• info@pedalenenverhalen.nl

Jaarlijks archief 2014

Cirkels

Dat ik hier zit heeft absoluut niets te maken met vrije wil, ook al lijkt dat misschien wel zo. Laat je niet leiden door hoe ik het me de afgelopen, wat zijn het, dertig of eenendertig dagen gemakkelijk heb gemaakt. Ik zit hier niet uit vrije wil. Daarbij weet ik; de hitte gaat mijn dood worden. De droge tijd komt eraan.
De hitte gaat mijn dood worden.

Als een mantra herhaal ik deze woorden. Eerst in mijn hoofd maar steeds vaker ook hardop. Gekmakend. Ik ben gaan schrijven, móét schrijven, om orde te kunnen scheppen want in mijn hoofd regeert almaar meer de chaos. Ik moet mijn woorden zorgvuldig kiezen. Zij zijn straks alles wat er van mij over is.
Want de hitte gaat mijn dood worden.

Zoals die onheilswoorden in cirkels door mijn gedachten ploegen en diepe voren achterlaten waarin ik nieuwe cirkels maak, zo draai ik in cirkels om de boom. Vluchtend voor de zon. Ik moet zorgen dat ik de zon te slim af ben.

Schuilend in de schaduw van de reusachtige baobab zoeken mijn hersenen een uitweg. Tevergeefs. Ik zit gevangen. De hitte vormt een schild waar onmogelijk doorheen te breken is. Alleen tijd kan me redden. De tijd die op de schouders van de achterblijvers zou moeten tikken; ze zou moeten attenderen op het feit dat Roos en ik al geruime tijd weg zijn, zonder iets van ons te laten horen. Dat is namelijk niets voor ons. Daar zal de tijd onze vrienden op moeten wijzen. Vrienden die op hun beurt alarm slaan en een zoektocht op touw zetten. Tijd is mijn enige hoop en ik moet geduld hebben.

Kom op tijd, tik!

Voor Roos is de tijd te laat. Haar laatste woorden staan in mijn schedel gegutst. Arthur nee. Arthur nee. Steeds maar weer die twee woorden. ARTHUR NEE!

Daarna werd de stilte met een klap aangekondigd. In die stilte heb ik haar begraven. Naast de boom die haar noodlottig werd.

Diezelfde boom houdt mij nu in leven. Ik ben er afhankelijk van geworden. Zijn schaduw, zijn vruchten, zijn bladeren, ze houden me gevangen. Net als de zon die ervoor zorgt dat ik precies voldoende water heb om te overleven.
De zon speelt een macaber spel met me. Als een wrede gevangenbewaarder martelt ze me overdag. Ranselt me. En als ze ’s avonds huiswaarts gaat, spreekt ze vriendelijke woorden en laat ze, verstopt als condens in het grote doek van de ballon, een verkoelend glas water achter; wetend dat er dankzij dat ene glas een nieuwe dag van martelingen gloort.

Ik zit hier gevangen.

Van bovenaf, vanuit de ballon, had ik Roos nog op de enorme bomen gewezen, als waren het reusachtige armen die uit de droge harde grond waren gebroken. Ze leken lukraak in de rondte te graaien. Klaar om alles wat binnen het bereik van hun enorme klauwen kwam te grijpen. Roos had de beeldspraak geprezen en er passende foto’s bij gemaakt. Ook op de foto leken de bomen grijpende klauwen. Ik had het goed gezien.

Nu heeft een van die machtige klauwen ons te pakken gekregen. De rieten mand die ons in krakende stilte over deze prachtige vergezichten dreef sloeg te pletter op zijn massieve stam. Het doek van de ballon liet zich deels rond de kruin van de boom draperen. Het gegil van Roos sneed als een mes door de stilte.
“Arthur nee!”. Stilte.
Ze was op slag dood.

Het wachten valt me de laatste dagen steeds zwaarder. Het ritme van de tijd wordt niet langer bepaald door het horloge om mijn pols of het opkomen en ondergaan van de zon. Het ritme wordt bepaald door de woorden in mijn hoofd. Ik moet iets doen om aan die woorden te ontsnappen.
Waar ooit hoop was, is deze allang verdampt. Verdampt door de verzengende hitte.
De hitte die mijn dood gaat worden.

Eergisteren ben ik gaan graven. Vlak naast het graf van Roos ben ik laagje voor laagje van de bodem af gaan schrapen. Steeds dieper door de keiharde grond. Ik werk zorgvuldig en afgemeten. Gisteren ben ik voor het eerst gaan passen. Het moest nog een flink stuk dieper maar lengte en breedte waren perfect.

Vandaag ben ik tevreden. Ik staar naar het graf van Roos. Het ligt bedekt met stenen die ik tijdens het uitgraven van de grond ernaast, uit de bodem heb gewonnen. De rustplaats van Roos is verworden tot een grafheuvel. Een grafheuvel in de schaduw van de machtige baobab. Ernaast, gespiegeld, een perfect uitgediept rechthoek.

De hele nacht heb ik doorgegraven, zonder maar een moment te stoppen. Ik heb zelfs geen moeite gedaan het ballondoek uit te spreiden om het condenswater te vangen. Woorden stuwden me voort en trokken diepe voren in de taaie grond.

De zon is inmiddels op weg naar haar hoogtepunt. Voor het eerst kijk ik de zon recht in het gezicht. Niet langer houd ik me voor haar verborgen. Ik voel me lichter worden.

Als eindelijk de woorden in mijn hoofd hun klank verliezen, zie ik Roos bij de deur staan. Ze houdt ‘m voor me open.
“Toe Arthur, schiet op, er komt een hoop kou naar binnen”, zegt Roos.
Nog even twijfel ik, maar dan, rillend van de kou, stap ik naar binnen.

Live in Delft (CBGB 3)

(over hoe een Nederlands bandje op het legendarische podium van CBGB in New York terecht kwam)

De volgende ontmoeting met de Amerikaanse bandleden van MER was een paar dagen later, tijdens een optreden in Delft. De naam van de zaal kan ik me niet meer herinneren maar het optreden des te beter. We speelden met Yam Yam in het voorprogramma van Mer. Voorprogramma’s pasten ons het beste gezien ons 20-minuten-repertoire.

In Delft was het publiek niet bepaald in grote getale op komen dagen. Ik schat een man of 30. Het was hard werken en met ieder nummer nam mijn humeur af. Dit had een tweetal redenen. Het podium waarop we stonden te spelen was om te beginnen veel te klein. Ondanks dat we maar met z’n drieën waren stond Aars (koosnaam van onze bassist) met mijn Crash-bekken in zijn nek. Hij zag zich genoodzaakt het gehele optreden met gebogen hoofd te spelen om aan mijn rake-bekken-klappen te ontkomen. Alsof dat niet genoeg was, had ik ook nog eens last van wat je noemt een ’lopend drumstel’. Dat is als de vloer zó glad is dat je bass-drum aan de wandel gaat. Ik moest brood meenemen om dat ding na ieder nummer terug te halen!

In die begintijd eindigden we ieder optreden met ons succesnummer ’Catch Your Eye’; een bikkelharde jam die naar believen kon worden opgerekt. Onder toeziend oog van de mannen van MER (ze hadden ons niet eerder zien spelen), maakte we er bij onze toegift een dolle boel van. Mij kon het al lang niet meer schelen dus ik zwalkte langzaam maar zeker achter mijn bass-drum aan naar de rand van het podium. Trommels en bekkens lagen ondersteboven op het podium. Al die tijd bleef ik doorspelen. Ik was inmiddels strontchagrijnig maar tot mijn verbazing zag én hoorde ik dat het publiek almaar enthousiaster werd. De apotheose duurde een kleine 10 minuten. Niets van mijn drumstel stond nog overeind. Toen het stof was gaan liggen, was het publiek door het dolle heen. We gingen af als ware helden. Staande ovaties, bier en schouderklopjes waren ons deel.

Hoofdact MER kon beginnen.

Het bleef nog lang onrustig in Delft. We hebben die avond met z’n allen een gat in de nacht gezopen en gingen met de man 50 gulden in de zak terug naar Utrecht.

Die avond in Delft was ook de avond dat Justin Guip, de drummer van Mer, ons voorstelde eens naar zijn studio in Brooklyn te komen. Hij was onder de indruk geweest van ons optreden en het leek hem wel wat om met ons een plaat op te nemen, zo zei hij. Dat leek óns natuurlijk ook wel wat maar we namen zijn opmerking verder niet al te serieus. We hebben hem er in ieder geval nooit aan herinnerd.

Wordt vervolgt

Kaiserbrötchen

In het buitenland gebeurt het nog wel eens. Dat je uit een pinautomaat een briefje van honderd pint. In Nederland krijg je altijd minimaal twee briefjes van vijftig. Wil je anders, dan kies je de optie bedrag- en biljetkeuze. Achteloos stond ik vanmorgen te pinnen bij de Sparkasse in de bakkerij van Kirchberg. De bakkerij en bank bevinden zich in Kirchberg namelijk in hetzelfde pand. Dit kwam mij niet slecht uit want mijn tweede missie vanmorgen, naast het pinnen, was het aankopen van een viertal Kaiserbrötchen voor het ontbijt.
Het ontbrak me dus aan scherpte, het was immers vroeg, en voor ik het wist spuugde de Oostenrijkse pinautomaat een briefje van honderd mijn richting uit. Bij het zien van het groene biljet gingen mijn schouders hangen. In gedachte vloekte ik met gebruik van het vrouwelijke geslachtsorgaan. Er vlak achteraan een bonus-vloek, óók in gedachte.
Met tegenzin trok ik de flap naar me toe en besefte dat ik bij het intoetsen van mijn wensen onderin het lcd scherm een optie biljetten hád gezien maar de optie niet had overwogen.
Schoorvoetend en met het honderd euro-biljet zichtbaar in de hand liep ik naar de kant van de bakkerij. Ik was direct aan de beurt en bestelde mijn vier Kaiserbrötchen. Om meteen maar open kaart te spelen, legde ik het honderd eurobiljet op de toonbank. Dit zorgde bij de bakkersvrouw voor een aarzeling in het klaarmaken van mijn bestelling. Met twee broodjes in de papieren zak vertelde de bakkersvrouw me dat de vier broodjes bij elkaar een euro en vijfendertig cent kostten. Gevolgd door een vragende stilte. Om de onvermijdelijke vraag, die op zich liet wachten, voor te zijn zei ik dat ik het niet kleiner had en het geld zojuist had gepind. Een beetje sullig want dat had ze natuurlijk gezien. Met de nodige argwaan vroeg ze me toch nog eens of ik écht niet kleiner had. Ik moest ontkennen.
De bakkersvrouw legde de twee broodjes met een groot gebaar en bijpassende zucht terug in de broodmand achter de toonbank.
Ze gebood me opnieuw te gaan pinnen. “Een briefje van tien!”, zo beet ze me toe.
Schuldbewust liep ik de tien meter terug naar de pinautomaat. ‘Dat had ik zelf ook kunnen bedenken’, verweet ik mezelf. Ik pinde de tien euro.
Even later liep ik met een papieren zak met bolletjes in de hand, de bank-bakker uit.
Teruggekomen in ons appartement had mijn vrouw inmiddels de ontbijttafel gedekt. Terwijl ik mijn jas uittrok verdeelde ze de keizersbroodjes over de borden.
“Oh, ze zijn nog een beetje warm. Lekker! Jou kan ik tenminste om een boodschap sturen.”
“Nou en of!”, riep ik enthousiast en gaf haar een dikke kus.

Beste Joost

Zoals je vandaag wel hebt gelezen in het nieuws, is WhatsApp overgenomen voor een belachelijk bedrag van 13 miljard euro. Koper is Mark Zuckerberg oftewel Facebook. Een poosje geleden was de overname van Instagram door datzelfde Facebook reden voor mij om met Instagram te stoppen (daar baalde jij nog zo van). Ook Facebook zelf heb ik jarenlang gemeden maar zie ik, met de nodige reserve, sinds kort als springplank voor schrijfsels als deze. Via Facebook komen best veel andere mensen op mijn ikschrijfhetje-blog terecht. Dat maakt Facebook een mooi middel. Ondanks dat maak ik me wel zorgen om mijn privacy. Jij niet? Als je het ‘Big Data’-dossier van VPRO’s Tegenlicht hebt gezien (zo niet, begin met de documentaire http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2013-2014/persoonlijke-data.html), dan deel je wellicht mijn zorg. De overname vandaag van WhatsApp bevestigd het idee dat ‘Big Data’ gigantisch veel geld waard is. Maar als al jouw en mijn persoonlijke data zó veel geld waard is, moeten we dat dan maar gedachteloos weggeven aan de Mark Zuckerbergs van deze wereld? Ben je niet zelf eigenaar van je data, Joost?

Dus voor mij komt er vandaag ook een einde aan het gebruik van WhatsApp. Natuurlijk is het naïef te denken dat door te stoppen met Instagram en WhatsApp mijn privacy is gewaarborgd, maar er zijn alternatieven die wél rekening houden met onze privacy. Een mooi alternatief voor WhatsApp is bijvoorbeeld Telegram. Werkt exact hetzelfde als WhatsApp maar respecteert de privacy van haar gebruikers (data wordt versleuteld en gewist). Meer info op Telegram.org! Ik heb je via sms een uitnodiging gestuurd om de App ook te downloaden.

Lastig is natuurlijk dat er zoveel van onze vrienden en kennissen op WhatsApp zitten. Toch wil ik je vragen de Telegram App te downloaden (gratis) en een paar andere vrienden te vragen hetzelfde te doen. Het is een kleine moeite en je krijgt er een stukje privacy voor terug! (en je weet vandaag hoeveel die waard is)

Natuurlijk is er de dooddoener: “Denno, wil je écht privacy, dan moet je je iPad en Iphone helemaal de deur uit doen, en óók stoppen met Twitter en Facebook”. Natuurlijk, Joost! Helemaal mee eens. Dat is echter niet wat ik wil maar waar het kán pas ik mijn gedrag graag aan.

Wil je me een WhatsApp-je sturen, Joost, dan kan dat vandaag nog. Daarna ben ik te vinden op Telegram.

Groetjes, Denno

Translate »