• info@pedalenenverhalen.nl

Auteurarchief Nicole Aaij-Burgmeijer

Lockdown

Gisteravond bij het slapen gaan, was benieuwd wat ik de volgende ochtend op de nieuwspagina’s zou lezen. Rutte zou maandagavond het volk toespreken. Dat wilde ik vanmorgen checken natuurlijk. Ik had verwacht dat Nederland volledig op slot zou gaan, maar wat blijkt…Niet Nederland, maar Maleisië gaat vanaf woensdag 18 maart op slot. 

Lange tijd leek het hier in zuidoost Azië allemaal wel mee te vallen. Er waren mensen met corona, maar het aantal in Maleisië bleef rond de 100 besmettingen. Een paar dagen geleden lazen we op internet dat er in Brunei iemand besmet was en dat deze persoon de besmetting mogelijk had opgelopen tijdens een religieuze bijeenkomst in Kuala Lumpur waar 10.000 mensen waren waaronder zo’n 5000 Maleiers. 

Malakka

We zijn in Malakka sinds afgelopen vrijdag en huren daar een kamer in een guesthouse waar in totaal 3 kamers verhuurd worden. We hebben onze eigen slaapkamer en badkamer. En een woonkamer en keuken die we delen met de andere gasten. Maar er zijn helemaal geen andere gasten, dus hebben we het rijk voor ons alleen. 

De verhuurder, Mr Kee, is een ontzettende aardige man die ons bij aankomst vertelde dat alles in Maleisië in orde is en we ons geen zorgen hoeven te maken wat betreft het coronavirus. Al helemaal niet in Malakka, want daar heeft niemand corona, volgens Mr Kee. 

De koelkast lag vol met appels en sinaasappels. We hebben een watertank met warm water, koffie, thee en koekjes. Mr Kee drukte ons op het hart dat we alles op moeten eten. Er is geen kookplaat, maar het eten buiten de deur is goedkoop. Dus we hebben geen enkele reden om te koken. 

Tot vanmorgen vroeg. Toen lazen we dus dat Maleisië in gedeeltelijke ‘lockdown’ gaat. 

Om 9.00 uur kwam Mr Kee al langs om ons te informeren over de lockdown. We kunnen in zijn huis blijven zolang we willen. Als we dan toch ergens opgesloten moeten zitten dan is het hier bij Mr Kee een prima plek. Ik vraag hem wat nou precies de regels zijn. Volgens hem mogen we morgen de straat nog wel op, maar moeten we grote groepen mensen vermijden. Als ik hem vraag of hij misschien een kookplaat voor ons heeft is het antwoord nee, maar hij zal ons eten brengen. Zijn vrouw kan een extra portie koken. Ik vraag me af of het echt zo is dat hij morgen de straat op mag om ons eten te brengen.

Ondanks dat de supermarkten openblijven wil ik toch wat in huis hebben. In de buurt zitten wat mini-markets. Hier kun je o.a. brood, frisdrank, melk en noedelsoep kopen. Groente, fruit en yoghurt is er niet te krijgen. Een grote supermarkt verderop verkoopt dit wel en gaat om 10.00 uur open. Dennis waarschuwt al dat het er waarschijnlijk druk zal zijn en hij heeft gelijk. Ook hier lijkt het wel de dag voor kerst. Winkelwagentjes vol en lange rijen, maar toch lijkt iedereen er relaxed onder. Geen gevecht om het laatste pak wc-papier of reinigingsmiddel. Wel heel veel mensen, dus de kans voor verspreiding van het virus is groot. Toch doen we onze boodschappen. Met wat spullen in de kar gaat Dennis in de rij staan en begeef ik me tussen de rijen mensen op zoek in de schappen naar alles wat we nodig hebben. We kopen voornamelijk fruit, yoghurt en broodbeleg. Dat kunnen we in de kleine winkeltjes in de buurt niet krijgen.

Met z’n allen (ook Dennis) geduldig in de rij bij de supermarkt

Als we terug zijn heeft Mr Kee me de regels van de gedeeltelijke lockdown gestuurd. De grens gaat dicht. Alle scholen, overheidsgebouwen en winkels zijn vanaf morgen gesloten. Restaurants waarbij je kunt afhalen mogen openblijven. Je mag naar buiten voor een wandeling of om te joggen, maar kom niet te dicht in de buurt van anderen. 

Deze lockdown geldt in ieder geval t/m 31 maart. Dus tot die tijd blijven wij bij Mr Kee in Malakka. Ons visum is geldig tot eind april. Het plan was om een week in Malakka te blijven. En vanaf Kuala Lumpur naar Bali te vliegen. Dat plan hadden we al aangepast naar: we blijven zo lang mogelijk in Maleisië, omdat we denken dat we hier het beste af zijn. We hebben dus geen idee hoe dit verder zal gaan. Als het niet nodig is en we aan het einde van ons visum nog naar een ander land kunnen dan Nederland, komen we niet naar huis.

Voor nu even het laatste ijsje

Hier zijn we! Een jaar later…

Waar zullen we over een jaar zijn? Dat vroegen we ons af toen we vorig jaar op de fiets stapten. We zijn in Kuala Terengganu (Maleisië) en hebben 15.831 km getrapt door 22 landen. De loempia lonkt. 

Het is best bijzonder dat we zo’n eind hebben gefietst. Ik hield namelijk helemaal niet van fietsen. Toen Dennis en ik net verkering hadden bedacht mijn schoonmoeder Ted een leuk uitje. Met z’n allen (Ted, wij, schoonzus Natas, zwager Rob en de meiden Britt en Lois) een weekend naar Texel. De auto’s bleven op het vaste land en toen we van de boot stapten ging het verder op de fiets. Op de fiets, terwijl de auto gewoon mee kon op de boot! Met tegenwind fietsten we naar het hotel. Ook de andere dagen gingen we fietsen. We hadden immers geen ander vervoer. Ik kan niet zeggen dat de liefde voor fietsen toen is geboren, sterker nog ik vond dat fietsen helemaal niks. Gezellig was het wél daar met z’n allen. 

In 2016 stelde Dennis voor om op fietsvakantie te gaan. Ik verslikte me bijna in m’n koffie. “Ga jij maar fietsen, dan kom ik er wel hardlopend achteraan.” Dat vond ik een veel beter idee. Uiteindelijk werd het toch fietsen. Met heel veel spullen van de buren die we mochten lenen, vertrokken we naar Zuid-Frankrijk. Daar ontstond de liefde voor fietsen. Door de snelheid van fietsen zie je zoveel meer dan met de auto of het openbaar vervoer.

Inmiddels lach ik op de fiets!

Het afgelopen jaar is omgevlogen, maar als ik door de foto’s scroll is het bijna onwerkelijk dat zoveel belevenissen in een jaar passen. Een jaar vol mooie ontmoetingen, nieuwe vrienden, zoveel gastvrijheid onderweg, jezelf beter leren kennen, een zere kont, heel veel zweten, vele bergen overwonnen, samen een fiets omhoogduwen.  Te veel om op te noemen. 

Gastvrijheid neemt de tijd (Turkije).

Gisteren vroeg een Maleier ons wat de meeste indruk op ons heeft gemaakt. Ook daar is niet één antwoord op te geven. Het zijn de kleine dingen die ons zo’n warm gevoel geven. Mensen die je een fles water, een stuk watermeloen of een ijsje aanbieden. Ook vroeg hij wat het ergste was wat we hadden gezien. Dat is het vele afval langs de kant van de weg en wat in het water drijft. En de dieren (honden, varkens, kippen) die opeengestapeld onderweg zijn naar de slacht. Is het in Nederland dan veel beter? Nee. Ik heb dan ook besloten geen vlees meer te eten. 

Heel vervelende dingen hebben we niet meegemaakt. Dat hebben we natuurlijk te danken aan de vele gelukspoppetjes die we mee kregen op reis en de heilige Christoffel van Ine. De Christoffel is van haar vader geweest. Ze gaf hem ons mee om ons te beschermen op onze reis. In de middeleeuwen bad een reiziger tot de heilige Christoffel, de patroonheilige van de reizigers, voor een veilige reis.

Hard gaan we niet, maar we komen er altijd.

Onze reis gaat nog even door dus we blijven onder de hoede van Christoffel en de gelukspoppetjes. We denken hard na over hoe we verder gaan nadat we de loempia op onze lippen hebben geproefd. Fietsen we door? Vliegen we naar elders en fietsen we van daaruit naar huis? Zetten we de fietsen opzij en gaan we voor alternatief vervoer? 

Het afgelopen jaar hebben we intens beleefd, met elkaar en met iedereen die ons volgt en steunt. Het was een feestje en het ís een feestje. We hebben het avontuur 365 dagen gezocht en 365 dagen gevonden. En wat wacht ons morgen?

Een nieuw avontuur!

Tot morgen.

Links of rechtsom, het maakt niet uit. Avontuur vind je overal!

All you need is love

Onze kerstspecial van “All you need is love” was dit jaar op 27 november. De dag dat mijn ouders landen in Saigon. We kregen de vraag waar we dachten te zijn rond die tijd, zodat zij ons konden opzoeken. We hadden een visum van 3 maanden voor Vietnam. Ergens in de buurt van Saigon moest lukken. Saigon (tegenwoordig Ho Chi Min Stad) telt 9 miljoen inwoners. Voor ons niet echt aantrekkelijk om tussendoor te fietsen. We besluiten om die stad links te laten liggen en elkaar in Vinh Long, in de Mekong Delta, te ontmoeten. Mijn ouders hebben een lange reis voor de boeg. Op zondag met de trein uit Zevenaar naar Schiphol om daar in de buurt te overnachten. ‘Aaij’s cottage’ is immers niet beschikbaar. Op maandag vliegen ze, met een overstap in China, naar Kuala Lumpur. Op woensdag door naar Saigon. Daar blijven ze 2 nachten om bij te komen van deze wereldreis om op vrijdag de bus te nemen naar Vinh Long. 

Wij fietsen ondertussen lekker door en zijn eigenlijk een beetje te vroeg in het zuiden. We besluiten naar de kustplaats Vüng Tau te fietsen en van daaruit onder Saigon door richting de Mekong Delta te fietsen. Er blijkt een boot te gaan vanuit deze plaats naar de Mekong. Ideaal om Saigon te mijden, maar als we informeren blijkt dat deze route een jaar eerder uit de vaart is genomen. De juffrouw van de informatie zegt dat we nog wel naar Saigon zelf kunnen varen. Dat klinkt goed. 

We zoeken daarop contact met het hotel, waar mijn ouders een kamer hebben geboekt, om te kijken of we daar ook een kamer kunnen boeken. Voor ons zou dat wel 5 nachten Saigon beteken en dat drukt aardig op ons reisbudget. Ik leg in een mail uit wat de reden van bezoek is en vraag of er misschien over de prijs te onderhandelen valt. Ik krijg een positief bericht terug, maar dan blijkt dat we de fietsen niet binnen kunnen stallen. Die moeten we buiten in een betaalde fietsenstalling plaatsen, wordt ons verteld. De fietsen zijn ons te belangrijk, dus we besluiten om in Saigon op zoek te gaan naar een hotel waar we de fietsen wel veilig binnen kunnen zetten.

De dagen voordat mijn ouders aankomen vraagt mijn moeder regelmatig waar we zijn. Zij zijn al eerder in Vietnam geweest, dus kennen de omgeving. We moeten liegen over de verblijfplaatsen, want we willen mijn ouders verrassen in Saigon. 

De prins met twee prinsessen

Het valt niet mee om wat te vinden in de buurt van het hotel van mijn ouders. Iedere vierkante meter is benut en ruimte voor 2 fietsen in iets wat op een lobby lijkt er nergens te zijn. Dennis stelt voor om het toch bij het hotel van mijn ouders te proberen. Vijf nachten is immers geld en als het geld voor je neus staat is er vast wat mogelijk, zo is zijn redenatie. Dat blijkt te kloppen. Er wordt binnen in de hotellobby plek gemaakt voor de fietsen.

De receptioniste zit vanaf dat moment in het complot. Zij stelt voor dat wij op de kamer wachten en ons roept als mijn ouders er zijn. Het lijkt ons leuker om in de ontbijtruimte te wachten. Daar is een spiegelwand, dus kunnen we ze binnen zien komen. Er hangt ook een camera en de beelden daarvan zijn te zien bij de receptioniste. Mijn ouders zouden ons daarop kunnen zien of in de spiegels, maar dat risico nemen we. 

Mijn ouders komen met de taxi aan bij het hotel en als de receptioniste zegt dat ze er zijn, neemt de spanning toe. 

Dennis en ik zitten in de bank van de ontbijtzaal, recht tegenover de spiegels. Via de spiegelwand zien we ze binnen komen. Terwijl ze naar het hotel lopen zegt de receptioniste tegen mijn ouders dat ze ‘many surprises’ heeft. Mijn vader vraagt of er dan misschien geen hotel is. 

Bij het inchecken krijgen mijn vader en moeder een glas water aangereikt. “Dat is vast de eerste surprise”, hoor ik mijn moeder zeggen. 

One happy family

Als alles is geregeld zegt de receptioniste tegen mijn ouders dat ze de ontbijtruimte nog graag even wil laten zijn. Mijn moeder denkt nog: ”Nou een rondleiding in het hotel hebben we nog nooit ergens gehad.” Via de spiegels zien we ze aankomen en ik kan het niet laten om een gil uit te slaan. Mijn moeder slaat haar handen voor haar mond, glimlacht met tranen en zegt:” Oh, ik schrik me rot. Wat leuk!” Mijn vader kijkt ons aan alsof hij het allemaal even niet meer begrijpt. Dan zegt mijn moeder tegen de receptioniste: ”Oh, thát was the surprise!”

P.S.

Graag willen we je bedanken voor het supporten van ons avontuur. We zijn inmiddels 10 maanden, 19 landen en 13.300 km onderweg en genieten volop van iedere dag van de reis. Tot nu toe is het een avontuur dat onze stoutste dromen overstijgt. En jij draagt bij aan ons avontuur; meer dan je zelf denkt! Je leest onze verhalen, bekijkt de route die we volgen, stuurt ons berichten en reacties en doneert gul en vanuit je hart. Dat maakt ons avontuur zoveel groter dan de personen die we zijn.

DANKJEWEL!

We wensen je een fijne kerst, alvast een mooi eindejaar en een super begin van 2020; het jaar waarin we jullie terug gaan zien. Ook daar kijken we naar uit!

Liefs, Dennis en Nicole

De goden verzoeken

In Mai Chau heb ik eens naar de route en het aantal kilometers gekeken die we in Vietnam zullen gaan fietsen. Niks ligt vast zoals altijd, maar het is leuk om een plan te hebben. Mede door tips van mijn ouders die al eens in Vietnam zijn geweest en fietsers die we onderweg zijn tegengekomen is er een globale route ontstaan. Het blijkt vanaf Mai Chau zo’n 3500 km fietsen. Dat had ik niet verwacht. We hebben een visum van 3 maanden voor Vietnam en zijn niet van plan om te gaan racen. Dat gaat zeker in het noorden niet, want daar moeten we flink klimmen. Ach we kunnen altijd een stukje de bus nemen als we het niet redden.  

Op donderdag vertrekken we met regen uit Mai Chau. We zijn wat later dan anders, want er moet eerst weer een band geplakt worden. Net als gisteren staat de achterband van Dennis lek als we willen vertrekken. De dag ervoor heeft hij zijn binnenband verwisseld voor een nieuwe. Een hakitakkiemerk uit China, gekocht in Tadzjikistan. Na een rondje door de rijstvelden heeft het ventiel het al begeven. 

Mijn ouders vliegen eind november naar Kuala Lumpur en zullen ons ergens onderweg opzoeken. We hebben hen gevraagd wat fietsspullen mee te nemen. Onderdelen zijn hier moeilijk te krijgen, en als ze er al zijn, is de kwaliteit hier een stuk minder goed, dus een paar nieuwe buiten en binnenbanden zijn meer dan welkom. Ik zeg tegen Dennis dat het verstandig is deze spullen te gaan bestellen zodat alles op tijd bij mijn ouders is. Ik heb het nog niet gezegd of er begint iets hard te tikken bij Dennis zijn achterband. We stappen af en ik hoor: ”Dit is echt een serieus probleem”. Ik denk meteen dat er wat met de Rohloff naaf aan de hand is. Dit is niet zo. Er zit een joekel van een scheur in de achterband. En de buitenband puilt eruit. “Nee, niet weer!” Toen we 2500 km onderweg waren gebeurde het al eens. Toen met kwaliteitsbanden waarop Dennis was vertrokken (Schwalbe). Productiefoutje? Ik fiets met hetzelfde merk banden, weliswaar een ander type, maar ik heb geen problemen. 

Ik kan helaas niet meer zeggen dat ik nog geen lekke band heb gehad. Mijn achterband was lek na onze vlucht van Osh naar Hanoi. De fietsen waren verder gelukkig ongeschonden uit de strijd gekomen. De banden moet je vanwege de druk in het vliegtuig leeg laten lopen. En nadat we ze hadden opgepompt en de volgende dag wilde vertrekken stond mijn achterband plat. Terwijl ik er geen meter mee had gefietst. Ik was nog wel zo trots dat ik in die 9250 afgelegde kilometers niet 1 lekke band had gehad! 

Daar sta je dan in de regen met een gescheurde buitenband 13 km van de plaats van vertrek. Wat doen weg. Terug? Eigenlijk niet echt een optie, want een fietsenwinkel zat er niet in de plaats waar we vandaan kwamen. Ik zie dat er in Son La, 170 km verderop, een Giant fietsenwinkel zit (althans, er staat Giant op de gevel van de winkel). Dat klinkt hoopvol. 

We besluiten onze duim omhoog te steken en bij het tweede kleine vrachtwagentje is het raak. Een vriendelijke jongeman stopt en doet het raam open. Hij spreekt geen woord Engels en wij geen woord Vietnamees. Internet werkt niet, dus we kunnen google translate niet gebruiken. Ik wijs naar de fietsen en zeg Moc Chai, Son La? Moc Chai ligt 50 km verderop. Wie weet is daar ook wel een achterband te vinden. Het vrachtwagentje wordt geopend en de fietsen ingeladen. Tussen de piepschuim dozen worden ze netjes gestut. 

Quan Nguyen, onze redder in nood

Quan Nguyen is 30 jaar en vervoert dagelijks bloemen van Moc Chau naar Hoa Binh. Hier komen we later achter als we weer signaal hebben en google translate kunnen gebruiken. De eerste 45 km praat hij Vietnamees en wij Nederlands. Hij gaat tijdens het rijden wel even live op Facebook. We hebben liever dat hij op de weg let, maar hij wil zijn ervaring blijkbaar graag met al zijn vrienden op Facebook delen. Hij belt met een vriendin die Engels spreekt en Dennis legt uit wat het probleem is. Als we Moc Chau naderen geeft hij aan dat we eerst moeten eten en dan gaat hij ons helpen een nieuwe band te vinden. Ik eet noedels met groenten en Dennis en Quan eten een zalm hotpot. Dat is een grote pan met bouillon waar je van alles in kan gooien. Vlees of vis, groente, tofu en mie. 

Zalm hotpot met cola

Na het eten zien we heel Moc Chau. Quan vindt een aantal fietsenwinkels, maar de grote bandenmaat van Dennis hebben ze niet. We geven aan dat hij ons eruit mag zetten en dat we verder zelf naar een oplossing zullen zoeken. Mogelijk hebben we meer geluk bij de ‘Giant’ winkel in Son La. Hij is zo behulpzaam dat hij de grote weg op en neer rijdt om een lift voor ons te regelen naar Son La. Als er een bus passeert wenkt hij de chauffeur. De bus stopt even verderop en we kunnen mee voor 10 euro per persoon. We hebben dan nog 120 km voor de boeg. Mijn fiets wordt door 2 mannen overgenomen en onder in de bus gelegd. Ik kijk maar niet hoe ze dat doen. Op hoop van zegen. Bij de fiets van Dennis moet het spiegeltje eraan geloven.

We stappen in en de buschauffeur wijst naar mijn sandalen en geeft me een zakje. De sandalen moeten uit en in het zakje. Als ik verder loop schiet ik in de lach. Iedereen ligt languit op ligbedden. We zoeken een plekje en vertrekken. Als ik even later een foto van onze ligbedden maak en deze naar mijn zus stuur, krijg ik als reactie: ”Het lijkt net alsof jullie in een Maxi-Cosi liggen.” 

Tevreden in de Maxi-Cosi

Als een baby laten we ons vervoeren en kijken naar het prachtige landschap. En het moet gezegd, dit ligt een stuk beter dan de keiharde bedden in de hotels!

Vijf kilometer voor het centrum van Son La worden we eruit gezet. Op het spiegeltje na hebben de fietsen ook deze tocht weer doorstaan. Er staat een oudere dame bij de bushalte die met haar handen een slaapgebaar maakt. Ze wil ons naar haar hotel lokken. Ik schud nee. Als het bij mij niet lukt dan maar bij Dennis proberen, denkt het vrouwtje. Dennis is nog met zijn fiets bezig en als hij niet reageert roept ze een paar keer: ”Heeee!”. Dennis had al gezien dat ik nee geschud had en zegt plotseling heel hard: ”Heeee!” terug. Ze schrikt ervan en druipt af.

Het vinden van een overnachtingsplek is in Vietnam niet moeilijk. Overal zie je Nha Nghi staan, wat Guesthouse betekent. Een kamer voor 2 personen kost ongeveer 7 euro per nacht. Ook nu vinden we er een in de buurt. Op het oog een nette kamer. Alleen de wc-bril in het toilet ontbreekt. Later ontdekken we dat er wel meer mist. In de hoek van de badkamer zit het putje waar het douchewater naar toe loopt. Deze dient ook voor de afvoer van het water van de wastafel. Deze heeft namelijk geen aansluiting maar is gewoon open aan de achterkant. Later als de badkamer naar pies begint te stinken vraag ik me af of dit ook voor het toilet geldt.

Dennis stapt ’s ochtends op mijn fiets om naar de ‘Giant’ fietswinkel 6 km verderop te gaan. Na een uur komt hij terug met een zak broodjes en smeerkaas en twee gebruikte buitenbanden. In een ervan zat zelfs nog een binnenband. Het viel niet mee deze te vinden. De verkoopster in de winkel vertelde dat ze nergens 28 inch banden hadden. In Vietnam is 27,5 inch voor een mountainbike de grootste maat die je kunt vinden. Na wat treuzelen en aandringen kwam de fietsenmaker erbij. Die bevestigde het verhaal en liep naar achteren om een 27,5 inch buitenband te zoeken. Dennis was zo verstandig om mee te lopen om zelf te kijken of er ergens niet een verdwaalde 28 inch band rondzwierf. Al struinend vond hij er zowaar twee. Weliswaar de helft zo smal als de banden die erop zitten maar ze passen in ieder geval om de velg. 

De verkoopster dacht er anders over. Volgens haar waren de banden die Dennis tevoorschijn had gehaald niet de juiste. Ze waren namelijk ’te gevaarlijk’ om mee te fietsen. Ook de monteur deed zijn best om aan te tonen dat de banden niet dezelfde maat hadden als de banden die we nodig hadden. Dennis had al eens eerder (in Bosnië en Herzegovina) moeten improviseren met een smallere standaardband dus wist dat deze tweedehandsjes hem uit de brand zouden helpen. Hij werd dus een beetje ongeduldig van alle pogingen om hem van de koop te laten afzien. Hij pakte beide banden en schoof ze over zijn hoofd om duidelijk te maken dat de banden met hem mee de winkel uit gingen. De verkoopster gaf zich hierna over en liet Dennis 4 euro betalen voor de binnen- en twee buitenbanden.  

Bijna in orde

Als Dennis de fiets in orde heeft gemaakt vertrekken we richting centrum. Daar doen we een bakkie en koop ik wat boodschappen in de supermarkt. We lummelen nog wat. Gaan we verder of niet? We besluiten nog een dagje in Son La te blijven en gaan op zoek naar een onderkomen. 

Als we ’s middags naar de koffiebar aan de overkant willen lopen, ik om dit verhaal te schrijven en Dennis om te schrijven en te lezen, komt hij erachter dat zijn notitieboekje en pen nog in het pies-hotel moeten liggen. We fietsen erheen en het ligt netjes bij de receptie te wachten. Het was dus niet voor niets dat we nog een nachtje zijn gebleven

Translate »