• info@pedalenenverhalen.nl

Auteurarchief Nicole Aaij-Burgmeijer

Bevallen in de woestijn

Nadat we twee dagen zijn ondergedoken in een hotel met airco in Nukus, vertrekken we vol goede moed richting Khiva. Ook nu belooft het weer een warme dag te worden, dus we vertrekken vroeg. We fietsen in het donker door de woestijn en zien rond 5:45 uur de zon opkomen. We weten dat er na 72 km een hotel komt maar hebben gehoord dat het er vies is. Wildkamperen of 120 km fietsen naar een ander hotel heeft onze voorkeur. 

Bij 45 graden snakken we, het is al middag, naar een douche. Op maps.me hebben we een hotel gezien, maar als we er naartoe fietsen loopt de weg plotseling dood. Op een paar huizen na staat er niets wat in de verste weg op een hotel lijkt. Een dame probeert ons samen met haar dochter en kleindochter te helpen. Er blijkt daar helemaal geen hotel te zijn. Zij spreken geen Engels en wij geen Russisch, maar we komen er aardig uit. Er is wel een ander hotel, maar ze kunnen niet op de kaart aanwijzen waar het precies is. De dame stelt vriendelijk voor om bij haar te blijven eten en slapen. In Oezbekistan en omliggende landen kun je te maken hebben met het fenomeen ‘tarof’. Mensen bieden je dan uit beleefdheid iets aan, maar je weet nooit zeker of ze het menen of niet. Je kunt het volgens de regels van ‘tarof’ dus het beste afslaan. Het aanbieden en afslaan kan wel 3 minuten duren, voordat je zeker weet of het aanbod gedaan wordt uit beleefdheid of niet. Mensen hebben hier niet veel, dus je wilt ook geen misbruik maken van een aanbod dat uit ‘tarof’-beleefdheid wordt gedaan. 

We zeggen dat we naar een hotel willen en slaan dus het aanbod af. Dit wordt direct geaccepteerd. Er wordt een vriendin gebeld die Engels spreekt en Dennis uitlegt hoe we naar het hotel moeten fietsen. Dennis kan echter zijn aandacht er slecht bij houden. Hij voelt zich niet zo lekker door de warmte. Ondertussen krijg ik van de dame eten mee. Het zijn vijgen en iets wat op twee grote halve koeken lijkt. Dat sla ik niet af en stop het in mijn tas. Later, als we het hotel gevonden hebben, check ik wat we hebben gekregen. Het blijken twee halve broden te zijn, maar deze zijn zó hard dat we onze tanden zouden breken als we er een hap van namen. 

De volgende dag hoeven we niet ver meer maar de weg is slecht naar Khiva. Het is best vermoeiend om door gravel te fietsen en steeds de gaten in de weg te moeten ontwijken. We zijn opnieuw vroeg vertrokken, dus komen al rond 11:00 uur aan in een hostel in Khiva. Daar treffen we de Fransman Jeremy en Duitser Felix. Beide fietsers hebben we eerder in de haven van Alat ontmoet. Jeremy had een boot eerder dan wij en heeft een stuk door de woestijn van Kazachstan gefietst. Felix zat wel bij ons op de boot en met hem zijn we vanaf de haven in Kazachstan naar Aktau gefietst. Onderweg naar Aktau ontdekte we dat zijn buitenband aan het scheuren was; iets waar geen enkele fietser blij van wordt. Bovendien heeft Felix een heel afwijkende bandenmaat (fat bike) die hier niet te krijgen is. Felix heeft spijt van zijn fietskeuze. Waar wij vanaf Aktau de trein naar Nukus hebben genomen, blijkt hij vanaf Aktau toch nog een moedige poging gedaan te hebben om te fietsen. Hij is uiteindelijk al liftend en met de trein in Khiva aangekomen. En gaat ’s middags weer verder met een taxi. Fietsen zit er niet in totdat hij een nieuwe buitenband heeft gevonden. Voor de zekerheid heeft hij er ook een vanuit Duitsland besteld. Hij laat deze naar Dushanbe verzenden en hoopt dat dit niet weken gaat duren.

Wij genieten twee dagen van Khiva. Een plaats midden in de woestijn die ooit een belangrijke plaats was aan de zijderoute. Er werd op grote schaal slaven verhandeld. Khiva groeide uit tot een machtige stad met moskeeën, Koranscholen en paleizen. 

Vanaf Khiva is het 480 km door de woestijn naar Bukhara. We weten dat er weinig voorzieningen zijn onderweg, dus we zorgen voor voldoende water en eten. Ongeveer om de 70 km kunnen we water bijvullen. Ook nu starten we om 5:00 uur in de hoop dat we op het heetst van de dag kunnen schuilen in een van de theehuizen op de route. 

Na 110 km fietsen, rond 12:00 uur, zien we een motel met een restaurant. Voor een prima prijs kunnen we er overnachten. Als Dennis onder de douche wil stappen komt er geen druppel water uit de kraan. Ik leg het probleem voor aan de eigenaar en hij loopt met me mee naar de kamer. Het gesprek gaat met handen en voeten. Hij vraagt me of we kinderen hebben. Ik antwoord zoals altijd ontkennend. Dan vraagt hij of Dennis en ik apart slapen. Wat moet ik hier nu op antwoorden? Dan zegt hij tot 3 keer toe dat ik een mooi figuur heb en dat hij 3 kinderen heeft.  Hij wil wel wodka met me gaan drinken. Ik zet de gang erin, zodat we zo snel mogelijk bij de kamer zijn. 

(We krijgen dagelijks de vraag of we kinderen hebben. De reactie als we zeggen dat we geen kinderen hebben is zoiets als: Er moet wel iets mis zijn met Dennis, want als vrouw wil je toch kinderen? Lastig uit te leggen. We spreken af dat we vanaf nu zeggen dat we 2 kinderen hebben, Britt en Lois. In werkelijkheid zijn dat onze nichtjes, maar dat weten zij natuurlijk niet.)

Onze mooie dochters.. ehhhh nichtjes

Het is zo warm in de slaapkamer dat we besluiten de matrassen naar de woonkamer te slepen waar de niet goed werkende airconditioning hangt. Hij koelt nauwelijks, maar hij verplaatst in ieder geval nog wat lucht. Als ik de volgende morgen Dennis hoor slepen met de matrassen en wil helpen, stoot ik keihard mijn tenen aan de drempel van de badkamer. Huilend rol ik op de bank van de pijn en misselijkheid. Ik heb het gevoel dat ik moet spugen. Erop staan lukt niet, maar fietsen gaat wel. 

Om 5:00 uur stappen we op de fiets de woestijn weer in. Ondanks dat het de enige weg is naar Bukhara, is er weinig verkeer. Links en rechts zien we alleen maar zand. Als de zon opkomt wordt het heel snel warm. 

Op de vluchtstrook staat naast een auto een grote familie. Komt dat allemaal uit één auto? Het zoontje geeft ons een high-five in het voorbijgaan. Even later passeert het gezin ons met de auto en houdt het jongetje wat uit het raam. Het lijkt alsof hij een kaartje in zijn hand heeft. De bestuurder stopt en wij ook. Het jongetje blijkt een bankbiljet in zijn hand te hebben en wil die aan ons geven maar dat willen we niet aannemen. De familie gebaart echter dat we het wel moeten doen. We hebben geen keus. Ik voel me opgelaten, maar pak het biljet dankbaar aan. Ik tel 8 hoofden in de auto, 3 volwassen en 5 kinderen. Nadat we een foto hebben gemaakt rijden ze verder. Ik kijk in mijn hand. We hebben 1000 som (10 eurocent) gekregen. Een groot gebaar van zo’n klein ventje!

We hebben tegenwind en die geeft geen enkele verkoeling. Meestal fietst Dennis voorop, maar vandaag is mijn tempo hoger. Het lukt me niet om hem in mijn wiel te houden. Ik fiets steeds een stukje bij hem vandaan. Als ik vraag of het gaat antwoord hij dat hij de woestijn geestdodend vindt en dat hij de energie niet heeft om harder te gaan. Ik heb er op dat moment geen last van. Ik vraag hem of hij wil liften. “Als er iemand een lift aanbiedt, zeg ik geen nee”, zegt hij. Ik weet genoeg. Ik ken het gevoel van er doorheen te zitten. Alleen kwam er dan altijd wel een schaduwplek om even te rusten of wat te drinken of eten. Hier is niets anders dan zon en zand. Ik hou het weinige verkeer in mijn spiegel in de gaten. Als er vrachtwagens naderen spring ik van de fiets en steek mijn duim op. Bij de derde poging stopt er een klein vrachtwagentje met een laadbak. We kunnen mee naar Bukhara, maar dan moeten we wel achter in de laadbak bij de fietsen. Prima! Ik weet dat de laatste 90 km erg slecht zijn, met veel gaten in de weg. Dat wordt stuiteren straks! Maar na ongeveer 30 km houdt het avontuur in de laadbak alweer op. De chauffeur stopt en maakt duidelijk dat hij het kleine dorpje naast de weg in moet, maar dat hij na 10 minuten terug is en ons weer zal oppikken. We laden alles uit en fietsen een klein stukje door naar een theehuis. Ik geloof er niks van dat de man terugkomt, maar Dennis gelooft erin.

We kopen wat te drinken en Dennis speelt een spelletje met een jongetje. Dennis moet raden bij welke club de voetballer speelt die het knulletje opnoemt. Na driekwartier wachten ben ik het zat en zetten we de fietsen langs de weg en steek ik mijn duim op. Ik zet in op vrachtwagens en busjes. Er stopt een vrachtwagenchauffeur, maar die had niet in de gaten dat de fietsen ook mee moesten. Helaas gaat dat niet passen. 

Bij Roestam hebben we meer geluk. Hij vervoert stalen buizen en heeft nog plek voor de fietsen. Wij kunnen 300 km mee in de cabine. Ook Roestam vraagt of we kinderen hebben door te zeggen: ”Baby?” Als ik automatisch nee zeg denk ik: oh jawel. Ik zeg: ”Nee geen baby, twee grote kinderen”, en maak een gebaar van groot en twee. Roestam knikt instemmend.

Bij Roestam in de cabine

Nadat we 2 uur in de vrachtwagen zitten passeert onze eerste lift. Hij gaat dus wel naar Bukhara, maar met die 10 minuten bedoelde hij zeker wat anders.

Roestam stopt twee keer om te checken of de fietsen nog wel goed vast staan. De weg is namelijk niet overal even goed. Het laatste stuk is verschrikkelijk hobbelig. Dat lijkt de mensen hier niets uit te maken. De meeste rijden er met een aardige snelheid overheen. Het lijkt ook wel alsof ze een wedstrijdje doen wie de meeste bagage op dak of in een aanhanger mee kan nemen. Het wordt zo hoog opgestapeld dat het vaak gevaarlijk naar één kant helt. 

High five!

Dertig kilometer voor Bukhara is Roestam op de plaatst van bestemming en laden we onze fietsen uit. Bij een supermarktje stoppen we voor water en wat te eten. Het is inmiddels 16:30 uur en we hebben best trek. Het ontbijt was om 4:00 uur ’s ochtends en we hebben de lunch overgeslagen. We “kletsen” met twee Oezbeken, drinken en eten een cakeje. Ik bied hen ook wat aan, maar dat is slecht voor de tanden. Een van de mannen lacht een glimmende rij gouden tanden bloot. De mannen die de supermarkt bevoorraden met ijsjes bieden er ons ook één aan. Als twee blije kinderen genieten we van het vanille-ijsje. Als de ijsboeren ons later inhalen toeteren en zwaaien ze enthousiast. Na 30 km gaten ontwijken vinden we een fijn hotel met een werkende airco en vallen we vroeg en tevreden in slaap.

Azer’zwaai’djan

Het wachten op mijn nieuwe achteras dwingt ons om uiteindelijk 9 dagen in Tbilisi te verblijven. Geen straf, want de stad is prachtig. We wandelen ’s ochtends en ’s avonds door de het oude levendige centrum. En overdag brengen we onze tijd door met een goed boek in ons goedkope en ruime onderkomen met airco. 

Na twee weken samen met Ian gefietst te hebben nemen we afscheid in Tbilisi. Wellicht komen we elkaar onderweg nog tegen, maar als dat niet zo is gaan we elkaar zeker weer ontmoeten. We hopen dat hij ons in Nederland komt opzoeken en hij heeft ons vast uitgenodigd om bij hem langs te komen in het Lake district. 

We spreken af om met Thomas, Geraldine en Stefano te gaan eten. Thomas en Geraldine waren ons eerste ‘Warmshower hosts’ in Keulen en zijn ook in Tbilisi. Thomas fietst in zijn eentje naar Vietnam in een jaar tijd. Hij heeft afgesproken met 3 vrienden die hij daar 25 jaar geleden heeft ontmoet. De meeste mensen dachten dat Thomas een grapje maakte toen hij zei dat hij ernaartoe zou gaan fietsen. Het is dus maar de vraag of de rest van de club zich ook aan de afspraak houdt en op de aangegeven datum in Vietnam zal zijn. 

Geraldine, de partner van Thomas, zoekt hem onderweg af en toe op. 

Stefano, een fietser uit Italië, volgen we sinds een paar weken op Instagram. Hij zit steeds vlak achter ons en Tbilisi is de perfecte plek om elkaar te ontmoeten. En dat doen we dus ook. We hebben een gezellige avond. Thomas neemt ons na het eten mee naar een café waar hij de dag ervoor goede wijn en bier heeft gedronken. De mannen gaan aan het bier, Geraldine aan de wijn en ik aan een heerlijke zelfgemaakte limonade. Alcoholische drankjes zijn gewoon niet zo mijn ding. 

Mijn nieuwe achteras wordt, nadat een eerdere poging om onderdelen ervoor vanuit Nederland naar Turkije te verzenden is mislukt, meegenomen uit Duitsland door de vriendin van Peter, weer een andere Duitse fietser. Peter heeft zich alleen vergist in de dag. Zijn vriendin komt niet op vrijdag, maar op zaterdag aan. Gelukkig is de beste fietsenmaker van Tbilisi tot 19:00 uur open en als we om 17:00 uur met een achterwiel en een nieuwe achteras aankomen, blijkt dat hij die tijd ook hard nodig heeft om de as te verwisselen. De zondag erna gaan we weer op pad, en wat is het heerlijk om zonder een tik in de as verder te fietsen! 

Er zijn drie mogelijkheden die ons naar de grens met Azerbeidzjan brengen. We kiezen voor de weg met de meeste hoogtemeters, omdat de omgeving ons daar het mooiste lijkt. We mogen dan ook weer flink klimmen. Met een uitgerust lijf is dat prima te doen. De temperatuur is goed, zo rond de 27 graden. 

We gaan een bergpas over en zien de Kaukasus voor ons liggen. Net voor het gebergte slaan we rechts af richting Azerbeidzjan.

Bij de grensovergang wordt alle bagage gescand. We mogen geen drone meenemen. Die hebben we ook niet. 

Voor ons het 13e land

 Het is prachtig om door de vallei te fietsen. Het is een heel andere omgeving dan waar we de grens passeerden in Georgië. Daar waren de mensen wat afstandelijk en keken ons soms met achterdocht aan. Hier lijkt het land ook net iets meer ontwikkeld waardoor de blikken misschien minder hard en meer hartelijk zijn. De Azerbeidzjanen zijn uiterst vriendelijk en we worden van harte welkom geheten. Tegen het enthousiaste aan! 

Heerlijk dit

Ineens is de weg ook geen hobbelig asfalt meer, maar een mooi glad wegdek. De mensen zwaaien overal uitbundig en toeteren naar ons alsof we de koninklijke familie zijn. Ze lachen, proberen een praatje te maken, willen met ons op de foto en we krijgen in het voorbijgaan een meloen in onze handen geduwd. 

Als we de volgende ochtend onze spullen hebben ingepakt kijken we naar de mogelijkheden voor de route richting Baku en Alat. Het wordt warm die dag. Rond de 36 graden. We besluiten daarom de weg te kiezen waarbij we minder hoeven te klimmen, we fietsen weg van het Kaukasus gebergte. 

Na een paar kilometer komt er een fietser naast ons rijden. Hij houdt hele verhalen tegen ons in het Russisch en wij antwoorden voor het gemak maar in het Nederlands. Verstaan doen we elkaar toch niet. We doen wel alsof we elkaar begrijpen, maar dat is niet zo. Hij lijkt met zijn gele hesje iemand van de gemeente en slaat rechtsaf als hij zijn collega’s met net zulke gele hesjes ziet. 

De weg is op deze route niet meer zo goed geasfalteerd. We hobbelen samen met de vele Lada’s door de kuilen en het grind. De paarden en koeien lopen hier los langs de weg maar het lijkt met het verkeer allemaal goed te gaan. 

We proberen zoveel mogelijk water uit flessen te drinken, maar als we onderweg een kraan zien vullen we voor de zekerheid toch maar een bidon. Er is hier soms weinig te koop onderweg. Achter het kraantje waar we onze bidons vullen, staat een gebouw dat een barretje blijkt te zijn. Nieuwsgierig komt de tandeloze eigenaar kijken en vraagt of we cay (thee) willen. Thee is erg lekker om te drinken met warm weer dus we stemmen in en nemen plaats op zijn terras. We krijgen een pot thee met schijfjes citroen en maken een praatje. Ondanks dat we elkaars taal niet machtig zijn lijken we elkaar toch echt te begrijpen. Hij wil weten hoeveel kilometer we hebben gefietst en hoelang we onderweg zijn. Hij vraagt waar we naartoe gaan. Als ik het op mijn mobiel laat zien wijst hij naar een deur achter ons een maakt een gebaar van douchen en slapen. Hij wappert met zijn shirt dat het veel te warm is om nog eens 80 km verder te fietsen. We kunnen wat hem betreft blijven. Het is pas 12:00 uur en we willen de 80 km die we nog te gaan hebben graag afleggen dus we slaan zijn aanbod af. Als we de pot thee willen betalen wil hij daar niks van weten. We maken een selfie met zijn vrouw en wat dorpelingen erbij, en stappen weer op de fiets. 

Na zo’n 30 km trappen in de brandende zon is daar ineens een supermarktje. We stoppen in de schaduw en kopen water, frisdrank en koekjes. De koekjes zijn zacht. Geen idee of dat zo hoort, maar de smaak is heerlijk. 

Er stopt een man in een Lada en hij stapt uit voor een praatje. Iedereen vraagt ons of we Russisch spreken, maar dat doen we niet. Het maakt hem niet uit en hij begint met handen en voeten vragen te stellen. We hebben echt geen idee waar hij het over heeft. We zeggen dat we uit ‘Hollanda’ komen en wijzen op de kilometerstand. Vol bewondering kijkt hij naar de 6700 km en maakt een gebaar dat we sterke benen hebben. Hij maakt duidelijk dat hij 70 jaar is en wij vertellen hem onze leeftijden. Dan vraagt hij of we kinderen hebben. We schudden van nee. Hij kijkt afkeurend en maakt een wegwerp gebaar naar Dennis en richt zich op mij. Hij heeft 10 kinderen en steekt daarna 5 vingers op. Dennis grapt dat hij die bij 5 verschillende vrouwen heeft. De man kijkt er ontzettend trots bij en gebaart dat ik wel met hem mee kan naar huis, en lacht er veelzeggend bij. Nou, dank u wel! 

Leg hier maar eens uit dat we bewust kinderloos zijn. We hebben dit eerder in Azië meegemaakt en we merkten toen al snel dat mensen dat niet begrijpen. Dan denken ze al snel dat er iets mis is. 

De man probeert ons nog een keer mee te krijgen en wijst in de richting van een aantal huizen. We begrijpen dat hij daar woont. Dan maakt hij het geluid van een schaap en maakt hij een snijdende beweging langs zijn keel. Hij is bereid een feestmaal te serveren. We bedanken hem voor het genereuze aanbod maar wijzen het af. Laat dat schaap maar leven. Wij gaan fietsen! 

De weg wordt alsmaar slechter. Dan ineens fietsen we kilometers tussen de wegwerkzaamheden. De bergen zijn kaal en dor. Door de stof van de weg lijkt het net een woestijn. Ondanks dat de meeste weggebruikers rekening met ons houden worden we regelmatig bedekt met een stoflaag. 

Another one bites the dust!

De meeste auto’s passeren ons langzaam. De inzittenden kijken nieuwsgierig naar ons, lachen en zwaaien. Sommige zitten achterstevoren in de auto. Soms zelfs ook de bestuurder. 

Een van hen stopt langs de weg en houdt een flesje water uit het raam. Een klein gebaar, maar op zo’n moment zo groots. Mensen die op het oog zo weinig hebben, maar toch alles met je willen delen. Het ontroert me steeds weer. 

In Mingacevir, de vierde stad van Azerbeidzjan, gaan we op zoek naar een onderkomen. We hebben echt een douche nodig om het stof van ons af te spoelen en we verlangen naar een dagje rust. Op 5 juli is onze trouwdag en dat willen we vieren dus we vinden dat het best een beetje luxe mag. Het eerste hotel vraagt 70 euro per nacht. Dat vinden we toch echt te gek. We proberen te leven van max 30 euro per dag dus dat is ver boven budget. 

Het tweede hotel vraagt 30 euro per nacht. Het ziet er mooi uit, dus we besluiten het te doen. De fietsen mogen binnen staan, maar als we die naar binnen willen rollen moeten ze toch ineens buiten onder een afdak staan. Dat vertikken we. De fiets is ons alles, dus als die niet veilig binnen kan worden weggezet, vertrekken we weer. 

Bij een motel worden we geweigerd, omdat we getrouwd zijn. Tenminste, zo begrijpen we. Of eigenlijk, we begrijpen het niet. 

De laatste en goedkoopste optie is een hostel maar dat kunnen we niet vinden. Als Dennis het gaat vragen stopt er een auto naast me. De man wil met ons op de foto. Dennis weet inmiddels waar het hostel is, maar de man met de auto staat er op ons er heen te brengen. Hij stapt weer in en wij fietsen achter hem aan. Hij rijdt de verkeerde kant op. Als we gebaren dat we de andere kant op moeten, zegt hij nogmaals dat hij heel goed weet waar het is. We fietsen schoorvoetend nog een stukje mee, maar bij een volgende kruising slaan we toch maar af. Nam die gast ons nou in de maling? 

Als we uiteindelijk voor de deur van het hostel staan (we reden er zó naartoe) komt ook die gast met die auto weer aanrijden en roept blij dat het daar is, en wijst naar de deur van het hostel. We bedanken hem met het nodige gespeelde enthousiasme en gaan een kijkje nemen in het hostel. 

Dit blijkt na lang zoeken uiteindelijk de beste plek te zijn. We hebben een kamer voor onszelf met airco, douche, toilet en ontbijt voor 7,50 euro per nacht in het centrum. De fietsen mogen we bij de buren (de apotheek) in de winkel zetten. Na 127 km op de teller en een heerlijke douche gaan we uiteten. 

We zijn onder het dagbudget gebleven.

Turkije, Georgië, China; werelden van verschil

We genieten van de laatste dagen in Turkije. Het weer is goed, de wegen zijn prima en het landschap is afwisselend waardoor het nooit saai wordt. Ian besluit om op de juiste plek een lekke band te krijgen. Precies voor een huis waar wat vrouwen met hun kinderen buiten bezig zijn de vloerkleden uit te kloppen. Ze kijken nieuwsgierig naar wat we aan het doen zijn en giechelen als ik zwaai. Na een paar minuten komen ze verlegen kijken. Ze zijn toch wel nieuwsgierig. Als het ijs gebroken is willen ze met me op de foto. Een vrouw op een fiets is denk ik heel bijzonder voor ze. Ook de mannen komen erbij en helpen waar mogelijk om de band te plakken en het wiel weer te monteren. Ze vinden het allemaal reuze interessant. De buurman, die zich inmiddels ook aangesloten heeft, biedt ons koffie aan. Hij moet er een stukje voor lopen, maar we moeten de boel nog opruimen dus dat is geen probleem. We nemen plaats in de tuin van de giechelende dames waar even later de buurman inderdaad met koffie verschijnt. Hij moet even over het hek worden geholpen omdat hij de kortste route via het weiland heeft genomen. Het blijft niet bij koffie. Er komt brood met eigen gemaakte jam en kaas op tafel. Koeken, die lijken op gevulde koeken met stroop, zijn er ook. Voor ieder twee. En ondertussen proberen we met elkaar te communiceren. De buurman verteld dat hij twee dochters en een zoon heeft. Om dochters uit te beelden houdt hij zijn handen op tepelhoogte en maakt bolle bewegingen. Hij begint erbij te lachen. Om er nog een schepje boven op te doen houd ik mijn wijsvinger voor mijn gulp en steek een vinger op wat 1 zoon betekent. Hij schatert het uit. 

Me and the boys

Ik zit als enige vrouw tussen de mannen. De dames blijven binnen en komen alleen naar buiten als ze wat te eten of drinken brengen. Het is niet voor het eerst dat ik als enige vrouw tussen de mannen zit in Turkije. Als we weleens wat drinken valt het ons op dat alleen de mannen aan de thee zitten en een spelletje rummikub spelen. 

Nadat we alles op hebben nemen we afscheid en vervolgen onze weg. Dennis grapt dat zo’n lekke band zo gek nog niet is. Die dag rijdt hij twee keer lek, maar helaas niet op de juiste plek. 

Het is soms knap lastig het lek in een band te vinden als er aan de buitenband niks te zien is. Meestal vind je wel iets van een ijzerdraadje in de buitenband, maar lang niet altijd. Een bak water om het lek te vinden hebben we niet, dus is het zaak om de band flink hard op te pompen en te zoeken. Ik word nu de “bandenfluisteraar” genoemd. Tot nu toe lukt het me, hoe klein het gaatje ook is, om het lek te vinden door te luisteren. 

We hebben het al eerder genoemd. De Turken zijn enorm gastvrij en behulpzaam. Als we stoppen bij een benzinestation om ons brood te smeren, worden er binnen drie stoelen gehaald en aan een tafel geschoven. Als we even op Ian staan te wachten stopt de Jandarme om een praatje te maken. Er is ons bijna iedere dag wel thee, koekjes of fruit aangeboden. Mensen toeteren, zwaaien of steken hun duim omhoog. 

De Jandarme wilde graag een praatje met ons maken
En foto’s maken!

Na 5 weken en 1997 km van west naar oost door Turkije nemen we afscheid van een heel mooi land. We weten zeker dat we er nog eens gaan fietsen.

Ian en ik, de eerste kilometers in Georgië

Bij de grens in Georgië moeten we vertellen wat we in onze tassen hebben zitten. De douanebeambte spreekt erg goed Duits. Als ik haar een compliment maak verteld ze dat ze in Duitsland heeft gestudeerd. Als ik haar vertel wat er in mijn tassen zit, vraagt ze of we soms wapens bij ons hebben. “Nee, ik hoop dat we die niet nodig zullen hebben”, antwoord ik. 

Onze medicijnen moeten uit de tas en we leggen uit waar ze voor zijn. Ian hoeft alleen te vertellen waar hij heen gaat. Tassen controle is niet nodig. Misschien ziet hij er als Engelsman net iets geloofwaardiger uit dan wij. Misschien vonden ze dat ze al genoeg gecontroleerd hadden.

Tot nu toe hebben we geen groter contrast gezien tussen twee landen als Turkije en Georgië. Meestal ging het vloeiend over van het ene in het andere land, maar nu merken we meteen dat we in een ander land zijn. 

We gaan 100 jaar terug in de tijd. Het geeft ons een beetje het gevoel van Albanië. 

Er rijden opvallend veel busjes met Nederlandse en Duitse tekst van bijvoorbeeld loodgieters en schildersbedrijven. Busjes die bij ons zijn afgeschreven doen hier nog prima dienst. Roetfilters kennen ze denk ik niet. Meermaals fietsen we in een wolk van uitlaatgassen als ze passeren.

De huisjes in ruraal Georgië zijn simpel en worden met gedroogd mest verwarmd. De paarden lopen voor de ploeg op het land, de wegen zijn slecht. Het is soms lastig om aan water of eten te komen onderweg. Al is er een supermarkt, dan bestaat deze voor de helft uit sterke drank en de andere helft is gevuld met eten uit blik, pasta en wat snoep. Groenten zijn nauwelijks verkrijgbaar. 

Stapels mest voor in de kachel

We fietsen door prachtige natuur. Het is alleen jammer dat we tegenwind hebben. Gelukkig houdt Dennis me regelmatig uit de wind. Ik merk dat ik moe ben. Het klimmen gaat moeizamer. Ik kom gewoon niet zo lekker meer vooruit. Er moet wat vaker op me gewacht worden en ik stop wat vaker. Het zijn niet eens de benen die moe zijn. Het lijkt meer m’n hoofd. Soms zou ik tijdens het fietsen even mijn ogen dicht willen doen, maar dat is niet zo’n goed idee. Gelukkig is Tbilisi in zicht, daar zullen we een paar dagen blijven. 

Als we bergaf gaan houdt Ian regelmatig een wedstrijdje met zichzelf. Hij scheurt soms met 75 km per uur de berg af. Ik doe het iets rustiger aan en als Dennis even later lek rijdt is het fijn dat we bij elkaar zijn. Ik heb de gereedschap achterop en ben tenslotte de “bandenfluisteraar”. Ian is dan al lang gevlogen. Die zal onderaan de berg moeten wachten. 

Als we net weer onderweg zijn komt hij zwetend en met lichte paniek in zijn ogen de berg op gefietst. Hij was bang dat een van ons tijdens het afdalen misschien over de railing was gevlogen. Het was gelukkig maar een lekke band. 

We kamperen die nacht in een verlaten dorp aan een meer. We hebben ervoor gekozen om linksom langs een meer een onverharde weg te nemen waar weinig dorpjes zijn, in de hoop dat we er een kampeerplek zullen vinden. Achter een huis, waar niemand meer woont, besluiten we te gaan kamperen, in de veronderstelling dat er helemaal niemand meer in het dorp woont. Nadat we hebben gegeten (weer pasta) komt er onverwachts een man aanlopen. Hij spreekt geen Engels, maar we begrijpen dat hij de enige is die nog in het dorp woont en hij nodigt ons uit. Alle kampeerspullen liggen al naast de fiets dus we bedanken hem en proberen hem duidelijk te maken dat we de tent hier op zullen zetten. De man maakt ons duidelijk dat we ook in het verlaten huis achter ons mogen slapen. We kiezen voor de tent. We zijn namelijk al binnen geweest en de tent is vele malen aantrekkelijker. Het enige nadeel van wildkamperen is dat er geen douche en toilet voor handen is. Niet kunnen douchen is op te lossen door je te wassen met water uit de bidons. Dat gaat pima. Plassen lukt me ook goed maar de grote boodschap (number two, zoals Ian het noemt) niet. Ian en Dennis lijken daar geen probleem mee te hebben, maar mij lukt het (nog) niet. Het zou wel handig zijn voor als we straks dagen niks tegen komen in de woestijn of op de Pamir Highway. Ik blijf oefenen.

Op vrijdag komen we na bijna 4 maanden en 6374 km aan in Tbilisi. We hebben hier een appartementje geboekt met een wasmachine. Wat een luxe! Als we een douche hebben gaat de kleding mee, maar alles weer een keer goed wassen in een heuse wasmachine, is erg welkom. 

Dennis en ik rijden het prachtige Tbilisi binnen

De dag erna gaan we op pad voor een nieuw achterwiel of een nieuwe achteras. Mijn achterwiel tikt al een tijdje en moet nodig worden gerepareerd. In Athene hebben we er naar laten kijken. Volgens de fietsenmaker daar was er een lager in de as versleten. Hij kon dit wel bestellen, maar gezien de crisis in Griekenland werden zij slecht bevoorraad en zou het weken duren voordat het er was. We besloten het onderdeel in Nederland te bestellen en te laten versturen naar een warmshower-adres in Turkije. Nooit gedacht dat het vier weken zou duren voordat het eindelijk zou arriveren! 

Helaas waren we toen al 1000 km verderop en fietsten we juist Georgië binnen. Missie mislukt. 

Ook in Tbilisi mislukte onze missie. Er was wel een winkel waar ze een nieuwe as verkochten, maar deze had ruimte voor 32 spaken en mijn wiel heeft er 36. Daarnaast was de kwaliteit niet zoals we die gewend zijn. Wat nu? 

Ik plaats dezelfde dag nog een oproepje op Facebook, Instagram en in de fietsWhatsapp. In die app zitten andere fietsers die richting het oosten fietsen. Je weet nooit, misschien is er iemand die naar Tbilisi komt. Al binnen een uur heb ik een reactie. De vriendin van een Duitse fietser komt aanstaande vrijdag naar Tbilisi en kan de as meenemen. Het is nog even spannend of het allemaal gaat lukken, maar het lijkt een fantastische oplossing! Ook van een van de lezers hier krijg ik een reactie, waarvoor dank!

Vandaag zijn we naar de Chinese ambassade geweest om een visum aan te vragen. Voor vertrek leek Tbilisi de beste plek om dit te regelen. In de fietsWhartsapp lazen we de laatste tijd dat het bij een aantal mensen niet meer lukte. Vol goede moed, maar met niet al teveel verwachtingen, beginnen we op zondagmiddag aan het papierwerk. We vullen een vragenlijst in, maken een reisschema, boeken hotels (die we later weer kunnen annuleren) en verwerken deze in het reisschema. Ook reserveren we stoelen bij een luchtvaartmaatschappij die we niet gaan betalen. Deze reserveringen moeten dienen als bewijs dat we vliegtickets hebben geboekt. We laten het boekwerk uitdraaien en wachten buiten voor de deur van de Chinese ambassade tot we aan de beurt zijn. 

Binnen een minuut staan we weer buiten. 

Niet eens zwaar teleurgesteld. Dit hadden we verwacht. Ze willen ons niet hebben in China. Na de vraag of we inwoners van Georgië zijn of een werkvergunning hebben (waarvan de conclusie nee is) stonden we direct weer buiten. 

Natuurlijk vinden we het jammer. We waren met plezier door China gefietst maar we zwaaien wel als we er overheen vliegen. 

Er is nog een mogelijkheid om het visum in Teheran aan te vragen maar we hebben een paar weken geleden besloten om niet door Iran te reizen gezien de politieke situatie op het moment. 

Vooralsnog nemen we de boot van Azerbeidzjan naar Kazachstan om daar vervolgens de Pamir Highway te fietsen en zullen een alternatief verzinnen om na de Pamir Highway, China mijdend, verder te fietsen. Wellicht nemen we het vliegtuig naar Hanoi. Of naar Osaka, in Japan. We hebben nog even de tijd. 

Eerst nog even lekker uitrusten en genieten van het mooie Tbilisi!

Onze Griekse weken

We hebben Eric en Regina, door wie we onderweg zijn uitgenodigd in Katouna (Lefkas) laten weten dat we er op dinsdag zullen zijn. De dag voor aankomst treffen we een Oostenrijker. Hij komt uit tegenovergestelde richting en verteld ons dat we de tunnel bij Preveza niet door kunnen. Die is verboden voor fietsers. Zelf had hij mazzel, want aan zijn kant waren wegwerkzaamheden en daardoor mocht hij doorfietsen. Het alternatief is 140 km via de weg naar Aktio. We zoeken op internet naar de mogelijkheden. Dennis oppert dat we anders gaan liften. Er is vast wel een vrachtwagen die ons de tunnel door helpt. We lezen dat we door een auto naar de andere kant gebracht kunnen worden. Zwaaien voor een camera bij de ingang van de tunnel zou helpen. Van Eric krijgen we een telefoonnummer van deze “tunneldienst”. Het komt vast goed de volgende dag. 

Als we de dag erna aan komen fietsen staat er al een groepje fietsers uit Turkije bij de tunnel. De mannen staan er al een half uur en hebben al gebeld en voor de camera gezwaaid. Er zou een auto komen om ze op te halen. 

wachten voor de tunnel

Na tien minuten komt er een nog Duits stel aan op de fiets. We vertellen hun de stand van zaken, maar de man zegt dat Lefkas de andere kant op is. Hij wijst in de richting van waar wij vandaan komen. We proberen hem te overtuigen dat Lefkas echt aan de andere kant van de tunnel ligt maar hij stapt op en fiets in tegengestelde richting weg. Zijn vrouw kijkt ons hoofdschuddend aan en zegt: ”Daar ben ik al 50 jaar mee getrouwd.” Ik kan nog net voorkomen dat ik zeg: ”Dat is knap.” 

We kletsen met haar over het fietsen. Zij hebben sinds drie jaar een e-bike. Haar man heeft slechte knieën dus is dat een oplossing. Na vijf minuten komt haar man terug en zegt dat Lefkas toch echt de andere kant op is en zegt haar dat ze meteen op moet stappen. De vrouw is verbaasd en zegt dat wij er met z’n achten toch niet voor niks staan te wachten om de tunnel door te kunnen. De man neemt haar echter niet serieus en lijkt er klaar mee te zijn. “Je stapt nu op!” Zijn toon is dwingend. Wij draaien ons, vanwege de plaatsvervangende schaamte maar even om. Hoe dominant de man ook is, de vrouw houdt voet bij stuk en probeert hem te overtuigen samen met ons te wachten om de tunnel door te mogen. We horen hem zeggen dat hij verderop Aktio op de borden heeft zien staan. Dat is de route over land naar Lefkas bedenkt Dennis zich. Ik heb medelijden met de vrouw en probeer haar te helpen door te vertellen dat ze inderdaad die kant op kunnen fietsen. Dat ze de keus hebben tussen 1600 meter tunnel of 140 km over land om Lefkas te bereiken. De vrouw kijkt me opgelucht aan en bedankt me. De man bindt even later in en de keus is gemaakt dat ook zij door de tunnel gaan. 

Ondertussen komt de politie aan. Zij komen echter niet voor ons. Waarvoor wel weten we niet. Er komt daarna een pick-up van werkverkeer aanrijden. Die komt om ons naar de andere kant van de onderwatertunnel te brengen. De fietsen zouden achterin de bak moeten, maar tien fietsen is ‘m te veel. Hij besluit een vrachtwagen te gaan halen. 

Inmiddels probeert de dominante man een vriendelijk praatje aan te knopen, maar ik probeer hem zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Ik heb geen zin in deze norse clown. 

Uiteindelijk wordt er besloten dat de tunnel in zijn geheel van beide kanten wordt afgesloten voor het overige verkeer en dat wij er met z’n tienen doorheen mogen fietsen. We moeten er zo snel mogelijk doorheen dus graag zo hard mogelijk fietsen, werd ons gezegd. 

Als alles in gereedheid is gebracht en we mogen gaan, gaat de Duitse dame op haar e-bike er als een speer vandoor. Haar koppige man fietst helemaal achteraan. Als we aan het einde van de tunnel omhoog moeten komt hij me ‘fullspeed’ voorbij en zegt: ”Geiles electro.” Ik slik alles wat er in me opkomt in. De Duitsers zijn er vandoor. We kunnen het ons wel voorstellen, want hij heeft zich echt belachelijk gemaakt. En van zijn vrouw kunnen we ons voorstellen dat zij zich enorm schaamt. We maken nog een praatje met de Turkse fietsers en gaan verder richting Katouna.

We hebben Eric en Regina twee weken eerder onderweg ontmoet en zij nodigden ons uit bij hun langs te komen. Wij stonden toen net op het punt om te bepalen of we via Athene met de boot naar Turkije zouden gaan of over land. Met deze uitnodiging werd de keuze voor ons gemaakt. 

Als we Lefkas-stad in fietsen zegt Dennis: ”Kijk Niek, de halve marathon.” Het is dinsdag en op zaterdagavond is er een 10 km en een halve marathon op het eiland. Daar wil ik graag aan meedoen. We hebben geen idee hoelang we mogen blijven dus we leggen voor of we in ieder geval tot na de halve marathon mogen blijven. Van Eric en Regina mogen we tot juni blijven. Pas dan komen er vrienden die in het muggennest (zo heet het gastenverblijf) slapen. We eten ’s avonds heerlijke eigengemaakte linzensoep met z’n vieren. 

Op 1 mei vieren ze feest in Griekenland. Iedereen is vrij en ’s avonds wordt er in het dorp gegeten, gedronken en gedanst, maar het is niet zulk lekker weer dus het feest gaat niet door. Het heeft ’s middags geregend en het is ongeveer 18 graden. Dat is winter voor de Grieken. Voor mij komt het goed uit. Ik heb last van mijn buik en blijf dichtbij de wc. Gelukkig voel ik me de volgende dag weer prima en wordt het feest op vrijdag alsnog gevierd en ben ik erbij. Ik doe zelfs nog een dansje. Iedereen in de kring is meteen uit ritme. 

Lefkas

Met Jimmy (de Jeep) rijden Eric en Regina ons rond over het eiland. We zien in één dag een heleboel, maar ze kunnen ons niet alles laten zien. Voor ons een goede reden om nog eens terug te gaan naar Lefkas. Het is er prachtig. We bezoeken een klooster, stoppen bij prachtige uitzichten, eten een ijsje in een mooi dorp aan zee, struinen door een verlaten Amerikaanse legerbasis opzoek naar waardevolle schatten en ontmantelen een bus die in een bocht als een hoopje schroot is achtergelaten. 

De verlaten VS legerbasis op Lefkas
De rol met plaatsnamen uit de bus gaat mee

Op zaterdagvond word ik door zowel Nederlanders als Zwitsers (vrienden van Eric en Regina) aangemoedigd tijdens de halve marathon, waardoor ik op die afstand zelfs een pr loop en derde word in mijn leeftijdscategorie. 

Een oranje High Five!

Op maandag is het helaas tijd om gedag te zeggen. Niet om afscheid te nemen, want we gaan elkaar zeker nog zien. Het is bijzonder om mensen te ontmoeten die je na een kort gesprekje uitnodigen en hun huis en hart voor je openstellen. Het was een heel fijne week in Katouna. 

We gaan na Katouna op weg naar Athene. De eerste dag is het lekker vlak. Heel fijn om de benen weer te laten wennen aan het fietsen. Na ongeveer 60 km komen we een camping tegen en besluiten daar de tent op te zetten. Het seizoen lijkt nog niet begonnen. We zijn de enige gasten. We kunnen bij het gesloten restaurant overdekt zitten en koken. Een Duits stel met de camper vraagt of er plek is. De eigenaar is weg, maar wij denken van wel. Na een rondje camping besluiten ze toch verder te rijden. Een camping runnen is misschien toch niet ons ding. 

De dagen erna mogen we weer flink aan de bak. We fietsen niet meer langs de kust, maar door de bergen. Het is soms pittig, maar het levert ook mooie uitzichten op. En we vinden hier prima plekken om te wildkamperen. 

We zetten de tent op een oud voetbalveld.

Een Nederlands stel uit Hazerswoude is gestopt voor een schildpad. De man staat ermee in zijn handen als we aan komen fietsen. Het zijn de Jan en Anneke van Griekenland. Jan en Anneke zijn mijn ouders en hebben veel gezien van Indonesië. Deze mensen kennen de mooie plekjes van Griekenland. Zij adviseren ons de mooiere noordelijke route naar Athene te nemen en niet de zuidelijke route.

Over de brug naar Patras

Als we later kijken zien we dat we flink moeten klimmen bij de noordelijke route. We besluiten de brug te nemen richting Patras en toch de zuidelijke route te fietsen. We hebben de keus om het voetgangers pad van de brug te nemen maar dan wachten ons aan het einde flink wat trappen die we af moeten. De andere optie is over de (snel)weg, maar dan mogen we op de brug niet stoppen voor foto’s. We besluiten de weg te nemen, maar het is ons niet duidelijk waar we er dan eigenlijk weer af moeten. Uiteindelijk fietsen we nog een aardig stuk op de snelweg, wat uiteraard niet de bedoeling is. Gelukkig komt er na een paar kilometer een afslag en kunnen we via de parallelweg (the old national road) verder. 

Wij vinden het een mooie route langs te kust. Het meeste verkeer gaat via de snelweg, dus erg druk is het er niet. We passeren genoeg plaatsjes voor een bakkie, kunnen prima boodschappen doen en vinden er prima campings. Op dit stuk zijn de mogelijkheden om te wildkamperen, zo vlak aan de kust, minder. Daarnaast is een douche ook welkom op dagen dat het warm is en we moeten zwoegen. 

Gisteren zijn we aangekomen in Piraeus. We hebben een hotel voor twee nachten vlakbij de haven. Bij de ticketverkoop vragen we naar de mogelijkheden om naar Turkije te varen. De jongeman kijkt bedenkelijk. Volgens hem moeten we dan via Chios en daarna door naar Cesme. We kunnen woensdag vertrekken. We willen maandag vertrekken, maar dat kan niet. Ik vraag hem naar de mogelijkheden om via Kos naar Bodrum te varen. Dat kan op maandag. Voor de fiets moeten we 28,50 euro betalen. We zeggen dat we twee fietsen hebben. Hij kijkt me vol bewondering aan. Denkt hij dat we op de tandem zijn of dat ik Dennis achterop heb? Als hij de kentekens wil hebben kijken we hem bedenkelijk aan. Hij denkt dat een bicycle een motor is. Nu is het duidelijk wat hij dacht en wordt de twee keer 28,50 euro weer van de prijs afgehaald en de bewonderende blik voor mij op een motorfiets is ook meteen weg. Het helpt niet als ik zeg dat de motor mijn benen zijn.

Translate »