• info@pedalenenverhalen.nl

Auteurarchief Nicole Aaij-Burgmeijer

Hond aan de tas

Op maandag 15 april gaan we de grens over bij Hani i Hotit en fietsen Albanië binnen. Een voor ons onbekend land, dus we hebben geen idee wat te verwachten. 

We fietsen richting Shkodër en besluiten niet te gaan kamperen op de camping die we onderweg tegenkomen. In plaats daarvan boeken we een appartement voor 10 euro. De camping is net zo duur dus de keuze is snel gemaakt. Net voor Shkodër komen we ineens lokalen tegen op de fiets. De meeste fietsers zijn mannen, waarbij het zadel steevast veel te laag staat, gekleed in een pak waarvan ik denk dat die 30 jaar geleden in Nederland werden gedragen. Het verrast me dat ik ineens mensen van hier op de fiets zie. Ik word er enthousiast van dat we niet meer de enige fietsers zijn en begin enthousiast te bellen en gedag te zeggen. De meeste reageren enthousiast terug. 

Als we in Shkodër aankomen lijkt het alsof we in een heel ander land terecht zijn gekomen. Het is druk op straat en het ruikt er naar wierook. Ik moet denken aan Caïro, waar ik 20 jaar geleden het vliegtuig uitstapte en ineens in een andere wereld terecht kwam. Het geeft me ook het gevoel alsof ik ineens wat dichter bij die loempia terecht kom. 

Het appartement is het geld meer dan waard. Ik kan er zelfs een wasje draaien en we slapen in een prima bed. Lekker na een paar nachten in de tent. We kijken ’s avonds op de kaart hoe we onze route zullen vervolgen. We willen zo min mogelijk plannen, maar zullen bij Tirana, zo’n 90 km verderop, een besluit moeten nemen of we naar Athene fietsen en daar de boot pakken naar Turkije of via Thessaloniki over land naar Turkije gaan. Het maakt ons beiden niet uit en de reden om voor het één of het ander te kiezen is nergens op gebaseerd. We besluiten om ons in Tirana nogmaals te beraden.

De volgende morgen gaan we met schone kleding op pad. We hebben de wind in de rug en de weg is vlak, waardoor het tempo veel hoger is dan de afgelopen dagen. Misschien maar goed ook, want de weg is niet bepaald prettig. Het is druk en het verkeer rijdt aardig door. Ineens worden we gepasseerd door een busje met Nederlands kenteken. Ik begin enthousiast te zwaaien. Even verderop stopt het busje en Dennis besluit voor de grap op het raam te kloppen, en te vragen of hij misschien ergens mee kan helpen. De bestuurder kijkt even verbaasd door zijn halfopen zijraam, en antwoord gevat dat hij en zijn vrouw een kopje koffie gaan drinken in het restaurant voor ons, en als we zin hebben kunnen we gerust aanschuiven. Dat doen we en zo zitten we een uurtje te kletsen met Eric en Regina. Zij zijn met de camper op pad en onderweg naar Lefkas waar ze een huisje hebben. We worden zelfs uitgenodigd om bij hun langs te komen. Ze verblijven er het komende half jaar dus we hebben alle tijd om ernaartoe te fietsen. We wisselen telefoonnummers uit en gaan ieder onze weg. Voor vertrek hebben we gezegd dat we overal ja op zouden zeggen, maar toch overvalt me deze gastvrijheid. Zo’n aanbod had ik nooit verwacht van mensen die we niet langer dan een uur kennen. We besluiten om op de uitnodiging in te gaan. De keuze of we via de kust van Albanië naar Athene fietsen en daar de boot pakken of over land naar Turkije fietsen lijkt hierdoor ineens voor ons gemaakt. Wat kan het leven toch simpel zijn. 

Even later staan we plotseling op de snelweg en wijst het grote verkeersbord ons erop dat we daar niet mogen fietsen. Dennis vindt dat we dat moeten negeren, maar ik heb onderweg zoveel politie gezien dat ik het niet aandurf. Dan maar wat extra kilometers. We hebben tenslotte wind mee. 

Als we na ons “ommetje” van 15 km bijna weer bij de grote weg zijn, komt er ineens vanuit het niets een hond uit de berm. Hij rent mee, blaft en hapt naar Dennis z’n benen. Dennis geeft een brul waar de hond van schrikt en richt zijn aandacht op mij. Ik ga op mijn pedalen staan om me groot te maken en hem af te schrikken, maar dat helpt niet. En daardoor kan ik ook niet trappen en mijn eerste impuls is toch zo hard mogelijk doorfietsten. Als ik dat doe voel ik weerstand en hangt hij in een van mijn achtertassen. Er rijdt een auto achter me en ergens hoop ik dat hij die hond van mijn tas kan rijden. Hoe weet ik ook niet. Dan laat de hond los en is hij net zo snel weer verdwenen als hij is verschenen.

We komen met kleerscheuren bij de grote weg aan. Ik moet even afstappen en sta te trillen op mijn benen. Ik dacht echt dat hij in m’n been zou gaan hangen. Geen fijne gedachte. 

Wanneer we de volgende dag aan het klimmen zijn herhaald zich de hondenaanval. Ditmaal zijn de honden met z’n drieën en fiets ik voorop en geef ik de brul. Nu hangt de brutaalste bij Dennis in de achtertas. Ik ben nog nooit zo hard een berg op gefietst! 

In mijn tas zit een gaatje van een tand, maar gelukkig heeft de tas van Dennis geen schade opgelopen. Sinds de twee aanvallen fietst Dennis met een bamboestok (licht maar hard) achterop die hij bij nood kan pakken, maar gelukkig is het tot nu toe niet nodig geweest en zijn de meeste straathonden gewoon heel zielig en zou ik ze allemaal het liefste mee willen nemen. 

Vanaf zo’n 1000 km na vertrek uit Nederland hoor ik af en toe een tik in mijn fiets tijdens het afdalen als ik de trappers stilhoud. Als ik trap hoor ik niets. Het is er dan weer wel dan weer niet. En zolang het niet te erg is en het snel weer weg is, is er volgens ons niks aan de hand. 

Na de forse klim, met de hondenaanval, komt er een mooie afdaling. Ik denk dat ze me in het dal aan hebben horen komen. Zo hard begon mijn fiets te tikken. Volgens Dennis kwam het uit mijn achteras en als de tent die avond staat, haalt Dennis het achterwiel uit mijn fiets en alles wat er los gemaakt kan worden gaat los, uit elkaar, en wordt schoongemaakt. Ik hoop dat als alles straks weer in elkaar zit hij geen onderdelen overhoudt. Ik twijfel niet aan Dennis, maar het zou mij gebeuren dat ik niet meer weet wat waar hoort. 

Het viel niet mee om de as los te draaien. Of dit zo hoorde was de vraag, maar bij het in elkaar zetten werd dit toch maar weer aangedraaid. Toen het achterwiel er weer inzat rolde deze niet helemaal lekker door, maar alles zat weer op z’n plek en we waren toe aan een douche. 

We hadden onze tent opgezet achter een bar en konden gebruik maken van de douche in de tuin. Die bestond uit een klein straaltje warm water bij een hurktoilet. Je kon dus douchen en plassen tegelijk. Best efficiënt. 

De volgende dag gingen we op pad richting Tirana en na zo’n vijf kilometer had ik het gevoel dat ik afgeremd werd. Ik wist natuurlijk dat mijn achterwiel niet zo lekker rolde dus het zou wel tussen mijn oren zitten. Na twintig kilometer begon ie toch weer een raar geluid te maken en zette Dennis de fiets opnieuw op z’n kop. Mijn achterwiel rolde in plaats van beter (wat we hoopten), juist slechter dus de achteras werd weer uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet op een manier dat hij weer lekker rolde. Helaas duurde de oplossing weer twintig kilometer. Weer de boel uit elkaar, ik weet inmiddels welk gereedschap welke naam heeft en wat er nodig is, en alles weer in elkaar (alle moeren werden steeds iets losser aangedraaid dan de keer ervoor). Vanaf die laatste keer rol ik lekker en heb ik tot dusver geen enkele tik meer gehoord. 

Berat

Na Tirana bezoeken we Berat en fietsen vanaf daar richting de kust naar het zuiden van Albanië richting Lefkas. We hebben Eric en Regina laten weten dat we naar Lefkas komen maar wanneer we er precies zullen zijn weten we nog niet. We hebben geen haast. Zoals zij ons al vertelden is het zuiden van Albanië erg mooi. De mensen zijn erg vriendelijk en gastvrij. Automobilisten toeteren, zwaaien en steken hun duim omhoog als ze ons passeren. 

‘The boys from Berat’

Als we onderweg zijn richting Vlorë komen we de eerste vakantiefietsers tegen. Het zijn twee fransozen. Zij zijn begonnen in Patras en fietsen richting Frankrijk. Zij zijn die dag laat begonnen, werden pas om 11:00 uur wakker. Later zal ik begrijpen waar ze zo moe van waren. De volgende dag hebben we namelijk een zware klim voor de boeg. We mogen naar 1060 meter hoogte met een pittige wind tegen.

Nicole Von Trapp

We fietsen die dag 41 km en besluiten op het hoogste punt van de berg, in de tuin van een restaurant te kamperen. Het lijkt steeds harder te gaan waaien dus zetten we eerst de tent op en gaan dan douchen en eten. We zijn een geoliede machine en hebben ieder zo onze eigen taak. Als de tent staat, zit ik in de tent en pak de fietstassen aan. Als ik één van mijn voortassen naast mijn matje zet hoor ik een sissend geluid. We horen mijn matje leeglopen. Nee, nee…hoe kan dit? Ik kijk Dennis vragend aan en begin te huilen. Ik ben moe en baal als een stekker. Wat heb ik gedaan waardoor ik dat matje lek prik? In Kroatië bij het opmaken van de kuna’s (Kroatische munt) heeft Dennis een broodmes gekocht. Die heb ik bij de kookspullen in mijn voortas gestopt, maar hij is zo scherp dat hij tijdens het fietsen door het canvas van de tas is gesneden en nu dus ook door mijn slaapmatje. Ik weet het even niet meer. Twee tassen met een gat (hond en mes) en een lek matje. Dennis stelt voor om eerst te gaan douchen (weer een douche met hurktoilet) en daarna in het restaurant het matje te plakken. Het blijkt niet een gaatje te zijn, maar een snee van ongeveer 1 cm. Ik vraag me af of dit goedkomt en of we die nacht samen op één matje lepeltje-lepeltje liggen of op twee matjes. Dennis gaat in het restaurant aan de slag met mijn luchtbed en zorgt ervoor dat ik die nacht gewoon op mijn eigen matje lig, een matje dat niet leegloopt. Gewoon lepeltje-lepeltje op twee matjes dus. 

Woei Woei!

We slapen wel slecht. Het stormt vreselijk daar bovenop die berg, de tent gaat alle kanten op en soms lijken we de lucht in te vliegen. Het zijn steeds hazenslaapjes die we doen. Gelukkig blijft verder die nacht alles heel en vertrekken we de volgende ochtend vroeg om aan de welverdiende afdaling te beginnen. 

Buitenlandse zaken

Het valt niet altijd mee om een geschikte slaapplek te vinden. We proberen zo low budget mogelijk te reizen en zouden het liefste willen wildkamperen. Langs de kust van Kroatië is dat bijna onmogelijk. Er zijn erg veel rotsen waar je je tent niet kunt neerzetten. Hierdoor zijn we regelmatig aangewezen op een camping of een goedkoop onderkomen. Campings zijn nauwelijks open. En als ze open zijn dan betalen we bijna hetzelfde als voor een appartement. Dan is de keuze snel gemaakt. We vinden de kust van Rijeka naar Split mooier dan die aan de kant van Istrië. Enige nadeel is dat we de weg delen met al het overige verkeer. En doordeweeks is het er druk met vrachtverkeer en bussen. De meeste houden rekening met ons, maar er zijn er ook die niet op ons rekenen en niet meer kunnen remmen, waardoor ze rakelings langs ons rijden. Het is wij of de weggebruiker aan de andere kant. In het weekend is het er een stuk prettiger om de fiets. 

Gewoon een foto onderweg

Als we op zaterdag vertrekken uit Senj komen we na 45 km het eerste dorp tegen waar we koffie kunnen drinken en wat boodschappen kunnen doen. We besluiten te proberen om een plekje voor de tent te zoeken als we het dorp weer zijn uitgefietst, maar er lijkt geen geschikte plek. Rond 16:00 uur komen we een geitenboer tegen op de weg. We vragen of hij Duits spreekt en hij knikt ja. Als we hem vragen of we mogen kamperen bij de geitenschuur zegt hij nee. We wijzen naar het veldje bij de schuur en vragen of we daar de tent neer mogen zetten. Dan knikt hij ja. Hij loopt een stukje mee en wijst ons de weg. We lopen het paadje naar beneden en staan ineens oog in oog met een kudde nieuwsgierige geiten.

Een kudde nieuwsgierige geiten

De geitenboer volgt en de geiten gaan de schuur in. We mogen een kijkje komen nemen. In de schuur staan nog een hoop jonge geitjes nieuwsgierig tegen de houten wand op te springen. Ze willen allemaal even onder hun kinnetje geaaid worden. Wij gaan de schuur uit en de boer sluit zich erin op. Wij vragen ons af of hij het goed begrepen heeft dat wij er onze tent neer willen zitten, dus we treuzelen nog even. Na een half uurtje van het uitzicht genoten te hebben zetten we onze tent op en pakken onze kookspulletjes uit. Als het toch niet de bedoeling is zijn we zo weer ingepakt. Een uur later komt hij de schuur uit. Zwaait en wandelt naar de weg waar hij aan de overkant zijn huis binnengaat. Het is helder en het koelt snel af.

Ons ‘geitenstekkie’

Als het donker is staan er miljoenen sterren aan de hemel. Het is adembenemend. De enige keer wanneer we dit gezien hebben was toen we vrijwilligerswerk deden in Costa Rica. Ook daar was het pikkedonker. Zo donker is het in Nederland helaas niet, dus zie je niet hoeveel sterren er aan de hemel staan. We slapen heerlijk en worden de volgende dag uitgezwaaid door de geitenboer en zijn vrouw.

Tot aan Split fietsen we langs de kust over de drukke D8. Bij Split besluiten we de kust te verlaten en een weg te nemen die meer door het binnenland loopt. Het blijkt een verstandige keuze. Het is minder druk en ook een heel ander landschap. De afwisseling is aangenaam. De zee maakt plaats voor bergen. Wie denkt dat het langs de kust vlak is om te fietsen heeft het mis, maar hier moeten we wat meer klimmen. In Nederland waait de wind vaak uit het westen. Hier blaast hij vaak uit het oosten, dus we hebben hem vooral tegen. Klimmen en harde tegenwind is niet mijn favoriet. En helemaal niet als het er ook nog bij gaat regenen. Na dagen van mooi weer kunnen wij ons bijna niet voorstellen dat het gaat regenen, maar het is toch echt voorspeld. We vinden een mooie plek voor de tent. En als we gegeten en afgewassen hebben barst het los. Het is net alsof we in een geitenschuur liggen. De tent heeft de geur van de geitenkeutels van het veldje bij de boer goed geabsorbeerd. Misschien is die regen ergens goed voor en spoelt die de geitenlucht eraf. De volgende ochtend pakken we ons boeltje nat in en fietsen richting Bosnië en Herzegovina. 

Eindelijk klaart het op

We lezen op de reisapp van Buitenlandse Zaken dat er voor Bosnie en Herzegovina veiligheidsrisico’s gelden. Ons verblijf moet geregistreerd zijn, dus wildkamperen zit er niet in. We kunnen het beste gebruikmaken van de grote grensovergangen anders kunnen we een boete krijgen voor “illegaal verblijf”. We moeten oppassen voor zakkenrollers. Is dat in Nederland ook niet zo? We zien geen reden waarom we dit land niet zouden kunnen bezoeken. We fietsen richting de grens als we worden tegengehouden door een man die geen woord Duits of Engels spreekt. Hij probeert ons duidelijk te maken dat we daar de grens niet over kunnen. Iets met de politie. Hij noemt allerlei plaatsnamen op, maar het zegt ons helemaal niks. Hij tekent op een briefje hoe we moeten fietsen. We tonen hem op maps.me waar we naartoe moeten (3 km verderop), maar volgens hem kunnen we daar echt de grens niet over en moeten we dus wat extra (klim)kilometers maken. We hebben die dag al extra kilometers gemaakt, omdat de weg was afgesloten. Dat hield in dat we een mooie afdeling hadden, maar verderop weer omhoog mochten klimmen. Dennis vindt dat we het gewoon moeten proberen bij de grens, maar ik denk dat die man het niet voor niets zegt en we volgen zijn raad op. De weg naar de andere grens levert weer wat extra spierkracht op. We mogen weer klimmen. Bij de grens krijgen we een stempel in ons paspoort en kunnen verder. We horen van de eigenaresse van het appartement dat de grens waar wij over hadden gewild de oude grens was en dat deze al 3 jaar gesloten is. Dat wist maps.me blijkbaar nog niet. 

Een rivier snijdt door het landschap (BeH)

De mensen in Bosnië en Herzegovina zijn bijzonder vriendelijk. De meeste spreken geen woord Duits of Engels, maar toch willen ze een praatje met je maken. Dennis is verbaasd over mijn talenknobbel. Ik denk die mensen te begrijpen, maar misschien vertellen ze me wel iets heel anders dan dat ik denk. Ze toeteren en zwaaien en houden rekening met je op de weg. En het is ook nog eens een mooi land. Wat wel jammer is, is dat ze niet echt bezig zijn met het milieu. Ze lijken alles van zich af te gooien of in de brand te steken. En er mag in de restaurants en cafés gerookt worden. Dat is met mooi weer niet erg. Dan zitten wij buiten, maar als je met regen zin hebt in een bakkie of even probeert op te drogen dan rook je gezellig een peukje mee. Dit is trouwens in Kroatië ook zo. 

Als we bij Mostar vertrokken zijn gaat het na 10 km mis. Ik hoor Dennis iets zeggen over een lekke band. Eerst denk ik nog dat hij zegt dat ik een lekke band heb, maar het is zijn eigen achterband. De buitenband is bij de velg gescheurd waardoor hij lekt rijdt. We hebben geen buitenbanden mee, maar wel iets om de buitenband mee te plakken. Een noodoplossing. We fietsen die dag niet ver. In totaal 48 km, dus we hopen dat met het lapwerk de tocht voortgezet kan worden en we de volgende bestemming zullen halen. Ideaal is het niet. Ondanks dat geen lange afstand is die dag is het een pittig ritje. We hebben wind tegen, het regent en we moeten flink klimmen. Kilometers lang hebben we een stijgingspercentage van minimaal 10 procent. Bij iedere bocht hopen we dat het daarachter vlak is of bergje af, maar helaas. En dan gaat het 5 km voor aankomst toch weer mis. Ik hoor een sissend geluid en Dennis vraagt of ik lek rijd. Het is weer zijn achterband. Lopen we verder?

Dennis stuurt Branko, waar we die nacht zullen slapen, een sms dat we moeten lopen en het nog even kan duren voordat we er zijn. Opnieuw gaan de tassen eraf en gaat  de fiets op z’n kop als er een auto stopt. Het is Branko. De fiets van Dennis wordt ingeladen. Die van mij kan er ook bij, maar ik besluit de laatst kilometers te fietsen. We zijn geen fan van de fietsen op elkaar liggend te vervoeren. En die laatste kilometers red ik ook nog wel. De laatste 3 km mag ik ook nog afdalen, dus de beloning van het klimmen is eindelijk daar. 

Branko verhuurt 3 kamers boven zijn restaurant. Verder is er in de weide omtrek helemaal niks. We moeten dus wel bij hem eten en na weken zelf gekookt te hebben vinden we dat helemaal geen straf. Hij stelt voor om iets typisch van het land te koken. Ik vraag hem voor mij iets vegetarisch te bereiden. Ik eet wel vlees, maar er moeten vooral geen vetjes of peesjes aanzitten. We krijgen ieder brood en salade. Dennis eet kalfsvlees met aardappels. Ik een koolgerecht met patat. Het smaakt heerlijk!

Mijn heerlijke ‘prutje’

De volgende ochtend bekijken we de achterband opnieuw. De scheur in de buitenband is groter geworden. Volgens Branko is onze eerste mogelijkheid voor het kopen van een buitenband 68 km verderop in Trebinje. Opnieuw lappen we de band op. De binnenband wordt geplakt en tegen de binnenkant van de buitenband leggen we een oud stukje buitenband. Je zou het een “thuisbrengertje” kunnen noemen. Alleen is 68 km klimmen en dalen best een eind. Het ziet er goed uit, maar als de fiets de tassen weer achterop heeft is de bult in de band ook weer groter. Ik vrees dat we Trebinje zo niet gaan halen. Dan maar op de hartelijkheid van de bevolking hopen en liften indien nodig. Na 7 km komen we in Ljubinje. Bij een bedrijfje met autobanden stoppen we. Dennis wijst de plek van de buitenband aan en de man gaat opzoek. Helaas. Hij heeft een aantal fietsbanden, maar niet de goede maat. Hij krabbelt de bandenmaat op een briefje. Wenkt Dennis dat hij mee moet in de auto en gebaart mij bij de fietsen te blijven. In een gammele VW Golf zie ik ze vertrekken. Na 10 minuten komen ze terug. Mét een buitenband. Ik steek mijn duim omhoog en de Bosniër trekt zijn schouders op van: tuurlijk regel ik dat. Het is een goedkoop exemplaar uit een Chinese Blokker, maar beter dat dan met een scheur in je band nog 61 km moeten fietsen. We bieden de bandenman een kop koffie aan als dank, maar daar wil hij niets van weten.

Wachten op de ‘bandenman’

Als we onze weg vervolgen worden we al snel staande gehouden door de politie. Ze staan op de weg met een stopbordje te zwaaien. Uiterst vriendelijk worden we aangesproken en wordt ons gevraagd of we toeristen zijn en waar we heen gaan. Dan zegt ze: ”accident”. Ik vraag of er verderop een ongeluk is gebeurd, maar ze schudt van nee. Ze kan echter ook niet uitleggen wat ze bedoelt, zover reikt haar Engels niet. We krijgen een briefje met een foto van mensen op een scooter gefotografeerd in de buitenspiegel van een auto met een tekst in het onleesbare Servisch. Dan gaan we samen met de agente en nog een dame in een geel hesje op de foto. Deze wordt gemaakt door een andere agent. We hebben geen idee waar het voor is, maar we lachen vriendelijk.

Trebinje

Ik vraag me af wat dit voor een dag is. In ieder geval één waar we zonder lekke band of klapband aankomen in Trebinje. En waar we allerhartelijkst met een raki (vuurwater) worden ontvangen bij appartement Ivana.

Proost!

Op de vlucht

Als we op woensdag Salzburg binnen rijden weten we dat we het de komende dagen makkelijk gaan krijgen. We volgen namelijk vanaf hier de Alpe Adria Radweg. Lekker de bordjes volgen dus. De fietsroute loopt van Salzburg naar Grado. We besluiten om er een deel van te fietsen. Van Salzburg naar Böckstein gaat het behoorlijk berg op. Vooral het stuk bij Lend en het laatste stuk in Bad Gastein zijn heel erg pittig. We hebben soms het gevoel dat de fietsen steigeren, maar gelukkig weigeren onze benen niet en redden we het boven te komen. We krijgen onderweg regelmatig te horen dat we de eerste fietsers zijn op de route. We krijgen duimen als goedkeuring voor het fietsen in de regen en de sneeuw. En men is verbaasd dat we met dit weer kamperen. Zo af en toe pakken we een hotelletje of Warmshowers voor wat comfort. 

De start was winters

We hebben in Tricesimo in Italië een Warmshowers geregeld bij Lorenzo. Als we in Villach zijn berichten we hem dat we denken dat we er over 2 dagen zijn. Volgens Lorenzo kan het in 1 dag, want na Tarvisio gaan het alleen nog maar bergaf. Hij laat weten dat het hem niks uitmaakt of we dinsdag of woensdag komen en ook niet hoe laat. De Alpe Adria route is prachtig, maar na Tarvisio is het schitterend. We fietsen over oude spoorlijnen die nu geasfalteerd zijn langs vervallen stationnetjes. Door tunneltjes die soms wel en soms niet zijn verlicht. En langs prachtige watervallen. 

Bergafwaarts over de oude spoorlijn

We hebben aardig de vaart erin en denken zelf ook dat het mogelijk moet zijn om nog diezelfde dag bij Lorenzo te overnachten. Hij heeft ons gevraagd of we pizza of pasta willen eten. Wanneer we zelf koken is pasta makkelijk te bereiden, dus kiezen we voor pizza. 

De dag ervoor heeft het tijdens onze fietstocht naar Villach gesneeuwd. Daardoor zijn sommige stukken van de route onbegaanbaar en moeten we soms terug om een andere route te volgen. De komende dagen wordt het prachtig weer, maar deze dag is het nog best fris. Naarmate het einde van de middag nadert begint het al behoorlijk af te koelen, Tricesimo ligt volgens mijn app aan de Alpe Adri Radweg, maar als we er bijna denken te zijn blijkt dat we een compleet ander pad gevolgd zijn. Volgens de bordjes zitten we op het juiste spoor, maar volgens mijn app niet. Het is 19:00 uur en we hebben 113 km gefietst. Ik ben er klaar mee. Ik snak naar die pizza maar kan het niet opbrengen nog eens 20 km in de het donker te fietsen over een onverharde weg vol kuilen. 

We zijn gestopt bij een groot stuk land en besluiten om daar te gaan wildkamperen. De vorige keer ging dat prima, dus waarom nu niet. Toen hadden we de tactiek om bij schemer eerst te koken en te kijken of er iemand langs zou komen. Nu is het echter al donker dus besluiten we om eerst de tent op te zetten. We lopen een flink eind het grasland in en besluiten bij een bomenrij de tent op te zetten.

Dan vliegt er plots een helikopter akelig laag over. Hij zwaait met een schijnwerper. Dennis grapt dat ze naar ons op zoek zijn. We hebben net de tent uit de tas als ik wat hoor rennen langs het water, tegenover onze bomenrij. Ik volg het geluid, maar kan niet zien wat het is. Volgens Dennis is het gewoon een beest. Dan moet het een heel groot beest zijn. Er vliegt een tweede helikopter over. Deze heeft geen schijnwerper maar rood licht. De eerste vliegt ook nog steeds in kleine rondjes om ons heen. Dennis denkt hardop: ”Misschien wordt er iemand gezocht?”. Weer horen we het geluid. Het is alsof er iemand achter de struiken bij het watertje rent.

We staan aan de grond genageld.

Plotseling horen we een auto over het fietspad waar wij vandaan zijn komen fietsen. Het is een klein autootje. Misschien een Smart. We horen een duidelijke mannenstem die de auto tot stoppen maant. Het portier van de auto gaat open en sluit snel weer. De auto rijdt verder. 

Is er iemand op de vlucht? Staan we de tent soms in de buurt van een gevangenis op te zetten? 

Ik ben er helemaal klaar mee. Stop de tent in de tas en we lopen vlug terug naar het pad waar we vandaan kwamen. Die 20 km extra naar Lorenzo en zijn pizza, lijken ineens een stuk aantrekkelijker. 

Als kerstbomen volgehangen met verlichting vervolgen we onze weg naar Warmshower-Lorenzo. 

Wat ben ik blij als we daar om 21:00 uur dan eindelijk zijn.

Lorenzo op z’n best

Vol enthousiasme worden we begroet. Ons bedje staat klaar en het deeg voor de pizza’s ligt op ons te wachten. Na een warme douche geeft Lorenzo ons een workshop pizza maken. Lorenzo is een kruising tussen Bart Chabot en Dolf Jansen. Hij heeft zoveel energie dat hij 3 keer zo snel praat als dat wij doen. Hij heeft zoveel energie en zoveel te vertellen dat ik meteen uit mijn energie-dip ben. Om 22:30 uur eten we heerlijke pizza’s en om 23:30 uur rollen we moe maar voldaan ons bed in. Ik mag niet helpen opruimen, maar vraag me af wat hij aan het doen is in de keuken. Het lijkt op een verbouwing zoveel kabaal maakt hij. Tijdens zijn verhalen ging hij, wanneer hij enthousiast werd, steeds harder praten. Wellicht vindt hij afwassen ook fantastisch. 

Lorenzo fiets een stukje met ons mee richting Cividale

Warme douche 2

Nadat we de manage verlaten hebben fietsen we nog een klein stukje langs de Rijn. In Mannheim verruilen we de Rijn voor de Neckar. Langs het water fietsen is altijd goed. Dan blijf je tenslotte laag. Toch zitten er die dag wat venijnige klimmetjes in de route en beseffen we ons dat het weleens gedaan kan zijn met de vlakke wegen. 

We merken dat het fietsen ons steeds makkelijker af gaat. We worden sterker en zelfs wat lichter (hebben we op de weegschaal gezien). We denken iedere dag: morgen houden we een rustdag. Er lijkt alleen steeds geen geschikte plek te zijn om die rustdag in te lassen. In Eberbach stoppen we in de middag bij een bakker die op zondagmiddag open is. We hebben al een paar keer verlekkerd naar gebak gekeken, maar steeds had een broodje de voorkeur. Het gebak wint het dit keer van het broodje. Ik ga voor kersen kruimelgebak. Dennis wijst iets aan, maar heeft geen idee wat het is. Het ziet grijs van binnen en waar het naar smaakt weten we niet. Echt lekker vind ik het niet, maar Dennis smaakt het prima. Ondertussen bedenken we waar we die nacht zullen slapen. We zijn na Heidelberg veel campings tegengekomen, maar er is er niet één geopend. Als we het vragen bij een campingeigenaar is het steevast: Nein. Hij zegt dat het niet mag. Hoezo niet? Plek genoeg lijkt ons. Het zal iets te maken hebben met de verzekering. Ook de camping in Eberbach is niet open. Een geschikte plek voor wildcamperen hebben we niet gezien. 

Via airbnb vinden we een kamer bij Dieter. Hij meldt ons dat hij de kamer nog even in orde moet maken, maar dat we over een half uur welkom zijn. Dieter is een klein mannetje van rond de zestig met coup windhoos. De wind is duidelijk van achteren gekomen. We kunnen onze fietsen in zijn garage zetten en hij laat ons zijn huis zien. We hebben een ruime slaapkamer met een tafel en stoelen. Een mooie plek om een verhaal voor het blog te schrijven. We mogen gebruik maken van de keuken waar we ons blik ravioli opwarmen. Als ik opmerk dat Dieter een aardige man is beaamt Dennis dat. Hij heeft wel zo zijn bedenkingen bij de foto’s die hij in de gang en keuken heeft zien hangen. Braziliaanse dames in een veel te klein wit bh-tje. Zouden het internetliefdes zijn die dan ineens geld nodig hebben wat hij nooit meer terug ziet? Als we de volgende dag willen vertrekken klopt Dennis op de woonkamerdeur. Dieter blijkt die nacht op een luchtbed in zijn woonkamer te hebben gelegen en komt zuchtend en steunend overeind. Hij is ziek. Ik vraag hem of ik wat voor hem kan halen, maar dat hoeft niet. We wensen hem beterschap en vertrekken. 

Het weer is omgeslagen. Het waait flink en we hebben ’m tegen. We krijgen berichten uit Nederland dat het daar regent. Tot nu toe hebben wij nog geen druppel regen gehad, dus je hoort ons niet klagen. We staan alleen af en toe bijna stil, zo hard waait het. In de middag komen we aan in Heilbronn. We zijn geen enkele camping gepasseerd en al waren we die wel tegen gekomen, geopend zijn ze waarschijnlijk toch niet. We gaan voor een goedkoop onderkomen via boeking punt kom, en fietsen er, nadat we het online geboekt hebben, gelijk heen. Het is even zoeken buiten het centrum, maar we komen aan bij een woonhuis. We denken dat we weer een soortgelijke kamer hebben geboekt als bij Dieter, maar niets is minder waar. Er wordt open gedaan door een man die ons aankijkt alsof hij een geest ziet. Hij spreekt geen woord Duits of Engels en ziet er onverzorgd uit. Boven gaat een raam open. Een dame vraagt of wij ook een kamer hebben geboekt. Eerst denk ik dat zij de eigenaresse is, maar al gauw blijkt dat ook zij een kamer heeft geboekt. Tenminste, zo doet ze het voorkomen. Ze zegt dat het er een zwijnenstal is en dat de man beneden vandaag zou uitchecken, maar niet is weggegaan. Volgens haar is er voor ons dus geen kamer vrij. Ik vraag me af in welke serie we zijn beland. Bananasplit? De dame die nog steeds uit het raam hangt geeft me het nummer van de eigenaar, maar als ik bel krijg ik zijn voicemail. Ik spreek in en verzoek hem terug te bellen. De dame zegt dat we voor de grap eens boven moeten komen kijken. Dennis bedankt, hij is er al klaar mee, maar mijn nieuwsgierigheid is te groot. Het is nog erger dan een studentenwoning. Overal kleding, geen opgemaakte bedden en een heel smerige badkamer. Hier wil ik niet eens gratis slapen. Ook de dame zegt te vertrekken en loopt mee naar buiten. We fietsen terug naar het centrum en vragen ons af of de dame in het complot zat of niet. We hebben 35 euro betaald nadat we hadden geboekt en denken te kunnen fluiten naar ons geld. Een uur later belt de eigenaar en legt uit dat de Rus nog een nacht langer wilde blijven en hij geen boeking had gezien die ochtend. Dat kan kloppen. Wij hebben om 15:00 uur geboekt, omdat er volgens de site nog een kamer vrij zou zijn. Hij belooft me het geld terug te storten. Ik vraag me af of dat zal gebeuren. Het kan ons niks meer schelen. We boeken een veel te duur hotel en genieten van de luxe.

De volgende dag gaat de reis naar Stuttgart. Via Warmshowers zijn we welkom bij Marcus. Een fijn idee dat we dit keer niet last-minute hoeven te zoeken naar een slaapadres. Marcus meldt ons dat hij vanaf 15:00 uur een afspraak heeft en er ’s avonds niet zal zijn om ons gezelschap te houden. Dat vinden wij helemaal geen probleem. We kunnen het na 800 km nog steeds goed met elkaar vinden. 

Het waait die dag erg hard. En weer hebben we wind tegen, maar….ook nu is het droog. 

In Nederland zijn we verwend met goede fietspaden en duidelijke aanwijzingen. In Duitsland fiets je regelmatig op het voetpad, omdat het moet. Of gewoon buiten de bebouwde kom daar waar ook de vrachtwagens rijden. We hebben of wind tegen of zijwind. Het is veel klimmen, maar ‘what goes up, must come down’, dus af en toe zoeven we naar beneden. Dat is lekker, maar met zijwind en vrachtverkeer toch best een beetje griezelig. Dennis lijkt nergens last van te hebben en raast soms met 60 km per uur de berg af. Ik zit nog net niet met samengeknepen billen op de fiets, maar hou het stuur wel stevig vast. 

Het is nog flink doortrappen, want we moeten voor 15:00 uur bij Marcus zijn. Het is zoeken in de stad en om 15:10 uur komen we aan bij zijn appartement. Marcus heeft geen haast en helpt ons de fietsen in de kelder te zetten. We krijgen van hem de sleutel en hij meldt dat hij zelf bij zijn vriendin slaapt. We kunnen doen alsof we thuis zijn. En de volgende dag gooien we gewoon de sleutels in de brievenbus. Wat een vertrouwen en gastvrijheid!

Fietsen veilig in de kelder in Stuttgart

Stuttgart uit fietsen valt nog niet mee. Het fietspad is afgesloten, maar er wordt geen enkele omleiding aangegeven. We komen op het terrein van Mercedes terecht en hebben het gevoel er nooit meer weg te komen. Het kost ons een uur. Ik denk dat ze ons wilde overtuigen een Mercedes te kopen, maar het is niet gelukt. Via Esslingen am Neckar, waar we op een terrasje een lekker bakkie drinken, fietsen we naar Göppingen. Lena en Ian hebben via Warmshowers een onderkomen aangeboden. Zij hebben verschillende fietstochten gemaakt en weten als geen ander hoe fijn het is als je bij iemand onderdak kan vinden. We mogen tussen de lapjes stof, waar Lena van alles van maakt, op een slaapbank slapen. We eten käsespätzle met een salade en als toetje krijgen we rijstpudding met mango. Alles smaakt heerlijk en we hebben een gezellige avond. Lena moet de volgende ochtend op tijd naar haar werk, maar we doen ons te goed aan de broodjes die Ian voor ons heeft gehaald. Voor vertrek mogen we de overgebleven broodjes smeren en meenemen. We krijgen nog speciale kruiden om te koken en koekjes voor tussendoor toegestopt. Met de buikjes en de tassen gevuld vervolgen we onze weg naar het volgende avontuur. 

Translate »