• info@pedalenenverhalen.nl

Jaarlijks archief 2018

De Drôme (Toer de France 2016)

De droom is inmiddels werkelijkheid geworden.
We fietsen momenteel in de Drôme. Nog effetjes en we verleggen onze koers van de Groene Weg naar die van Camping Municipal Justin in het plaatsje Die. Daar sluiten we ons aan bij enkele vrienden uit de regio Zevenaar die dit jaar speciaal voor ons hun tent hebben opgezet in de Drôme, zodat wij een doel hadden voor onze fietsvakantie. Het duurt niet lang meer voor we er zijn en we welkom worden geheten door Erik en zijn barbecue, door Guus met zijn gulle lach en koude biertjes. Karin staat te popelen om onze stramme lichamen soepel te kneden volgens de allerlaatste massagetrends. Ursula zal, terwijl wij van dit alles liggen te genieten, ons de nodige koelte toe wuiven middels de uit het ons geliefde Costa Rica geïmporteerde palmblad.

Maak je maar eens rustig een voorstelling van dit tafereeltje.

We hebben er nu 1250 km op zitten. Misschien wel tijd om de balans op te maken. Ik heb erg veel geleerd tijdens deze tocht. Hier een kleine selectie van de door mij opgedane kennis.

– Naaktslakken hebben totaal geen gevoel voor richting.

Als er één wezen op aarde leeft zonder enig gevoel van richting, dan moet het de naaktslak zijn. Heb je wel eens naar het spoor van een naaktslak gekeken? Compleet de weg kwijt die beesten! Ik heb er gedurende deze trip honderden gezien en ál hun honderden slijksporen. Ze hebben werkelijk geen notie van waar ze naartoe gaan. Nu zal de oplettende lezer denken: “gewone slakken produceren dezelfde wanordelijke slijksporen”. Ja! Dat klopt! Maar wat de gewone slak voor heeft op de naaktslak is dat ie altijd in de buurt van zijn huis blijft!

– Fransen die met caravan of vouwwagen op vakantie gaan rijden allemaal in een Dacia Duster.

Geen enkele uitzondering dus. Ik heb sterke vermoedens dat ze die Dacia Duster kado krijgen bij aankoop van een caravan of vouwwagen. Verschrikkelijk trouwens die Dacia reclame waarin de Queen-klassieker ‘Another One Bites The Dust’ wordt verkracht. Even voor de leken op auto gebied; Dacia is een merk auto. Vroeger tijdens de koude oorlog was het een Roemeens staatskoetsje maar inmiddels is het een dochteronderneming van, ik meen, Renault die dus onder de naam Dacia goedkope Renaultjes verkoopt. De Dacia Duster is het SUV-model (Sports Utility Vehicle) van Dacia. In die reclame zingen ze in plaats van ‘Another One Bites The Dust’, ‘Another One Drives A Duster’. Freddy Mercury draait zich om in zijn graf. Ashes to ashes… to… (vul zelf maar in).

– Het mooiste geel ter wereld is het geel van zonnebloemen.

Behalve de kleur, die werkelijk top is, vind ik de zonnebloem overigens een tamelijk ruggengraat-loze bloem. Bij het minste of geringste geven ze de moed op en laten ze het kopje hangen. Als je dan langs zo’n veld met teneergeslagen zonnebloemen rijdt doet het denken aan een grote mea culpa-processie. Kortom een schuldbewuste bloem die zonnebloem. Bah!

– Fransen kunnen beter geen liedjes van AC-DC zingen bij de Karaoke.

Buiten het feit dat we er wakker van lagen klonk het bespottelijk. Nu ben ik alles behalve een expert op karaoke-gebied, maar Fransen hebben er in ieder geval geen talent voor. Ze zingen namelijk niet; het is louter schreeuwen wat ze doen. Als je dan als Fransman denkt de bink uit te hangen en als enige een Engelstalig lied uitkiest, wat op zich getuigd van lef, kies dan géén ‘Highway to Hell’ van AC-DC. Die gaat uit je Franse mond namelijk enorm ‘gay’ klinken. Dit is waarom (lesje Franse grammatica).

In het Frans wordt bij de meeste woorden die met een ‘h’ beginnen, de ‘h’ niet uitgesproken. Dit betekent dat dit een ‘stomme’ ‘h’ is. Omdat de letter die na deze ‘stomme’ ‘h’ altijd een klinker is, wordt dit gezien als de eerstvolgende letter die wél wordt uitgesproken.
Je krijgt dus (fonetisch) ‘Aaijwee toe El’. En dat klinkt best wel ‘gay’. Zing het anders maar eens een paar keer hardop als je me niet gelooft.

Dit is zomaar een greep belangrijke lessen. De lijst is eindeloos dus wil je er meer, dan kom je na de vakantie maar een bakkie halen.

Maarten, Maurits en de Marokkanen (Toer de France 2016)

We zijn inmiddels thuis en kunnen stellen dat we van een fantastische vakantie hebben genoten.
We hebben kennis gemaakt met Frankrijk en de Fransen maar hebben óók 6 weken de kans gehad om landgenoten buiten hun natuurlijke habitat te zien opereren.

Één van die landgenoten is Marco. Marco is begin veertig en trotse vader van twee zonen. De oudste heet Maarten, jaar of 9, en de jongste van 5 is Maurits. Om dit hanige clubje mannen loopt een moeder rond die zwanger is van de derde en zo nu en dan een fotootje knipt van haar benige zoontjes. Aan dit ogenschijnlijk mooie gezinnetje hebben wij ons, aan het zwembad, enkele dagen de pleuris geërgerd.

Ik ga je zeggen waarom. Ten eerste hebben Maarten en Maurits geweldig hoge tyfusstemmetjes waarmee ze de godganse dag naar elkaar en anderen lopen te schreeuwen. Dit doen ze zonder dat vader Marco hier paal of perk aan stelt. Reden dus om je ook aan Marco te ergeren. De moeder van de jochies laten we even geheel buiten beschouwing, ze is immers zwanger en moet foto’s maken waardoor we haar, mijns inziens, volledig mogen excuseren.

Voordat ik met Marco verder ga nog even over de kleintjes. Maarten is een zuigertje en Maurits een enorme aansteller. Dit is een waardeloze combinatie want hierdoor krijg je alleen maar gejank van Maurits, en schijnheilige smoesjes van Maarten. Als onpartijdige buitenstaander is het dan ook onmogelijk om partij te kiezen voor één van de twee. Omdat je geen partij kiest voor de stoker maar ook niet voor de janker, erger je je voor het gemak dood aan beiden.

Nu Marco. Papa Marco heeft de uitstraling van een enorme lul. Dat treft, want dat is ie ook. Marco heeft een kapsel dat ooit cool was onder, laten we zeggen, ietwat kakkineuze types aan het einde van de jaren 80, of begin jaren 90. Halflang haar op één lengte afgeknipt. Bij Marco is 50% inmiddels grijs. Om dat halfgrijze haar uit zijn ogen te houden draagt Marco een diadeem. Kom daar maar eens om tegenwoordig! Dan ben je een lul.

Maar dit is allemaal van ondergeschikt belang en natuurlijk mag je mensen niet op basis van hun uiterlijk, onhebbelijkheden of hoge stemgeluid veroordelen. Dat ben ik met je eens.

Dan dit.
Los van dit drietal opereren er in en om het zwembad een viertal Marokkanen. Drie zonen en hun vader. Even voor het gemak de namen van klein naar groot: Yusuf (moet nog in het peuterbad), Achraf (5), Farouk (10) en vader Khalid (37). Moeder Dounia (26) laten we ook buiten het verhaal. Wél fijn om nog even te vertellen dat Dounia en Khalid twee weken geleden een wolk van een meisje hebben gekregen. Ze hebben haar Eliana genoemd.
Tot zover de namen en rugnummers.

Zoals het gaat op vakantie, hadden Maarten, Maurits, Achraf en Farouk elkaar al snel gevonden. Zonder dat ze elkaars taal spraken vonden ze elkaar in het spel. Duiken, de waterpistolen van Maarten en Maurits, de glijbanen en wat algemeen stoeiwerk vormden de ingrediënten van wat een mooie dag aan het zwembad moest worden.

Totdat vader Marco in de gaten kreeg dat zijn oogappels de twee Marokkaantjes hadden uitgezocht als zwembad-vriendjes. Marco ging overeind zitten op zijn ligbed en bestudeerde de Marokkanen aandachtig. Overduidelijk met de nodige argwaan. Toen hij Maarten zag aanleggen om Farouk onder vuur te nemen met zijn supersoaker waterpistool, werd het Marco te heet onder de voeten en riep hij naar Maarten: “Maarten, doe dat nou niet, zoek nou geen ruzie met die jongens!”.
Duidelijk was dat Marco de Marokkanen wantrouwden. Alle 4 de jongens hadden lol voor 10 met elkaar. Door Marco’s Marokkanenangst moesten zijn zoontjes zich bij papa melden. Papa zag liever dat Maarten en Maurits met elkaar gingen spelen of andere vriendjes gingen uitzoeken want het zou anders vast met ruzie aflopen.
De twee melkwitte knaapjes wilden hier niet aan en verzekerde vader dat ze écht fijn aan het spelen waren met Achraf en Farouk. “Maar pas asjeblieft op!”, riep Marco de jongens na die alweer in volle draf achter de twee Marokkanen aan vlogen.

Marco speurde het zwembad verder af en zag voor het eerst Khalid met de kleine Yusuf bij het babybad. Hij herkende in Khalid direct de vader van Achraf en Farouk. Ik zag Marco in gedachte zijn kansen afwegen. Marco was er helemaal niet gerust onder. Toch gleed hij terug in zijn ligbed.
Ik bleef het viertal nog even volgen van zwembad naar glijbaan en weer terug. Ontelbare keren.

Ik lag zo een mooi tijdje te koekeloeren.

Ondertussen was me een Frans meisje opgevallen dat in een autistisch ritme de glijbaan steeds maar opnieuw beklom en afgleed. Het meisje had een ongelukkig gezicht. Ze was geopereerd aan een hazenlip maar helemaal weggewerkt was deze niet. De neus van het meisje was bovendien groot en scheef. Ze had wel mooie sprekende ogen maar deze verstomde bij het zien van haar misvormde gezicht. Ondanks de zeer vele kindertjes bij het zwembad had dit meisje geen vriendinnetje waarmee ze de glijbaan af kon. Het meisje genoot zichtbaar van de glijbaan en dat maakte het gebrek aan een speelkameraadje goed.

Plotseling ging het mis bij Maarten, Maurits en de Marokkanen. Maarten had zojuist de kleine Yusuf (die van het peuterbad) met een flinke duw het grote zwembad in geduwd. Yusuf ging koppie onder en kon happend naar lucht nog net door Farouk boven water worden gehaald. Yusuf zette een keel op van jewelste.
Vader Khalid kwam direct in actie.
Laffe Marco keek het gebeuren afwachtend aan vanaf zijn ligbed. Marco hield zich stil en van de domme. Hij meed Khalid zichtbaar. Khalid ging op zijn beurt niet op zoek naar een dader of oorzaak maar wees Yusuf er nog eens vriendelijk op bij het grote bad weg te blijven. Hij nam Yusuf mee naar het pierebadje en liet hem daar aan de hand in het water.

Marco telde ondertussen zijn zegeningen en riep Maarten en Maurits bij zich. Nu de kolen uit het vuur waren, moesten ze hun excuses gaan aanbieden bij Khalid. Zonder dat Marco dus even zelf met ze mee liep. Marco bekeek alles vanaf zijn veilige ligbed.

De jongens gingen inmiddels weer verder met het waterspel.

Het meisje met het verwrongen gezicht vermaakte zich nog steeds in alle eenzaamheid op de glijbaan.

Wat me inmiddels begon op te vallen was dat Maarten en Maurits vervelend deden tegen dit meisje. Iedere keer dat Maarten en Maurits óók van de glijbaan afgingen, namen ze opzichtig afstand van het meisje. Het ergste was dat het meisje dit in de gaten had.
Marco niet.

Marco had alleen oog voor Khalid, Farouk, Achraf en Yusuf. In zijn ogen kwam de bedreiging uit Marokkaanse hoek. Marco wilde opzichtig een wit voetje halen bij Khalid. Toen hij zag dat de Marokkaantjes bij hun vader zaten riep Marco snel Maarten en Maurits bij zich. Hij snelde zich naar de grote boodschappentas waarin, zo wist hij, snoepjes zaten. Marco pakte de snoepzak en gebood Maarten en Maurits om naar de Marokkanen toe te gaan om ze een snoepje aan te bieden. “En vergeet hun vader niet hè”, riep hij de jongens na.
Het snoep werd door Yusuf, Achraf en Farouk dankbaar in ontvangst genomen. Vader Khalid bedankte vriendelijk. Opzij kijkend zag ik aan Marco dat de weigering van Khalid voelde als een nederlaag.

De zak snoep werd terug in de tas gesmeten en Maarten en Maurits vlogen weer richting glijbaan. Marco zag dat de Marokkaantjes bij Khalid achterbleven en waren begonnen met omkleden. Ze verlieten het zwembad.

Marco draaide zich voldaan om. De Marokkaanse bedreigingen waren bezworen. Hij ging op zijn buik liggen en begroef zijn gezicht in z’n handdoek.

Wat hij daardoor niet zag was dat Maarten en Maurits ondertussen het glijbaanmeisje belachelijk maakten. Telkens als ze in de buurt van het meisje kwamen, sprongen Maarten en Maurits gillend op en trokken een vies gezicht en snelden zich een paar meter naar achteren. Alsof het meisje een besmettelijke ziekte had.
Het meisje werd boos en huilde tegelijk. Met gebogen hoofd liep ze weg van de glijbaan. Bij haar moeder aangekomen begon ze zich direct om te kleden. Ze wilde weg van het zwembad.

Maarten en Maurits en hun hoge tyfusstemmetjes hadden nu de glijbaan voor zichzelf.

Marco draaide zich om. Het was tijd om zijn voorkant wat zon te geven.

De Chinees (CBGB 13)

(over hoe een Nederlands bandje op het legendarische podium van CBGB in New York terecht kwam)

Dat hapje eten na de eerste opnamedag had nogal wat voeten in de aarde. Eerst moest er worden bepaald welk genre restaurant ons alle vier aansprak (Joost had zich inmiddels bij ons aangesloten). Alle genres werden gezien als prima optie. We hadden namelijk honger.
In Manhattan aangekomen liepen we richting Brownies en het plan was om onderweg onze restaurantogen de kost te geven. Zag iemand een aantrekkelijke eettent, dan werd er een vergadering belegd.
Bij het eerste de beste restaurant (Chinees) waren we het al direct eens. Hier gingen we eten.
Het Aziatische restaurant had de allure van een ordinaire vreetschuur; een drukbezochte bovendien. Voor het oog van de kenner en de ervaren reiziger is dat een goed teken.
We gingen naar binnen.
Binnengekomen werd ons een tafeltje gewezen.

Terwijl we de eerste studiodag de revue lieten passeren en tegelijkertijd op de tweede opnamedag vooruitliepen, kwam er een schuchtere Chinees naar ons tafeltje geslopen, hij was opvallend lang wat mij even deed denken aan een rietstengel.
Of we al een keuze hadden gemaakt, was zijn vraag.
Behalve Bastiaan, die hongerig de menukaart van voor naar achter had bestudeerd, was er niemand die al een keuze had gemaakt. Maar wat we zeker wisten was dat we alle vier trek in bier hadden dus de man kwam niet voor niets.
’Four beer!’ Het was Aars die de bestelling plaatste en daarbij vier vingers de lucht in stak om misverstanden te voorkomen. De rietstengel begon ongemakkelijk om zich heen te kijken en maakte geen aantekening van de bestelling. Sterker nog, het groezelige blocnote werd diep in zijn donkere schort gestopt.
’We mogen geen alcohol schenken heren’, de Chinees trok bij deze woorden zijn schouders licht verontschuldigend op en liet ons zijn lege handen zien. Pure machteloosheid.
Als vier kinderen vlak na het tellen bij verstoppertje spelen keken we schichtig om ons heen. In een flits scande we de andere tafels in de hoop ergens een pijpje bier te zien staan zodat het bewijs kon worden geleverd dat de Chinees zich moest hebben vergist. Toen we geen bewijsmateriaal konden vinden keerden we onze blikken en keken elkaar vertwijfeld aan. Aars maakte aanstalten om overeind te komen en te vertrekken. We stonden op het punt z’n voorbeeld te volgen toen de Chinees met zijn armen het ’rustig aan’ gebaar begon te maken.
’Sit down, sit down, please’ klonk het.
Aars liet zich terugzakken maar hield zijn handen op de leuning van de stoel zodat hij ieder moment weer de benen kon nemen.
De Chinees kwam iets dichterbij toen hij zag dat Aars was gaan zitten. Hij maakte een lichte buiging en zei op een samenzweerderige toon: ’I will get you your beer’.
’Listen’ De rietstengel boog zich nog iets verder naar ons toe waardoor wij als vanzelf ook iets meer naar hém toe bogen. Als plantjes naar het licht.
De Chinees had onze volledige aandacht.
Zijn oplossing bestond eruit dat wij hem moesten zeggen welk bier we wilden drinken (Rolling Rock of Budweiser) en hem ongeveer 5 dollar mee moesten geven. Hij ging dan voor ons naar de Deli op de hoek om 4 halve liter blikken te kopen. Wij konden blijven zitten en al onze aandacht rustig op het menu richten. Het was immers zo, verklaarde hij nader, dat ze weliswaar geen vergunning hadden om alcohol te verkopen, maar dit betekende niet dat wij, de klanten, geen alcohol mochten drinken tijdens het eten. We moesten alleen even zorgvuldig het bonnetje van de Deli bewaren voor het geval de inspectie langskwam. Met dat bonnetje konden we dan aantonen dat we het bier zelf hadden meegebracht. Dan was er niets aan de hand!
Aars liet de stoelleuning los en klapte in zijn handen van geluk en vroeg de naam van de Lange Chinees. Tevreden met deze nieuw gesloten vriendschap schudde Aars de man de hand en gaf hem direct vijf dollar voor de boodschap.
’Mooi man,’ vond Aars.

De Chinees trok direct een lange jas aan en verdween met vijf euro uit het zicht om niet langer dan twee minuten later terug te keren met een dunne plastic tas met daarin vier grote blikken Budweiser. Met het zelfvertrouwen van een Rotterdamse bootwerker zette de Chinees de vier blikken met vier klappen midden op tafel.
We applaudisseerden voor het kunststukje.
Aars kwam alsnog overeind en gaf de beste man opnieuw een ferme handruk en liet hem het wisselgeld houden.
Tevreden graaide de lange Chinees in zijn schort en diepte het groezelige blocnote met het kleine potloodje op.
We hadden inmiddels een keuze gemaakt.

Opnamedag 1 (CBGB 12)

[In de zomer van 1996 maakte we in Utrecht kennis met de leden van de New Yorkse band Mer. Nadat we met Yam Yam in hun voorprogramma hadden gespeeld, nodigde de drummer van Mer, Justin Guip, ons uit om twee weken naar zijn studio in Brooklyn te komen om er een plaat op te nemen. Hier onze belevenissen.]

 

Met een enorme koffie van ’De Fransman’ (de Koreaanse Deli-aan-de-overkant-uitbater) in de hand druk ik op het knopje bij het zebrapad.
Don’t Walk.
Ik proef voorzichtig van de hete koffie met suiker en een sloot melk en vraag me af hoe het toch komt dat deze koffie me zo goed smaakt. Is het de koffie zelf of zijn het de omstandigheden? Ik neem de tijd, net als het stoplicht op de drukke kruising.
Als even later het stoplicht verspringt geef ik gehoor aan zijn opdracht en steek over.
Het duurt even voordat de deur wordt geopend. Een korte, zakelijke, begroeting van Aars. Gezonde spanning merk ik. We zijn begonnen.
’Staffhorst beneden?’, vraag ik kort.
’Ja, we checken de versterkers uit’, zegt Aars terwijl ie de trap naar de studio afdaalt.
Ik volg.

’Good morning guys’,zeg ik terwijl ik om het hoekje de kleine ruimte met versterkers in kijk. Bastiaan en Justin wijzen op dat moment naar een kleine Mesa Boogie versterker. Justin schiet de ruimte uit om me welkom te huggen. Een langgerekt ’Hey Aaaaaij’ van Staffhorst begeleidt hem daarbij.
’Dennis! Nice to see you man!’, zegt Justin. Hij zet daarbij z’n zwaarste stem op. Ik zeg iets vergelijkbaars terug en probeer zijn bastoon te kopiëren. We grijpen elkaars duimen en raken elkaar vervolgens kort met de borst. Met onze linkerhanden geven we elkaar klopjes op de rug.
’Coffee, anyone?’, vraag ik terwijl ik mijn beker oppak en de lucht in steek.
Aars en Staffhorst bedanken maar Justin lust wel een kop.
’All right, I’ll get you some’
Ik draai nog even een rondje door de studio.
Drumstel. Check!
Gitaren, Check!
Mixer, Check!
Recorder, Check!
Justin, Aars en Staffhorst, Check!
Versterkers, komt goed. Ik sta mezelf te verkneukelen. We zijn echt begonnen. In mijn broekzak voel ik of er nog een halve dollar voor koffie in zit. Terwijl ik twee quarters tussen het kleingeld vandaan vis vraag ik Justin hoe hij z’n koffie drinkt en neem me voor het antwoord voor de komende twee weken te onthouden.

Met de sleutel van de voordeur in de hand sta ik weer met mijn koffie bij het zebrapad.
Don’t Walk.
Ik merk tijdens het wachten dat ik zin heb om iemand te vertellen dat ik met mijn band uit Nederland aan een album werk hier in Brooklyn. ’De Fransman’ lijkt de juiste persoon om dit heugelijke feit mee te delen maar ik besluit het toch nog even voor me te houden. Hij heeft alle tijd en gelegenheid me een dezer dagen zelf te vragen wat mij naar New York brengt. Dan vertel ik het hem.
Walk.

’More Coffee?’ klinkt het van achter de toonbank.
’Yes, one more please.’
’Good Coffee’, zegt ie nog maar eens.
’The best!’, besluit ik.
Terwijl ik geselecteerde quarters neerleg neem ik me voor de volgende keer in het Frans te bestellen.

Terug in de studio kruip ik voor het eerst achter het drumstel van Justin. Een zwarte Pearl. 5-delig.
Terwijl ik het drumstel naar mijn wensen aanpas zijn Bastiaan en Justin nog steeds versterkers aan het beluisteren. Het lijkt erop dat het de Mesa Boogie gaat worden. Aars lijkt tevreden met zijn set up.
Ik merk dat ik me terughoudend opstel achter het drumstel. Ik ben niet geneigd om lekker vrij het wilde weg in te gaan spelen. Dit komt doordat Justin, de opnametechnicus, zelf drummer is. Ik heb ’m een paar keer zien spelen met zijn eigen band MER, en had al snel in de gaten dat hij technisch veel beter onderlegd is dan ik. Ik moet het vooral hebben van de dynamiek van de band. Daarbinnen voel ik me prima op m’n plek. Ik wacht dus rustig af tot de rest van de band klaar voor de start is.
Dit duurt verrassend lang. De plaatsing van de microfoons, de sound van de versterkers, de stemming van het drumstel, het kost allemaal uren voordat het in orde is.
Verder dan een aantal proefopnames, om het geluid op elkaar af te stemmen, komen we niet die dag.
Wel maken we aan het begin van de avond kennis met de huisgenoot van Justin. Hij is bedrijfsleider bij Barnes & Noble. Het eerste dat hij doet als hij thuis is van het werk is hash roken via een waterpijp. We laten hem rustig zijn gang gaan en maken ons op voor een hapje eten en daarna; op naar Manhattan! Vinnie en zijn Margherita’s wachten op ons in Brownies!

Translate »