• info@pedalenenverhalen.nl

Tagarchief Avontuur

Ankerplaats Rijnsaterwoude

Een reis begint natuurlijk ergens.

In menig reisverhaal of -verslag wordt de plaats van vertrek grotendeels buiten beschouwing gelaten. Hooguit meldt de schrijver de plaats als vertrekpunt en na thuiskomst nóg eens, om aan te geven dat het verhaal erop zit. Een beschrijving van wat als ankerplaats van een reis kan worden beschouwd, ontbreekt nog al eens omdat een reis pas is begonnen als je de ankerplaats achter je laat.

Onze ankerplaats is Rijnsaterwoude. 

Om een beeld te vormen van Rijnsaterwoude, in geval je dit pittoreske dorp in Zuid-Holland nog niet kent, nodig ik je uit mee te doen aan de volgende oefening.

Je mag even denkbeeldig je ogen sluiten. 

Rijnsaterwoude is een lintdorp. Het lint wordt gevormd door de Herenweg (kies nu zelf in gedachte een zijdezacht lint in je favoriete kleur; de mijne is groen). De Herenweg is van oudsher een verbindingsweg tussen Alphen aan den Rijn en Amsterdam. Van die eeuwenoude handelsweg ligt een meter of 1200 a 1300 in het dorp Rijnsaterwoude. Veel langer is het niet (maar het is precies even lang als jouw denkbeeldige lint!).

Stel je nu voor dat er een hardloopwedstrijd wordt georganiseerd over de oude handelsweg tussen Alphen aan den Rijn en Amsterdam. We noemen ‘m voor het gemak de ‘Historische Herenweg Run’ (Nicole zou zéker meelopen, en ik ken er nog een paar die ongetwijfeld enthousiast worden bij alleen al het idee! Er zullen er zelfs enkelen zijn die het organiseren van deze loop serieus gaan overwegen…).

Als nu alle inwoners van Rijnsaterwoude zich, met schaar in de hand, aan één kant van het parcours zouden opstellen om de deelnemers aan de ‘HHR’ aan te moedigen, dan kan iedere bewoner ongeveer een meter van het zijdezachte lint afknippen. Handig, want dan hebben ze iets om mee te wapperen tijdens het aanmoedigen. De toeschouwers zouden, aangezien ze maar een meter van elkaar af staan, ook elkaars handen met gemak even vast kunnen pakken om zodoende een menselijk lint te vormen. Al doende kunnen ze een ‘wave’ in gang zetten bij iedere passerende hardloper; de golf als ultiem symbool voor het prachtige Braassemermeer waaraan ons dorp grenst. Hoe mooi is dat!? 

Mocht iedereen zich daarentegen aan beide zijden van het parcours verdelen, dan kunnen de inwoners elkaars hand net niet vasthouden maar zou het onthaal met de meterslange wapperende linten voor de passerende hardlopers niet minder indrukwekkend zijn. 

Zo’n groots dorp is Rijnsaterwoude!

Bedankt voor je deelname. Je mag denkbeeldig je ogen weer openen.

P.S. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de bewoners van Rijnsaterwoude hoogst zelden samenkomen om hand in hand een lint door het dorp te vormen. Het sluipverkeer van de nabijgelegen N207 op werkdagen echter twee maal daags. Misschien dat we de handen nog eens ineen slaan om dáár iets aan te doen?

Terug naar waar het begon en twee nachten in Bangkok

In deze aflevering van de Pedalen en Verhalen Podcast gaan we terug naar de plek waar onze reisplannen zijn ontstaan en is er Tijd Voor Een Goed Verhaal.

Coen vertelt over zijn nogal bijzondere tussenstop in Bangkok aan het begin van zijn wereldreis van 6 maanden. Een tussenstop die hij ieder jaar opnieuw beleeft.

Heb je zelf een goed verhaal die je graag in de podcast wilt vertellen, of heb je vragen over ons of over de reis, stuur ons dan even een mailtje naar info@pedalenenverhalen.nl.

Heb je genoten van de podcast?  Deel ‘m en zegt het voort!

En mocht je het nog niet gedaan hebben, vergeet dan niet te abonneren op de podcast!

 

Laura

Laura woont in het prachtige Victoria, de hoofdstad van British Columbia. Laura is een dame halverwege de tachtig en besloot vanmorgen, nog op het frisse uur, de stad in te gaan. De eerste strepen zon kropen door de straten dus ze besloot haar jas thuis te laten. Lopen viel nog niet mee, maar eenmaal achter de rollator werd de pas alsmaar steviger.

De rollator en de strepen zon trokken Laura naar de hoek van Fort- en Government Street in downtown Victoria. Haar stevige stappen en het feit dat ze aan de zonzijde van de straat liep maakte het voor Laura al snel een aangename wandeling. De oude vrouw sloeg vastberaden linksaf.

Government Street bood haar een breed voetpad langs Munro Bookstore en Murchie’s, het koffiehuis dat haar bekend voorkwam. Een flinterdunne herinnering aan een ontbijt met haar man deed haar even stilstaan. Ze werd een geur van regen gewaar die haar in de war bracht. Hoorde die regen bij de herinnering of begon het op deze stralende dag opeens te spetteren? Ze liep verder. Lopen maakte aan iedere vraag een einde.

Toen ze het drukke Yates Street had bereikt leek het haar geen goed idee om de oversteek te wagen. Ze draaide de rollator om en liep de weg terug langs Murchie’s, nu aan haar rechterhand, waarbij ze even inhield toen ze de geur van verse koffiebonen rook. Het bracht haar een moment terug naar een pleintje in Oaxaca in Mexico maar dat deed er nu niet toe want een scheve tegel maakte dat er een horde moest worden genomen. Ze duwde zichzelf over de tegel terug richting Fort Street. Ook daar kroop het verkeer omhoog. Oversteken links of rechts? Treuzelen had ze haar hele leven niet gedaan dus deze keer ook niet. Oversteken was geen optie met al dat verkeer dus omkeren die rollator! Het ruime voetpad op Government Street leek haar uit te nodigen voor een fijne wandeling. De boekenwinkel links, met het wonderschone plafond, deed haar denken aan een boodschap die ze niet mocht vergeten want haar man las graag een krantje bij de koffie. De herinnering maakte Laura warm van binnen toen ze juist op dat moment langs het chique Murchie’s liep. Daar kon je pas lekker koffie drinken! Ze probeerde zich de boodschap die ze moest doen te herinneren maar een jongeman met een telefoon aan zijn oor versperde haar de weg. Hij was zo druk in gesprek dat hij Laura niet opmerkte. Laura op haar beurt had de tijd dus besloot even te wachten. Door het raam van Murchie’s zag ze een jong stel zitten die enkel oog voor elkaar hadden. Even herkende Laura zichzelf in het meisje maar de excuses van de bellende knul die voor haar rollator stond maakte dat ze weer een duw aan de dag gaf. Richting Yates Street.

Er was voor Laura geen doorkomen aan op Yates Street dus het beste wat ze kon doen was terug gaan. Toen ze langs het koffiehuis Murchie’s liep werd ze door een alleraardigst meisje aangesproken. Het meisje droeg een zwart schort waarop in sierlijke gouden letters Murchie’s stond gestikt. Het meisje nodigde Laura uit om het koffiehuis binnen te gaan. Lijdzaam volgde ze de jonge meid naar binnen. Zou haar man daar binnen zitten soms, vroeg Laura zich af. Het meisje wilde dat ze aan een leeg tafeltje kwam zitten en vroeg of ze misschien trek had in een glas water. Laura moest even wennen aan de nieuwe omgeving, waardoor ze de vraag over het water inmiddels vergeten was. Ze zag nog net hoe het meisje achter de toonbank verdween. Aan het tafeltje rechts van haar zat een jong stel met een broodje en een kop koffie. Ze waren duidelijk verliefd. Even verscheen er een glimlach op het gezicht van Laura. Toen vroeg ze zich af met wie ze eigenlijk had afgesproken. Het feit dat ze het niet meer wist maakte haar onrustig. Hoe lang zat ze nu al te wachten? Laura bedacht dat ze maar beter kon vertrekken. Omdat ze niet meer wist waar ze Murchie’s precies was binnengekomen, liep ze helemaal door naar achteren. Het moest die openstaande lift helemaal achterin zijn geweest, waarmee ze binnengekomen was. Anders wist ze het ook niet. Ze duwde haar rollator de lift in en drukte op de lichtgevende nul. De liftdeur sloot zich vlot en opende zich een verdieping lager. Voor zich zag Laura een klein gangetje met toiletten. Laura moest helemaal niet plassen dus ze wist niet precies wat ze hier deed, maar toen ze de openstaande deur aan de andere kant van het gangetje zag, en de straat erachter, was het verder een ABC-tje.

Ze stond weer in het zonnetje, maar waar? Ze was nu in het lagergelegen Langley Street maar daar had Laura geen weet van. Ze begon met lopen. Dat bracht haar altijd verder.

Op Fort Street besloot ze met het zonnetje mee omhoog te lopen richting Government Street. Op de hoek aangekomen werd ze getrokken door het mooie en brede wandelpad aan de linkerkant. Ze moest van zichzelf een beetje voort maken. Haar oog viel al snel op een wonderschone boekhandel die ze passeerde. De etalage had een statige uitstraling die haar heel even aan haar man deed denken. Ze zag ‘m plotseling in trouwkostuum voor zich lopen en besloot hem te volgen richting Yates Street.

Voor het luxe koffiehuis Murchie’s, werd ze door een meisje aangesproken. Ze werd vriendelijk uitgenodigd om het koffiehuis binnen te treden. Even zocht ze contact met haar man aan het einde van de straat maar die was waarschijnlijk bij Yates de hoek al om gelopen. Hij zal vast wel weten dat ze bij Murchie’s op ‘m wacht.

Laura werd aan een tafeltje gezet en kreeg een glas water. Het vriendelijke meisje kwam even bij haar zitten en vroeg haar naam. Ze vertelde haar dat ze Laura heette. Haar achternaam moest ze voor het koffiemeisje spellen. Laura koos voor haar meisjesnaam. Het meisje schreef alles op een papiertje. Ze bleef maar vriendelijke vragen stellen. Ze wilde vooral weten waar Laura woonde en waar ze naartoe moest. Laura gaf daar geen antwoord op. Wat deed het er ook toe. Ze zat even op haar man te wachten. Hij was er op uit voor een boodschap en kon ieder moment terugkeren. Het meisje leek tevreden met het antwoord en verdween weer. Laura zag even later dat het meisje stond te bellen. Precies op dat moment begon Laura zich af te vragen hoe ze Murchie’s eigenlijk binnen was gekomen. Achter, in het verlengde van de toonbank zag ze een lift. Zonder nadenken stond ze op en zette koers richting de lift. Even later drukte ze op een gloeiend rode nul. Toen de liftdeur zich, na het afdalen, voor haar opende stond ze bij de toiletten. Ze had helemaal geen aandrang. De openstaande deur aan de andere kant van het gangetje bood uitkomst. Even draaien en hup, ze stond buiten. ‘Wat een heerlijk zonnetje’, dacht Laura, en ze besloot een stukje te gaan wandelen. Ze liep in de richting van Fort Street. Daar bleef ze het trottoir volgen, omhoog richting Government Street. Een politieauto passeerde haar rechts op Fort Street en vanuit het verlengde van Government Street zag ze een politiebusje voor het stoplicht staan. Nieuwsgierig geworden van de aanwezigheid van zoveel politie besloot ze ook linksaf Government Street in te gaan. De politieauto stopte vlak voor een boekenwinkel en het busje stopte eventjes verder voor een koffiehuis met de naam Murchie’s. Laura versnelde haar pas enigszins om niets te missen van het aanstaande politieoptreden.

Er was iets met een van de meisjes van Murchie’s want zij werd door twee agenten aangesproken. Toen het drietal Laura in het oog kreeg liepen ze op haar af. Laura vroeg zich af of ze de agenten van dienst kon zijn maar kon niet bedenken hoe. De agenten waren buitengewoon vriendelijk en wisten zelfs haar naam. Dat was vast omdat ze haar man kenden want die zat immers bij de vrijwillige brandweer, waar hij ook zo’n pak droeg met van die epauletten op z’n schouders. Waar ze woonde wilden ze weten. En waar ze naartoe moest. De agenten waren zo vriendelijk aan te bieden om haar eventueel te brengen. Ze kon in het busje plaatsnemen, dan waren ze er zo.

Vanachter het raam van Murchie’s zag een jong stel hoe een demente vrouw met haar rollator door twee agenten een politiebusje in geholpen werd. Het duurde even voordat de agenten het oude besje zover hadden dat ze meeging. Het stel hoopte vurig dat het mensje goed terecht zou komen.

Eindelijk alles lekker voor elkaar…

Na de welverdiende rustdag ging de tent weer in de fietstas en begonnen we de dag met een snelle afdaling richting de Gas ’N Go. De dag beginnen met een sloot koffie is hoe het hoort. Een sandwich met een halve kalkoen vult de buiken en doet dienst als bodem voor een dag stevig doorfietsen. We hadden onze zinnen gezet op Coombs Campground; een camping met een rodeo, een meer en een zwembad. Alles wat wij nodig hebben is een stukje grond waar de haringen in kunnen, water, toilet en een douche.

Door schade en schande wijs geworden besloten we in Parksville een simkaart te kopen. Bellen en internet binnen handbereik, en op ieder gewenst moment, beperkt ongetwijfeld de misverstanden.

Het fietsen gaat lekker. Hier en daar een heuvel, hier en daar een afdaling. Alles in een ontspannen tempo. De warmte is goed te doen. Zeiknat van het zweet als het heuvel op gaat maar weer droogwapperend als het (hard) heuvel af gaat.

Bijna hadden we Parksville gemist, zo lekker ging het. De route lag om het stadje heen en op het moment dat we de bewoonde wereld achter ons lieten stopte Niekie om de laatste afslag naar het centrum te nemen. Dat bleek een goede keuze. Niet alleen vonden we een plek met heerlijke cappuccino en broodjes, ook konden we er de gewenste simkaart met databundel kopen. Voor wie ons wil bellen, ons lokale nummer is 250-937-9716.

We besloten direct na het verlaten van de telefoonwinkel de beoogde camping te bellen om een plekje voor de dag te reserveren. Appeltje eitje. Coombs Campground had plekje No.4 voor ons vrij. Vervolgens opende we de app die ons de juiste richting moest vertellen (inmiddels Pocket Earth ipv Maps.Me. Pocket Earth is net iets sneller exacter en toont meer offline informatie, maar dit terzijde). We klikte op het tenticoontje in de app, lieten ‘m de route berekenen en vervolgde onze koers.

Toen we een paar uur later de (opnieuw) hooggelegen camping hadden bereikt bleek de receptie onbewoond. We parkeerden onze fietsen en waren blij dat we de benen even konden strekken. Ik keek wat rond, zocht een bel, en klopte op wat deuren. Geen reactie of teken van leven. De telefoon bracht uitkomst. Ik belde het laatstgekozen nummer. De telefoon ging over. Ik vroeg Nicole op te letten of ze de telefoon in de receptie kon horen overgaan. Niekie hoorde niets. Aan de andere kant van de lijn werd opgenomen. Ik had dezelfde dame van de reservering eerder aan de lijn. Ik vroeg haar waar de receptie was en vertelde haar dat ik dacht dat we er vlak voor stonden. Het was heel even stil aan de andere kant van de lijn. “Just follow the sign that says ‘OFFICE’”, antwoordde de dame van Coombs Campground op een toon die een mix van verbazing en ‘hoe moeilijk kan het zijn?’ in zich droeg. Ik vroeg haar nog of ik om het bord te zien wellicht iets verder het terrein op moest fietsen. Dit bevestigde ze. Ik hing op met de woorden “See you in a minute!”.

“Het moet iets verder op het terrein zijn, Niek”, zei ik. “We moeten een bordje met ‘OFFICE’ erop tegenkomen”. De camping was niet erg groot. Een lake zag ik 1,2,3 niet, laat staan een zwembad of een rodeo. Toen ik een stel zag dat een mega grote RV (camper) stond te wassen vroeg ik hen waar ‘the OFFICE’ was. Ze wezen ons op het receptiegebouw waar we heel de tijd op hadden staan kloppen. Ik begon te vermoeden dat er iets helemaal niet klopte!

We keken nog eens goed naar de app. Keken om ons heen. Ik vroeg Niekie of ze wist hoe deze camping heette. “Whiskey Creek Campground”, zei ze. “In Coombs?”, vroeg ik. Toen viel het kwartje bij Niek. We stonden op de verkeerde camping. Er waren er twee in deze regio die we allebei op internet hadden bekeken. De camping met meer, zwembad en rodeo had ons de beste optie geleken. Daarvan hadden we een screenshot gemaakt en die had ik ook gebeld. Op de app hadden we simpelweg de andere camping aangeklikt en waren er zondermeer naartoe gereden. Negen kilometer verder dan de camping met het door ons gereserveerde veldje 4.

“En nu dan?”, vroeg Nicole. “Terugrijden!”, zei ik. De Whiskey Creek Campground stond me niet aan en ook de omgeving had weinig te bieden dus terugfietsen leek me de betere optie.

Zo gezegd, zo gedaan.

En dat was maar goed ook! Op de terugweg viel ons namelijk een Thais restaurant op waar we die avond heerlijk hebben gegeten. Ook was er vlakbij de camping een koffietentje met heerlijke koffie en de allerlekkerste broodjes van de wereld.

Zo zie je maar. Soms moet je verkeerd rijden om het juiste pad te vinden.

123
Translate »