar Nederland waar de teller op 4204 staat. Een moeilijk te rijmen beslissing waarvan we niet weten of het de juiste zal zijn.  

Is dit het einde van onze reis? Nee, zo zien we het niet. Veel mensen hebben een slaapkamer aangeboden, heel lief, en dank daarvoor. We kunnen, zolang we niet mogen reizen, verblijven in een huisje van vrienden. Daar zullen we ons isoleren en zodra dat kan weer op de fiets springen. We zien onze repatriëring dan ook niet als ‘terug naar huis gaan’, we zien het als de volgende tussenstop van onze reis. We zijn op doorreis!

Voor nu willen we jullie bedanken voor alle lieve berichten en steun. We houden jullie op de hoogte!

Het is stil op straat

Het is stil op straat. 

Het enige dat nog flaneert op de Jalan Kota Laksamana in Malakka is de straatnaam zelf. Vanaf 19:00 uur schemert de stilte al langzaam de duisternis in. Het zwart van de nacht mengt zich ongemerkt met het verenpak van de huiskraai die ons allen nog een laatste keer de straat op roept. Huiskraaien raken in paniek als ze geen mensen zien. De paniek zal toenemen want we mogen de straat niet meer op tussen zeven uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends.

De Dutch Square in het hart van Malakka. Uitgestorven

Het verhaal gaat dat er militairen door de stad patrouilleren. In volle uitrusting bewaken zij de avondklok. Onze huisbaas attendeerde ons op de krijgsmannen en gaf direct enkele adviezen over hoe we de soldaten konden afschudden.

“Draag een mondkapje. Daar letten ze op want je wordt naar huis gestuurd als je geen mondkapje draagt.”

“Het beste is om te fietsen als je de stad door wilt. Op de fiets gaan ze je nooit achterna.”

“Als ze je aanhouden, spreek dan Engels. En doe alsof je ze niet begrijpt. Ze spreken nauwelijks Engels en hebben het geduld niet om het je uit te leggen dus dan laten ze je al snel weer gaan.”

“Maak met je handbewegingen alsof je rijst in je mond stopt. Dan begrijpen ze dat je op weg bent om eten te kopen. En dat mag.”

Onwillekeurig moet ik aan de tweede wereldoorlog denken.

In de tweede wereldoorlog gold ook een avondklok. Spertijd. Van acht uur ’s avonds tot vier uur ’s ochtends. Had je een verplichting of een beroep dat je tijdens de spertijd uitoefende, dan had je een Ausweis nodig, een vergunning. Ook dat geldt hier in Maleisië. Reizen kan, maar alleen als je de juiste vergunning hebt. 

Voor ons is het dus voorbij wat fietsen betreft. Onze vergunning is, laten we zeggen, tijdelijk ingetrokken. We staan geparkeerd. Bali lijkt ineens ver weg. Dat is een vreemde gewaarwording. We gaan van een gevoel van absolute vrijheid, die we nu al ruim een jaar omarmen waardoor het onze houvast is geworden, naar totale onvrijheid die ons uit balans brengt. Wat is wijsheid? Blijven of terug naar Nederland? Hier de corona-crisis uitzingen is een prima plan maar wat als het vijf maanden gaat duren? Of langer? 

Naar Nederland vliegen is wat de ambassade ons aanraadt, maar waar moeten we heen in Nederland? En als we een plek vinden, wat dan?

Social media is een zegen en een vloek in onze situatie. We blijven op de hoogte van elke ontwikkeling maar ieder bericht over genomen maatregelen of toenemende beperkingen, roept weer nieuwe vragen op. 

We zijn niet de enigen in deze situatie. We hebben intensief contact met reizigers die net als wij in Maleisië blijven hangen. Ook bij hen heerst onzekerheid. Zoals ook bij de kraaien in de bomen langs de Jalan Kota Laksamana, die maar niet begrijpen waar de mensen toch zijn gebleven.

Het is stil op straat.

Lockdown

Gisteravond bij het slapen gaan, was benieuwd wat ik de volgende ochtend op de nieuwspagina’s zou lezen. Rutte zou maandagavond het volk toespreken. Dat wilde ik vanmorgen checken natuurlijk. Ik had verwacht dat Nederland volledig op slot zou gaan, maar wat blijkt…Niet Nederland, maar Maleisië gaat vanaf woensdag 18 maart op slot. 

Lange tijd leek het hier in zuidoost Azië allemaal wel mee te vallen. Er waren mensen met corona, maar het aantal in Maleisië bleef rond de 100 besmettingen. Een paar dagen geleden lazen we op internet dat er in Brunei iemand besmet was en dat deze persoon de besmetting mogelijk had opgelopen tijdens een religieuze bijeenkomst in Kuala Lumpur waar 10.000 mensen waren waaronder zo’n 5000 Maleiers. 

Malakka

We zijn in Malakka sinds afgelopen vrijdag en huren daar een kamer in een guesthouse waar in totaal 3 kamers verhuurd worden. We hebben onze eigen slaapkamer en badkamer. En een woonkamer en keuken die we delen met de andere gasten. Maar er zijn helemaal geen andere gasten, dus hebben we het rijk voor ons alleen. 

De verhuurder, Mr Kee, is een ontzettende aardige man die ons bij aankomst vertelde dat alles in Maleisië in orde is en we ons geen zorgen hoeven te maken wat betreft het coronavirus. Al helemaal niet in Malakka, want daar heeft niemand corona, volgens Mr Kee. 

De koelkast lag vol met appels en sinaasappels. We hebben een watertank met warm water, koffie, thee en koekjes. Mr Kee drukte ons op het hart dat we alles op moeten eten. Er is geen kookplaat, maar het eten buiten de deur is goedkoop. Dus we hebben geen enkele reden om te koken. 

Tot vanmorgen vroeg. Toen lazen we dus dat Maleisië in gedeeltelijke ‘lockdown’ gaat. 

Om 9.00 uur kwam Mr Kee al langs om ons te informeren over de lockdown. We kunnen in zijn huis blijven zolang we willen. Als we dan toch ergens opgesloten moeten zitten dan is het hier bij Mr Kee een prima plek. Ik vraag hem wat nou precies de regels zijn. Volgens hem mogen we morgen de straat nog wel op, maar moeten we grote groepen mensen vermijden. Als ik hem vraag of hij misschien een kookplaat voor ons heeft is het antwoord nee, maar hij zal ons eten brengen. Zijn vrouw kan een extra portie koken. Ik vraag me af of het echt zo is dat hij morgen de straat op mag om ons eten te brengen.

Ondanks dat de supermarkten openblijven wil ik toch wat in huis hebben. In de buurt zitten wat mini-markets. Hier kun je o.a. brood, frisdrank, melk en noedelsoep kopen. Groente, fruit en yoghurt is er niet te krijgen. Een grote supermarkt verderop verkoopt dit wel en gaat om 10.00 uur open. Dennis waarschuwt al dat het er waarschijnlijk druk zal zijn en hij heeft gelijk. Ook hier lijkt het wel de dag voor kerst. Winkelwagentjes vol en lange rijen, maar toch lijkt iedereen er relaxed onder. Geen gevecht om het laatste pak wc-papier of reinigingsmiddel. Wel heel veel mensen, dus de kans voor verspreiding van het virus is groot. Toch doen we onze boodschappen. Met wat spullen in de kar gaat Dennis in de rij staan en begeef ik me tussen de rijen mensen op zoek in de schappen naar alles wat we nodig hebben. We kopen voornamelijk fruit, yoghurt en broodbeleg. Dat kunnen we in de kleine winkeltjes in de buurt niet krijgen.

Met z’n allen (ook Dennis) geduldig in de rij bij de supermarkt

Als we terug zijn heeft Mr Kee me de regels van de gedeeltelijke lockdown gestuurd. De grens gaat dicht. Alle scholen, overheidsgebouwen en winkels zijn vanaf morgen gesloten. Restaurants waarbij je kunt afhalen mogen openblijven. Je mag naar buiten voor een wandeling of om te joggen, maar kom niet te dicht in de buurt van anderen. 

Deze lockdown geldt in ieder geval t/m 31 maart. Dus tot die tijd blijven wij bij Mr Kee in Malakka. Ons visum is geldig tot eind april. Het plan was om een week in Malakka te blijven. En vanaf Kuala Lumpur naar Bali te vliegen. Dat plan hadden we al aangepast naar: we blijven zo lang mogelijk in Maleisië, omdat we denken dat we hier het beste af zijn. We hebben dus geen idee hoe dit verder zal gaan. Als het niet nodig is en we aan het einde van ons visum nog naar een ander land kunnen dan Nederland, komen we niet naar huis.

Voor nu even het laatste ijsje

Tioman eiland

Neem even een tropisch eiland in gedachten. Zandstrandje. Hangmatten hangen hier en daar tussen palmbomen geknoopt. Een licht briesje zorgt voor een aangenaam klimaat.

Strand van Tioman

We zijn op Pulau Tioman, een vulkanisch eiland in de Zuid-Chinese zee. In de jaren ’70 van de vorige eeuw riep Time Magazine Tioman uit tot een van de mooiste eilanden in de wereld. Het eiland trekt voornamelijk toeristen die gek zijn op duiken en snorkelen. Het zeeleven en het koraal is hier prachtig hoewel er steeds meer gesproken wordt over de sterfte van het koraal. Als ik de geluiden moet geloven gebeurt dit in hoog tempo.

Het is rustig op het eiland. Er zijn op het moment niet veel toeristen. De duikscholen werken met kleine groepjes en de stranden bieden voornamelijk ruimte aan grote hagedissen, katten, krabbetjes en hier en daar een verdwaalde kokosnoot. 

De sfeer is gemoedelijk.

De lokale bevolking rijdt wat heen en weer op brommertjes, haalt zo nu en dan wat proviand bij de boten die enkele keren per dag van het vasteland komen en leunt de rest van de dag wat tegen de warmte aan. Wij doen hetzelfde.

We hebben voor een week een kleine houten ‘cabin’ gehuurd. Groot genoeg voor een bed en een badruimte. We hebben een zitje waar we ons vergapen aan de apen die dagelijks in groten getale langs ons huisje trekken. De ramen en deuren moeten we daarbij een beetje bewaken want ze zijn natuurlijk op zoek naar lekkernijen. In ons hutje kunnen ze brood en crackers vinden maar daar krijgen ze de kans niet voor. Zo nu en dan vergt het een reuzenzwaai met een felgekleurde bezem om de ‘hooligans’, zoals we ze zijn gaan noemen, buiten de deur te houden. Onze buurman, een 80-jarige Engelsman, gooit soms, met uiterste precisie, een harde vrucht naar de brutaalste aap. Meestal raak.

Hier op Tioman kwamen we sinds lange tijd weer eens Nederlanders tegen. Twee vrouwen, die lekker aan het bijkomen waren van drie weken backpacken door Maleisië, stonden flessen water te vullen. Een van de vrouwen monsterde onze herkomst en kreeg kennelijk het vermoeden dat we ook uit Nederland kwamen. Toen Nicole en ik met elkaar spraken, was het voor hen duidelijk en even later stonden we te kletsen op een manier die heel erg lijkt op landgenoten die elkaar in den vreemde ontmoeten. Alle ingrediënten van zo’n gesprek kwamen aan bod maar één nieuw en smakelijk specerij werd al snel aan het gesprek toegevoegd; Corona!

Van onrust met betrekking tot het corona virus is geen sprake hier op Tioman. En waar we in heel Zuidoost-Azië werden geconfronteerd met mondkapjes (niet vanwege corona maar vanwege de luchtvervuiling), ontbreken deze zo goed als helemaal in Maleisië. Wat ik wél merk, bij onszelf, onze Engelse buren en nu dus ook bij die twee Nederlandse vrouwen hier, is een soort mediagekte als het gaat om corona. We zijn allemaal op de hoogte van de laatste cijfers die horen bij de verspreiding van het virus en de sterfgevallen worden meegeteld als verliespunten in een grote corona-wedstrijd. 

Voor ons voelt het (nog) als een uitwedstrijd, of een ver-van-ons-bed-show. We zijn nog niet op gesloten grenzen gestuit en hebben nog geen vluchten hoeven boeken, laat staan omboeken. Toch lezen we steeds meer berichten van fietsers die, op de weg die al achter ons ligt, problemen krijgen bij grensovergangen of die serieus rekening dienen te houden met een paar weken quarantaine als ze naar huis willen of naar het volgende land van hun reis.

Natuurlijk roept dit ook vragen bij ons op. Na Maleisië is onze logische volgende stap Indonesië en Bali, waar ons een loempia wacht, maar kunnen we dat land in tegen de tijd dat we bij de grens aankloppen? Belangrijker nog, kunnen we dat land ook weer uit tegen de tijd dat we weer richting Europa reizen? Naar welk land reizen we nadat we de loempia hebben weggespoeld? Door welke Europese landen kunnen we zonder problemen verder fietsen? Of is Europa niet onze beste optie?

De vragen worden belangrijker naarmate we Bali bereiken dus we blijven alle ontwikkelingen in de media en op de fora waar fietsers ervaringen uitwisselen, op de voet volgen. Maar nu even niet…

Nu zijn we op Tioman, ooit uitgeroepen tot een van de mooiste eilanden ter wereld. We voelen een lichte bries, kijken naar apen en enorme hagedissen. We knuffelen katten en drinken koffie voor ons houten hutje. En als mijn koffie straks op is, pak ik het boek van Bart Van Loo over de Bourgondiërs in de middeleeuwen. Wat een tijd was dat zeg!

Translate »