• info@pedalenenverhalen.nl

Auteurarchief Dennis Aaij

Raki-Cola Bier

We reden rond de klok van 13:00 uur door een stoffig laantje in Pamukkale, op weg naar hotel Dört Mevsim. Het eerste, en goedkoopste hotel van het toeristische dorp met de kalkterrassen hadden we zojuist resoluut afgewezen. De prijs aan de receptie bleek hoger dan op internet werd aangegeven en toen ik daar iets van zei, tegen de kloeke receptioniste, legde ze uit dat ze me zojuist de ‘comfort room’ had laten zien. Dat was een kamer uit een andere prijsklasse. Ze had ook goedkopere kamers, vertelde ze. Toen ik daarvoor interesse toonde, kon ik de comfort room voor minder geld krijgen. De goedkopere kamers van het hotel bleven voor mij verborgen. Haar volwassen zoon zat tijdens ons kortstondige zakelijke treffen apestoned op de bank en keek voor zich uit alsof hij door een holle pijp het licht zocht. Als hij nuchter was geweest had hij ons kunnen zien vertrekken.

Onderaan het uithangbord van hotel Dört Mevsim stond tot ons genoegen ook het woord ‘champing’. ‘Ha’, dacht ik met een uitroepteken, een camping voor kampioenen. We hadden misschien een mogelijkheid om te kiezen. Een hotelkamer of een stukje campinggras. 

We parkeerden onze ijzeren pakezels op het fijne grint van de parkeerplaats van het hotel. Nicole wachtte bij de fietsen en ik liep langs het wenkende zwembad richting de receptie. Daar vandaan liep de eigenaar me tegemoet en ruim voordat ik ‘m de hand kon schudden bereikte me al een ander soort kennismaking. De kennismaking met een groot drankprobleem, vormgegeven door een gigantische kegel. Zijn dubbele voornaam, zo bleek al snel, werd Raki-Cola. Zijn achternaam doopten we later om tot Bier.

Op de bank vóór de receptie zat de dochter van Raki-Cola met haar vriend. Ze rommelden beiden wat op hun mobiele telefoons tot het moment dat de dochter werd gevraagd ons een kamer te laten zien. We liepen met haar mee (de fietsen stonden veilig dus Nicole kwam mee) en kregen een keurige kamer te zien. Raki-Cola liet ons daarna in hoogst eigen persoon de camping zien. Dit bleek de reeds bekende parkeerplaats met het fijne grint te zijn. Er stond een busje en een auto. Ook hing het wasgoed er te drogen maar wij konden er een plekje naar believen uitzoeken. Een klein strookje gras zag er voldoende uitnodigend uit. We besloten te gaan kamperen.

ons ‘champingplekje’

Nadat we onszelf hadden geïnstalleerd en omgekleed tot twee zwemlieden, namen we een duik in het hotelzwembad. We maakten de allereerste zwembewegingen van onze reis en genoten zichtbaar van het verkoelende water. Toen we ons even later op twee ligbedden hadden genesteld, kon het grote kijken beginnen.

Met de ligbedden in de schaduw

Al snel viel onze aandacht op Raki-Cola. Ik vertelde Nicole over zijn verreikende kegel en het werd ons snel duidelijk dat die kegel goed werd onderhouden.

Recht tegenover onze ligbedden, aan de andere kant van het zwembad, stonden twee koelkasten met glazen deuren. De ene koelkast was verstrekt door Pepsi, het stond er met grote letters op, de andere door de leverancier van flessenwater. Het loopje van Raki-Cola ging steevast naar de Pepsi koelkast.

De Pepsi koelkast. Daar waar de Raki-Cola wordt vervaardigd

In de Pepsi koelkast stonden naast bier, sinas, cola en ice tea ook twee anderhalf liter flessen water. Gek genoeg stonden deze niet in de speciaal daarvoor geleverde koelkast. Al snel werd duidelijk waarom. De waterflessen waren gevuld met raki (vuurwater). Met zeer grote regelmaat liep Raki-Cola naar de Pepsi koelkast en vulde zijn glas voor de helft met raki en voor de andere helft met Pepsi cola. Hij deed dit een beetje heimelijk maar omdat zijn dorst groter was dan zijn drang tot geheimhouding, viel het toch al snel in het oog. Hij bleef maar naar de koelkast lopen. Ondertussen functioneerde hij als hoteleigenaar en speelde, onder het genot van een halve liter bier, een spelletje Back Gammon met de kok. 

Het is inmiddels een uur of drie, half vier. Raki-Cola wisselt zijn gang naar de Pepsi koelkast nu in dezelfde frequentie af met een gang naar de wc want van bier moet je zeiken. Hij en de kok hebben er minstens vier spelletjes Back Gammon op zitten. Onderweg naar het toilet maakt Raki-Cola een lastig te controleren zijstap. Ook zie ik hem half in zijn gezicht wrijven terwijl hij eigenlijk over heel zijn gezicht wilde wrijven. Tenslotte steekt hij een keer zonder zichtbare reden zijn vinger op voordat hij de deurknop van het toilet vastpakt, alsof hij zich iets belangrijks bedenkt. Zijn bewegingen zijn allemaal net een beetje uit het lood.

Wij zitten met de benen gestrekt op onze ligstoelen en houden Raki-Cola in de gaten over de rand van onze e-readers als we hem plotseling van koers zien veranderen. Hij loopt ineens voorbij de Pepsi koelkast! Opletten!!

Vlakbij de uitgang van het hotel staat een elektrische driewieler, een soort scootmobiel met een boodschappenmandje achterop. Raki-Cola is er naartoe onderweg. In gedachte ben ik blij met het gegeven dat het hier gaat om een driewieler want met zoveel drank in het lijf is een stabiel voertuig van levensbelang. Raki-Cola stapt op en vertrekt in volle vaart vooruit, stopt vervolgens, zet de scootmobiel in zijn achteruit en grijpt achter zich naar een lange stok met een netje aan het uiteinde. Het is zo’n ding om vuiltjes mee uit het zwembad te schepnetten.

de scootmobiel, een stabiele factor in het hotelbedrijf

Met het schepnet in de linkerhand, als een lans, draait hij het gas weer open en snelt het hotelpad af, en met een ruime bocht vliegt hij de straat op en verdwijnt, gevolgd door een klein stofwolkje, uit het zicht. 

Ik zie een Turkse Don Quichot en vraag me af of Raki-Cola windmolens ziet.

Na tien minuten verschijnt de scootmobiel weer terug op het terras van het hotel. Raki-Cola zit nog steeds in het zadel maar niet stevig. De meterslange lans van Don Quichot is nergens meer te bekennen maar zijn oorlogsbuit bedraagt twee broden. Ze liggen in het boodschappenmandje van de scootmobiel. Zo kan Raki-Cola, naast zijn dorst, nu ook zijn honger stillen.

Gerustgesteld met de veilige terugkeer van de hoteleigenaar stappen we zelf op. We gaan het dorp in en stillen ook onze honger. Nicole eet gevulde aubergine, ik neem levertjes met rijst en besluit het wat drank betreft bij twee biertjes te houden.

P. S.

Heterdaadje

Maar drie dingen

We hebben het woord al een aantal keer laten vallen. Gastvrijheid. We komen er voortdurend mee in aanraking tijdens ons fantastische loempia-avontuur en we raken er toch steeds meer van onder de indruk. Dicht bij huis ontmoette we de gastvrijheid via Warmshower, de app voor fietsers die onderdak zoeken of aanbieden. Daarbij was er nog iets van ongemakkelijkheid van onze kant want aanbellen bij wildvreemden die met een groot gebaar hun huis en hun leven voor een dag voor je openstellen voelt een beetje als het bezoeken van een verjaardagsfeest waar je niemand kent. Zelfs de jarige niet. Toch blijf je op het feest en doe je de hele avond je uiterste best om met iedereen kennis te maken. Tegen het einde van het feest wordt het dan ook nog eens echt gezellig waardoor je als allerlaatste weggaat. Blij en tevreden want achteraf had je het feest voor geen goud willen missen. Zo voelt de gastvrijheid van Warmshower wat mij betreft.

De gastvrijheid op de Balkan is over het algemeen niet kosteloos. Wel erg goedkoop. Mensen hebben ons voor een appel en een ei hun huis, appartement of kamer afgestaan. Vaak na het drinken van een Grappa of een Raki kregen we de sleutel van hun grootste bezit. Soms bleef het daar niet bij en kregen we er een levensverhaal bij.

In Griekenland kenden de gastvrijheid van Eric, Regina en hun vrienden op Lefkas geen grenzen. We kregen er een eigen huisje, mochten meegenieten van Ajax tegen de Spurs (de eerste wedstrijd), en toen Nicole de halve marathon van Lefkas liep, stonden ze haast allemaal langs de kant om haar aan te moedigen.

Nu zijn we in Turkije en blijft de gastvrijheid zich onverminderd aandienen. De eerste dag al werden we opgewacht door Klaus en Rietje, twee Nederlanders die bekenden van de ouders van Nicole zijn. Ze zijn een maand in Bodrum maar vertrekken daarna naar Indonesië. De plek waar zij in Indonesië naartoe gaan is de plek waar ze de ouders van Nicole hebben leren kennen. Als klap op de vuurpijl is dat ook nog eens de plek waar wij de lekkerste loempia ooit hebben gegeten (Rietje en Klaus hadden ‘m nog nooit besteld dus konden er niet over meepraten, hoewel Klaus zeker wist dat Rietje de lekkerste loempia ter wereld maakte)!

Veel klimmen en dalen in Turkije, weinig wolken

Eergisteren was er de gastvrijheid van een pompbediende. Het was warm en we hadden veel geklommen toen er zich opnieuw een berg van formaat aandiende. Het was me eraan gelegen nog voor die berg een slaapplaats te regelen want eerlijk gezegd had ik het end in de bek. Vlak voor de klim passeerden we een pompstation met ernaast een heerlijk stukje kort gemaaid gras. Ik boog direct af en fietste op de pompbediende af. Het was geen enkel probleem. Natuurlijk mochten we de tent opzetten. ‘Zoek maar een goed plekje uit!’, aldus de pompbediende.

Prachtig gazonnetje naast het pompstation

Gisteren was het opnieuw raak. Tijdens de zoveelste klim hing mijn tong weer eens langs mijn voorwiel. Het zweet toonde zich al uren in dikke druppels langs de klep van mijn pet en in steeds breder wordende banen zoutkleuring wit in mijn fietskleding. Ik kon niet meer. Toen was daar een tentje langs de kant van de weg. Je kon er cay (thee) en ayran krijgen. Cay kennen we maar ayran kenden we nog niet dus we bestelden twee kopjes. Heerlijk spul voor de fietser! Een mengsel van Yoghurt water en zout. Buitengewoon dorstlessend. Ondertussen zaten we uitgebreid met de verkoper te kletsen. Hij woonde in het busje daar langs de weg. Nu voor het derde jaar. 

De man verkoper van Cay en Ayran. Zijn zoon nam de selfie
Een lekker en mooi kopje Ayran

Opnieuw kregen we een levensverhaal te horen. Even indrukwekkend als alle anderen. Na het verhaal kregen we alsnog de cay opgediend en begon de uitbater aan de epiloog. We hebben er een dik uur gezeten. Toen we opnieuw bijna vertrokken, bood hij aan om onze tent op zijn terras neer te zetten, dan konden we doorpraten en raki drinken. We sloegen zijn aanbod af. Niet vanwege de lange avond met veel raki die in het verschiet lag of het feit dat hij liedjes kon zingen van Frans Bauer en Marianne Weber, maar omdat het net lekker begon af te koelen, wat betekende dat we nog een of twee uurtje goed door konden fietsen.

Na nog een goed uur fietsen kwamen we een wegrestaurant tegen met een heel mooi en uitnodigend stukje gras (en een prachtig uitzicht bovendien). Opnieuw de stoute schoenen aangetrokken om een kampeerplek te regelen. De Engelssprekende ‘patron’ werd erbij gehaald die het vervolgens met zijn vrouw ging overleggen. Toen die akkoord ging moest vader nog even wakker gemaakt worden (hij lag op de bank in de keuken). Ook de oude baas was akkoord dus konden we weer een plekje voor de nacht uitzoeken. 

Het fraaie uitzicht bij zonsopkomst

Vandaag aten we rond de middag wat brood op een muurtje langs de kant van de weg. Verschijnt er plotseling een jongeman tussen ons in. Met twee kopjes thee en zes suikerklontjes. Hij bleek iets verderop bij een restaurant te werken en had ons blijkbaar zien zitten. De lekkerste thee die ik ooit gedronken heb!

De mensen hebben hier in Turkije en verderop in de Balkan niet veel. De meesten verdienen net genoeg om van te leven. Het enige dat ze een ander daarom kunnen bieden is hun gezelschap, hun gastvrijheid en hun hulp. En bij het aanbieden van deze drie dingen zijn ze buitengewoon ruimhartig, en zolang wij gezelschap, gastvrijheid en hulp mogen ontvangen, lukt het ons om Bali te bereiken.

Dansen in Katouna

Het Griekse eiland Lefkas heeft indruk op me gemaakt. Zo zal ik nooit meer vergeten hoe de vroege morgen van 1 mei 2019 in Katouna begon. Met de slaap nog in mijn ogen zat ik op het witte bankje bij het ‘muggennest’; een klein huisje dat ons door lieve mensen ter beschikking was gesteld. Ik keek naar het groene uitzicht en de zon die met mij aan de dag begonnen was. Misschien wist de zon het al, maar ik had nog geen vermoeden welk wonderlijk schouwspel zich voor mijn ogen zou gaan afspelen.

het ‘muggennest’

Vanuit de diepgroene boomkruinen verschenen plots duizenden kleine vederlichte vlindertjes die dansend op de wind hun weg naar de zon zochten. 

Ik was niet de enige toeschouwer die morgen. Vanuit strategisch juiste posities keken een twintigtal zwaluwen met zeer veel interesse naar de ontpopte diertjes. 

En waar ik pure schoonheid zag, zagen de zwaluwen kleine lekkernijtjes. 

In ontelbare duikvluchten deden de zwaluwen zich tegoed aan de evenzo ontelbare vlindertjes. Het duurde een kleine vijf minuten voor ze het luchtruim met hun perfecte circusact geleegd hadden. 

Zonder buiging verlieten de zwaluwen het toneel. Ik bleef achter en mijn ogen zochten naarstig naar dat ene vlindertje die de ‘danse macabre’ was ontsprongen. Ze vonden ‘m niet.

het groene uitzicht vanaf het ‘muggennest’

Op het centrale plein van Katouna zag ik enkele dagen later opnieuw een dans. Een dans van een trots volk dat een avond lang met succes de tijd wist te vangen en het wist om te buigen, te smelten soms, naar ritmes en verhalen uit vervlogen dagen. De voordansers, oude mannen en vrouwen, vertraagden of versnelden hun passen die maatgevend waren voor de muzikanten wiens taak het was te volgen. Eén arm van de voordanser had vrij spel en zwaaide, in grote trage bogen, duizend jaar oude tranen in het rond. De andere was via een witte zakdoek geketend aan enkele sterke mannen. Net als de muzikanten volgden ook zij de passen en het ritme van de voorganger. Daarnaast was het de taak van de sterke mannen om de voordanser in balans te houden. Via de zakdoek en de krachtige keten van de volgers konden oude mannen en vrouwen zich die avond buigen, draaien, strekken en knielen alsof de jeugd voor één avond terug in hun lichaam was gekropen. 

Opnieuw werd de tijd een loer gedraaid.

De gebukte man in bruin gaat voor in de dans

In vele oude Griekse verhalen wordt gewaarschuwd voor jeugdige overmoed. Ik moet denken aan de jonge Phaëton die zich de teugels van de zonnewagen van zijn vader Helios toe-eigent, en vol goede moed en bravoure de hemel bestormt. Zeus moest er uiteindelijk aan te pas komen om de op hol geslagen zonnewagen, die de aarde dreigde te verzengen, met een bliksemschicht tot stilstand te brengen. Phaëton valt daarbij te pletter op aarde. 

Hoogmoed komt voor de val.

Daar op het plein van Katouna zag ik die avond prachtige oude Griekse mannen die voor even de jeugd terug in het lijf voelden en zich met Phaëton’s blik in de ogen een ogenblik onsterfelijk waanden. Vol trots voedden ze hun hervonden jeugd met Helleens bier, tot ook zij worden getroffen door de man met de hamer, want dát is van alle tijden.

P.S. De Helleense blikjes bier die de mannen drinken is van het merk ‘Mythos’.

Een paar losse eindjes

In Albanië zag ik mannen ruzie maken tijdens een kaartspel. Er was geld bij gemoeid. De benige man die zich verdedigde stond als enige rechtop. Hij maakte zich groter dan de anderen maar de anderen waren met meer en, nog belangrijker, ze waren eensgezind. Hij moest betalen. Zijn laatste wapenfeiten bestonden uit stemverheffingen en wegwerpgebaren maar dat deze krachteloos waren bleek aan de portemonnee die hij al had getrokken. Zijn speelkameraden lieten de man zijn waardigheid tonen maar deden ondertussen een greep uit zijn gesleten lederen knip. De verliezer liet ze begaan en verliet verongelijkt de speeltafel. 

Albanië kent vele speeltafels als deze. De lege mannenuren worden gevuld met kaarten, schaken of domino. De mannen van weinig woorden en vele gedachten spelen schaak en worden vaak omringd door meedenkers. 

De dominospelers zitten wat afzijdig in tweetallen. De stenen worden een voor een hard en met grote armbewegingen op tafel geslagen want hoewel er niemand kijkt, mag ook hun strijd niet onopgemerkt blijven. 

De kaarters hebben de meeste praatjes, zij kaarten met woorden. Wat zou ik graag onderdeel uitmaken van zo’n tafel. Niet als speler maar als omstander. Die nemen net zo goed deel aan het spel want het gaat niet om de kaarten. Het verhaal rond de tafel, de opwinding, daarin zit het grote spel. Van de vreemde woorden begrijp ik niets, die sluiten mij buiten, maar als buitenstaander kan ik gissen naar het spelverloop. Woede, leedvermaak, pesterijtjes en het voldaan zwijgen bij het hebben van een goede hand. Je leest het allemaal in de levendige kluwen rond en aan de speeltafel.

In Bosnië en Herzegovina sta ik langs de kant van de weg. Regen, mist en een stijgingspercentage van 10% houden me niet tegen, maar een lekke achterband wel. Met de fiets al op de kop laat ik, via sms, de eigenaar van ons verblijf van die avond weten dat we vertraagd zijn door een pechgeval. We zijn dan nog 5 kilometer verwijdert van onze bestemming. Niet veel later stopt er een auto langs de kant van de weg. Het is Branko, de eigenaar van het door ons geboekte hotel, die direct na het ontvangen van mijn sms de auto is ingestapt om ons van de berg op te pikken. Ik leg de fiets en de tassen in de achterbak van de auto en rijd met Branko de laatste 5 kilometer naar het eenzame hotel. Nicole fietst achter ons aan, omringd door nevel.

In de auto zeg ik Branko hoe gelukkig ik ben met zijn komst omdat het buitengewoon lastig is een band te repareren als het zo nat is. Bij het woord ‘lucky’ slaat Branko aan en zegt: “Hier in Bosnië en Herzegovina hebben we alles. We hebben huizen, eten, liefde en gezondheid, maar geluk hebben we hier niet.”

In Griekenland komt ons een overhaast geschoren Zwitser tegemoet. Uit zijn neus grijze haren en op zijn kin en bovenlip ook hier en daar een plukje van dat spul. Hij rijdt elektrisch maar dat zie je haast niet want de fiets hangt van boven tot onder vol met flarden bagage, waaronder een washandje die met een knijper aan de remkabel hangt en een haarborstel die met klittenband aan zijn frame is bevestigd. 

We delen ervaringen en tips. 

Hij heeft oog voor mijn bamboe ‘hondenstok’ op mijn bagagedrager. Ik heb oog voor zijn ‘hondenstok’ aan de horizontale stang van zijn fiets. En zo komen we te spreken over de gevaren van het reizen met fiets en tent. Zo heeft de Zwitser zijn geld verspreid in drie verschillende tassen voor het geval hij overvallen wordt. “Willen ze je geld dan geef je het geld uit één tas en hoopt dat ze daar genoegen mee nemen”, zo klinkt zijn uitleg. Ook huivert hij voor het overnachten op stranden. “Het strand is nou eenmaal een plek van begeerte”, zegt hij. 

We nemen afscheid met de constatering dat we beiden, behoudens de honden, geen enkel ander gevaar hebben hoeven trotseren, en dat we tegen de valse honden inmiddels passende maatregelen hebben getroffen. 

Als we wegfietsen, zwaaien we met onze hondenstokken alsof we ten strijde trekken. De een richting het noorden, en wij richting het zuiden.

In Duitsland, op de winterdijk langs de rijn, las ik een bordje: 

HÖRERLEBNIS

De laatste lijn – de bandijk

Hoe een hoge bandijk ook hoge waterstanden kan veroorzaken, dat verneemt u als u belt naar het nummer

+49 (0)2851 97999 – 448

(De luisterbijdrage duurt ca. 2 minuten)

Translate »