• info@pedalenenverhalen.nl

– Toer de France 2016

Als Franse en Duitse tradities elkaar treffen (Toer de France 2016)

Petanque, het typisch Franse behendigheidsspel met de stalen ballen, zijn we op onze reis al dikwijls tegen gekomen. Misschien ken je het onder de naam Jeu de Boules.
Wij mogen er graag naar kijken.
Meestal doen we dit in Spanje, het land dat we in vakantietijd het vaakst bezoeken. Ook dáár wordt het spel met de stalen ballen gespeeld. In Spanje hebben ze het over petanca. Lijkt me duidelijk!
Die ‘ze’ zijn in de meeste gevallen oude mannen. Dat vinden wij ook het mooiste om naar te kijken. Oude mannen die een spelletje spelen alsof hun leven er vanaf hangt. Niet zelden heb ik de indruk dat dit werkelijk het geval is.

Vandaag zijn we op een stoffige camping in de Jura beland. Door ons reeds omgedoopt tot ‘Camping das-war-einmal’.
Hoewel de camping op sterven na dood is, geldt dit allerminst voor de petanque baan. Deze ligt erbij alsof er dagelijks gebruik van wordt gemaakt (overigens geldt dit ook voor het sanitair maar zouden we willen dat dit wat minder duidelijk zichtbaar was).

Nadat we hadden gedoucht zijn we lekker met onze e-readers bij het speelveld gaan zitten. Nicole zit midden in een spannend boek en ik verdiep me (middels Joost Zwagerman) in de Amerikaanse cultuur.

Na een pagina of 15 meldt de eerste petanque speler zich. Je kent ‘m wel. Hij is ongeveer 70 à 75 jaar oud (nog relatief jong voor een petanque speler). Alpino-petje in een lichte hoek op zijn kale hoofd. Zweedse instappers hoewel ik er iets om wil verwedden dat het hier gaat om een Franse variant ervan. Gauloise zonder filter.

De man gaat ingooien. Één van de drie stalen ballen wordt een eindje de bak ingegooid (speelveld is omringd dmv een houten schoeiing). Met de twee overgebleven stalen ballen mikt hij op de eerste. Een hoge, harde ping, gevolgd door het geluid van staal op hout, doet ons van de e-readers opkijken. De derde bal werpt hij naar de glimmende bal die dan nog het dichtst bij ligt. Wéér die hoge ping. Dit keer raakt geen van de ballen de schoeiing. Nicole en ik kijken elkaar vol ongeloof aan. Wat kan díé man mikken zeg!

De man verschuift zijn Alpino-petje lichtjes en verzamelt de ballen. Bukken doet ie niet. Een sierlijke truc met een touwtje en een magneet voorkomt dat de man door de knieën moet.

De man oefent nog wat en is daarbij zelden te betrappen op een misser. Soms gooit de man met zoveel kracht dat er een stalen bal over de rand van de schoeiing vliegt. Als Nicole de bal voor de man wil halen schiet hij in de weerstand. Hij zal de bal zélf gaan halen. En zo geschiedt.

Langzaam keren we terug in onze boeken. Dit keer onder begeleiding van een soundtrack van kaatseballen en hardhout.

Na een minuut of 10 draait er een glimmende audi RS 6 avant de camping op. Zwart met getinte ramen. Grote opengewerkte roestvrijstalen velgen. Het enige niet-zwarte aan de auto zijn de ferrari-rode remklauwen. Een lichte bassdrum is waarneembaar.

Er mag op de camping niet hard gereden worden maar het lijkt erop alsof de bestuurder zijn snelheid bewust nóg lager houdt dan de middels een bord voorgeschreven 5 km/h. Hij rijdt zeg maar als een ‘homeboy’ uit een Spike Lee film voorbij. Ik kan de chauffeur niet zien.

De man met de stalen ballen gooit onverstoord zijn trainingsworpen.
Plotseling horen we een ‘dubbele’ hoge ping schel boven de bassdrumklanken van de audi uit klinken. De oude man had wéér doel getroffen maar één van de stalen ballen was opnieuw over de houten schoeiing gevlogen. Dit keer vol op de roestvrijstalen velg van een van de achterwielen van de dikke audi.
En toen werd het stil.

Uit de audi stapt een man gekleed in een zalmkleurige polo. Op de polo afbeeldingen van de zeilen van een boot. Korte broek tot aan de knie (wit) en dito loafers.
Hij knielt bij zijn roestvrijstalen velg neer als ware het de maagd Maria. De velg wordt nauwkeurig geïnspecteerd. Tegelijkertijd windt de bootsman zich enorm op in het Frans.

De Alpino-pet steekt er een gauloise bij op en maakt duidelijk dat er wat hem betreft niets aan de velg te zien is. De bootsman denkt er anders over en keert de auto zodat de getroffen kant pal in de zon staat. Weer gaat hij vroom door de knieën. De man met de stalen ballen neemt niet de moeite de velg nog eens, maar nu met zonlicht te bekijken en maakt zich op voor een nieuwe reeks oefenworpen.

De bootsman heeft nog drie onafhankelijke juryleden naar zijn velg laten kijken (waaronder de campingbaas én zijn vrouw). Toen deze allen hun schouders ophaalden droop de audi af.

Géén bassdrum waarneembaar.

De Drôme (Toer de France 2016)

De droom is inmiddels werkelijkheid geworden.
We fietsen momenteel in de Drôme. Nog effetjes en we verleggen onze koers van de Groene Weg naar die van Camping Municipal Justin in het plaatsje Die. Daar sluiten we ons aan bij enkele vrienden uit de regio Zevenaar die dit jaar speciaal voor ons hun tent hebben opgezet in de Drôme, zodat wij een doel hadden voor onze fietsvakantie. Het duurt niet lang meer voor we er zijn en we welkom worden geheten door Erik en zijn barbecue, door Guus met zijn gulle lach en koude biertjes. Karin staat te popelen om onze stramme lichamen soepel te kneden volgens de allerlaatste massagetrends. Ursula zal, terwijl wij van dit alles liggen te genieten, ons de nodige koelte toe wuiven middels de uit het ons geliefde Costa Rica geïmporteerde palmblad.

Maak je maar eens rustig een voorstelling van dit tafereeltje.

We hebben er nu 1250 km op zitten. Misschien wel tijd om de balans op te maken. Ik heb erg veel geleerd tijdens deze tocht. Hier een kleine selectie van de door mij opgedane kennis.

– Naaktslakken hebben totaal geen gevoel voor richting.

Als er één wezen op aarde leeft zonder enig gevoel van richting, dan moet het de naaktslak zijn. Heb je wel eens naar het spoor van een naaktslak gekeken? Compleet de weg kwijt die beesten! Ik heb er gedurende deze trip honderden gezien en ál hun honderden slijksporen. Ze hebben werkelijk geen notie van waar ze naartoe gaan. Nu zal de oplettende lezer denken: “gewone slakken produceren dezelfde wanordelijke slijksporen”. Ja! Dat klopt! Maar wat de gewone slak voor heeft op de naaktslak is dat ie altijd in de buurt van zijn huis blijft!

– Fransen die met caravan of vouwwagen op vakantie gaan rijden allemaal in een Dacia Duster.

Geen enkele uitzondering dus. Ik heb sterke vermoedens dat ze die Dacia Duster kado krijgen bij aankoop van een caravan of vouwwagen. Verschrikkelijk trouwens die Dacia reclame waarin de Queen-klassieker ‘Another One Bites The Dust’ wordt verkracht. Even voor de leken op auto gebied; Dacia is een merk auto. Vroeger tijdens de koude oorlog was het een Roemeens staatskoetsje maar inmiddels is het een dochteronderneming van, ik meen, Renault die dus onder de naam Dacia goedkope Renaultjes verkoopt. De Dacia Duster is het SUV-model (Sports Utility Vehicle) van Dacia. In die reclame zingen ze in plaats van ‘Another One Bites The Dust’, ‘Another One Drives A Duster’. Freddy Mercury draait zich om in zijn graf. Ashes to ashes… to… (vul zelf maar in).

– Het mooiste geel ter wereld is het geel van zonnebloemen.

Behalve de kleur, die werkelijk top is, vind ik de zonnebloem overigens een tamelijk ruggengraat-loze bloem. Bij het minste of geringste geven ze de moed op en laten ze het kopje hangen. Als je dan langs zo’n veld met teneergeslagen zonnebloemen rijdt doet het denken aan een grote mea culpa-processie. Kortom een schuldbewuste bloem die zonnebloem. Bah!

– Fransen kunnen beter geen liedjes van AC-DC zingen bij de Karaoke.

Buiten het feit dat we er wakker van lagen klonk het bespottelijk. Nu ben ik alles behalve een expert op karaoke-gebied, maar Fransen hebben er in ieder geval geen talent voor. Ze zingen namelijk niet; het is louter schreeuwen wat ze doen. Als je dan als Fransman denkt de bink uit te hangen en als enige een Engelstalig lied uitkiest, wat op zich getuigd van lef, kies dan géén ‘Highway to Hell’ van AC-DC. Die gaat uit je Franse mond namelijk enorm ‘gay’ klinken. Dit is waarom (lesje Franse grammatica).

In het Frans wordt bij de meeste woorden die met een ‘h’ beginnen, de ‘h’ niet uitgesproken. Dit betekent dat dit een ‘stomme’ ‘h’ is. Omdat de letter die na deze ‘stomme’ ‘h’ altijd een klinker is, wordt dit gezien als de eerstvolgende letter die wél wordt uitgesproken.
Je krijgt dus (fonetisch) ‘Aaijwee toe El’. En dat klinkt best wel ‘gay’. Zing het anders maar eens een paar keer hardop als je me niet gelooft.

Dit is zomaar een greep belangrijke lessen. De lijst is eindeloos dus wil je er meer, dan kom je na de vakantie maar een bakkie halen.

Dan nu even over de Duitsers (Toer de France 2016)

Voordat ik kond doe van één onzer lotgevallen even dit: ik heb géén hekel aan Duitsers. Ik ben van ver na de oorlog en voor mij is een Duitser allang geen mof meer. Ook het grapje met de gestolen fiets heb ik nimmer gemaakt. Ik ben onderdeel van de generatie die Duitsers beoordeeld om wie ze zijn, niet om wie ze waren. Bovendien kan ik onbevangen genieten van het spel van die Mannschaft en moet tevens bekennen dat de Duitse taal mij, tot op zekere hoogte, behaagt. Tot slot mogen wij enige halve en hele Duitsers tot onze vrienden- en kennissenkring rekenen.

Goed dan!
Terwijl Nicole en ik uitrusten van een etappe van ongeveer 70 km. ronken er twee motorfietsen de camping op. Duitse nummerborden. De moteren houden halt op een steenworp afstand van onze tent.

Gedoucht en wel volgen we de Duitse bewegingen nauwgezet. Nadat de bestuurders beiden hun motorhelmen (met ingebouwd communicatiesysteem) hebben afgezet kunnen we ook horen wat ze tegen elkaar (?) zeggen. Adolf (de man) is lang en mager met een dun snorretje. Eva (de vrouw) niet.
Adolf laat Eva weten dat hij de tent op gaat zetten zodat zij zich alvast van haar zwartlederen motorpak kan gaan ontdoen. Eva knikt instemmend.
Nog geen vijf minuten later heeft Eva het pak uit. Iets anders dan het ondergoed dat ze eronder draagt trekt ze vandaag niet aan, of het moet het malle petje zijn dat ze opzet. Nicole vindt het niet kunnen zoals Eva erbij loopt. Ik ook niet maar kom er op deze manier toch mooi achter dat Duitse motorrijdsters met zemen lappen in hun ondergoed rijden. Net als wij op de fiets!
Verder is het inderdaad geen fraai plaatje.

Adolf, ondertussen, buigt zich over de zichzelf opgelegde taak van het opzetten van de tent. Al snel komt hij erachter dat hij voor het opzetten van de tent een tent nodig heeft. Die treft hij echter niet aan in zijn bagage. Óók de tentstokken en haringen komen niet uit de koffers van de yamaha. Wat hij wél aantreft zijn de binnentent en een aantal scheerlijnen. Van het ontbreken der hoofdbestanddelen van de tent brengt hij Eva niet op de hoogte en gaat met het beschikbare materiaal aan het werk alsof er niets aan de hand is.

Nicole en ik kijken elkaar ietwat verbaasd aan en gaan er nog iets beter voor zitten.

Adolf positioneert één van de motoren centraal naast twee bomen en gaat aan de slag met de scheerlijnen. Het duurt even voordat hij iets heeft dat lijkt op een zwevende binnentent. Hij doet een stap naar achteren, bekijkt de constructie en zegt: ‘So’.
Eva kijkt inmiddels mee maar heeft verder geen mening of opmerking over het werk van Adolf. Eva heeft namelijk gezien dat er een klein restaurantje op de camping is waar je een snack en een biertje kan kopen. De tent laat haar voor nu (én later, zou blijken) koud.

Adolf en Eva gaan naar het restaurantje. Nicole en ik besluiten hen te volgen naar het terras.

Dit restaurant ziet er, zoals heel de camping, netjes uit. Drie kanten van het restaurant bestaan uit glazen schuifdeuren zodat het terras in theorie aan drie zijden (Oost, Zuid en West) zou kunnen worden opgebouwd.
Het terras bestrijkt vandaag twee zijden (Oost en Zuid).
Nicole en ik kiezen een plekje op de zuidzijde. Adolf en Eva zetten zich neer op de oostzijde. Nicole en ik bestellen een frisdrank. Onze oosterburen een glas bier.

Aangezien Eva zich matig gezelschap toont (ze praat niet met Adolf, althans niet sinds de helm af is) zien we Adolf na enige slokken een verkenningstocht in het restaurant ondernemen. Hij snuffelt wat in de menukaart, kijkt naar de voorraad ijsjes en loopt vastberaden door naar het lege terras aan de westzijde. Wat Adolf echter niet is opgevallen is dat de schuifdeur aan de westzijde gesloten is. Adolf slaat met een allejezusklap met zijn gezicht tegen het glas van de schuifdeur. Niek en ik zien het gebeuren maar schrikken ons desondanks een hoedje. Eva schrikt ook op en roept ‘Adolf!’ en loopt op de terugdeinzende Adolf af, die op zijn beurt doet alsof zijn neus bloed (niet letterlijk want dat zou getuigen van humor en dat hebben Duitsers niet).

Zijn gezicht vormt zich in een vet en vochtig spiegelbeeld op de glazen schuifdeur. Óók zijn snorretje kunnen we onderscheiden.

Nicole en ik kijken elkaar opnieuw ietwat verbaasd aan en blijven rustig zitten.

Maarten, Maurits en de Marokkanen (Toer de France 2016)

We zijn inmiddels thuis en kunnen stellen dat we van een fantastische vakantie hebben genoten.
We hebben kennis gemaakt met Frankrijk en de Fransen maar hebben óók 6 weken de kans gehad om landgenoten buiten hun natuurlijke habitat te zien opereren.

Één van die landgenoten is Marco. Marco is begin veertig en trotse vader van twee zonen. De oudste heet Maarten, jaar of 9, en de jongste van 5 is Maurits. Om dit hanige clubje mannen loopt een moeder rond die zwanger is van de derde en zo nu en dan een fotootje knipt van haar benige zoontjes. Aan dit ogenschijnlijk mooie gezinnetje hebben wij ons, aan het zwembad, enkele dagen de pleuris geërgerd.

Ik ga je zeggen waarom. Ten eerste hebben Maarten en Maurits geweldig hoge tyfusstemmetjes waarmee ze de godganse dag naar elkaar en anderen lopen te schreeuwen. Dit doen ze zonder dat vader Marco hier paal of perk aan stelt. Reden dus om je ook aan Marco te ergeren. De moeder van de jochies laten we even geheel buiten beschouwing, ze is immers zwanger en moet foto’s maken waardoor we haar, mijns inziens, volledig mogen excuseren.

Voordat ik met Marco verder ga nog even over de kleintjes. Maarten is een zuigertje en Maurits een enorme aansteller. Dit is een waardeloze combinatie want hierdoor krijg je alleen maar gejank van Maurits, en schijnheilige smoesjes van Maarten. Als onpartijdige buitenstaander is het dan ook onmogelijk om partij te kiezen voor één van de twee. Omdat je geen partij kiest voor de stoker maar ook niet voor de janker, erger je je voor het gemak dood aan beiden.

Nu Marco. Papa Marco heeft de uitstraling van een enorme lul. Dat treft, want dat is ie ook. Marco heeft een kapsel dat ooit cool was onder, laten we zeggen, ietwat kakkineuze types aan het einde van de jaren 80, of begin jaren 90. Halflang haar op één lengte afgeknipt. Bij Marco is 50% inmiddels grijs. Om dat halfgrijze haar uit zijn ogen te houden draagt Marco een diadeem. Kom daar maar eens om tegenwoordig! Dan ben je een lul.

Maar dit is allemaal van ondergeschikt belang en natuurlijk mag je mensen niet op basis van hun uiterlijk, onhebbelijkheden of hoge stemgeluid veroordelen. Dat ben ik met je eens.

Dan dit.
Los van dit drietal opereren er in en om het zwembad een viertal Marokkanen. Drie zonen en hun vader. Even voor het gemak de namen van klein naar groot: Yusuf (moet nog in het peuterbad), Achraf (5), Farouk (10) en vader Khalid (37). Moeder Dounia (26) laten we ook buiten het verhaal. Wél fijn om nog even te vertellen dat Dounia en Khalid twee weken geleden een wolk van een meisje hebben gekregen. Ze hebben haar Eliana genoemd.
Tot zover de namen en rugnummers.

Zoals het gaat op vakantie, hadden Maarten, Maurits, Achraf en Farouk elkaar al snel gevonden. Zonder dat ze elkaars taal spraken vonden ze elkaar in het spel. Duiken, de waterpistolen van Maarten en Maurits, de glijbanen en wat algemeen stoeiwerk vormden de ingrediënten van wat een mooie dag aan het zwembad moest worden.

Totdat vader Marco in de gaten kreeg dat zijn oogappels de twee Marokkaantjes hadden uitgezocht als zwembad-vriendjes. Marco ging overeind zitten op zijn ligbed en bestudeerde de Marokkanen aandachtig. Overduidelijk met de nodige argwaan. Toen hij Maarten zag aanleggen om Farouk onder vuur te nemen met zijn supersoaker waterpistool, werd het Marco te heet onder de voeten en riep hij naar Maarten: “Maarten, doe dat nou niet, zoek nou geen ruzie met die jongens!”.
Duidelijk was dat Marco de Marokkanen wantrouwden. Alle 4 de jongens hadden lol voor 10 met elkaar. Door Marco’s Marokkanenangst moesten zijn zoontjes zich bij papa melden. Papa zag liever dat Maarten en Maurits met elkaar gingen spelen of andere vriendjes gingen uitzoeken want het zou anders vast met ruzie aflopen.
De twee melkwitte knaapjes wilden hier niet aan en verzekerde vader dat ze écht fijn aan het spelen waren met Achraf en Farouk. “Maar pas asjeblieft op!”, riep Marco de jongens na die alweer in volle draf achter de twee Marokkanen aan vlogen.

Marco speurde het zwembad verder af en zag voor het eerst Khalid met de kleine Yusuf bij het babybad. Hij herkende in Khalid direct de vader van Achraf en Farouk. Ik zag Marco in gedachte zijn kansen afwegen. Marco was er helemaal niet gerust onder. Toch gleed hij terug in zijn ligbed.
Ik bleef het viertal nog even volgen van zwembad naar glijbaan en weer terug. Ontelbare keren.

Ik lag zo een mooi tijdje te koekeloeren.

Ondertussen was me een Frans meisje opgevallen dat in een autistisch ritme de glijbaan steeds maar opnieuw beklom en afgleed. Het meisje had een ongelukkig gezicht. Ze was geopereerd aan een hazenlip maar helemaal weggewerkt was deze niet. De neus van het meisje was bovendien groot en scheef. Ze had wel mooie sprekende ogen maar deze verstomde bij het zien van haar misvormde gezicht. Ondanks de zeer vele kindertjes bij het zwembad had dit meisje geen vriendinnetje waarmee ze de glijbaan af kon. Het meisje genoot zichtbaar van de glijbaan en dat maakte het gebrek aan een speelkameraadje goed.

Plotseling ging het mis bij Maarten, Maurits en de Marokkanen. Maarten had zojuist de kleine Yusuf (die van het peuterbad) met een flinke duw het grote zwembad in geduwd. Yusuf ging koppie onder en kon happend naar lucht nog net door Farouk boven water worden gehaald. Yusuf zette een keel op van jewelste.
Vader Khalid kwam direct in actie.
Laffe Marco keek het gebeuren afwachtend aan vanaf zijn ligbed. Marco hield zich stil en van de domme. Hij meed Khalid zichtbaar. Khalid ging op zijn beurt niet op zoek naar een dader of oorzaak maar wees Yusuf er nog eens vriendelijk op bij het grote bad weg te blijven. Hij nam Yusuf mee naar het pierebadje en liet hem daar aan de hand in het water.

Marco telde ondertussen zijn zegeningen en riep Maarten en Maurits bij zich. Nu de kolen uit het vuur waren, moesten ze hun excuses gaan aanbieden bij Khalid. Zonder dat Marco dus even zelf met ze mee liep. Marco bekeek alles vanaf zijn veilige ligbed.

De jongens gingen inmiddels weer verder met het waterspel.

Het meisje met het verwrongen gezicht vermaakte zich nog steeds in alle eenzaamheid op de glijbaan.

Wat me inmiddels begon op te vallen was dat Maarten en Maurits vervelend deden tegen dit meisje. Iedere keer dat Maarten en Maurits óók van de glijbaan afgingen, namen ze opzichtig afstand van het meisje. Het ergste was dat het meisje dit in de gaten had.
Marco niet.

Marco had alleen oog voor Khalid, Farouk, Achraf en Yusuf. In zijn ogen kwam de bedreiging uit Marokkaanse hoek. Marco wilde opzichtig een wit voetje halen bij Khalid. Toen hij zag dat de Marokkaantjes bij hun vader zaten riep Marco snel Maarten en Maurits bij zich. Hij snelde zich naar de grote boodschappentas waarin, zo wist hij, snoepjes zaten. Marco pakte de snoepzak en gebood Maarten en Maurits om naar de Marokkanen toe te gaan om ze een snoepje aan te bieden. “En vergeet hun vader niet hè”, riep hij de jongens na.
Het snoep werd door Yusuf, Achraf en Farouk dankbaar in ontvangst genomen. Vader Khalid bedankte vriendelijk. Opzij kijkend zag ik aan Marco dat de weigering van Khalid voelde als een nederlaag.

De zak snoep werd terug in de tas gesmeten en Maarten en Maurits vlogen weer richting glijbaan. Marco zag dat de Marokkaantjes bij Khalid achterbleven en waren begonnen met omkleden. Ze verlieten het zwembad.

Marco draaide zich voldaan om. De Marokkaanse bedreigingen waren bezworen. Hij ging op zijn buik liggen en begroef zijn gezicht in z’n handdoek.

Wat hij daardoor niet zag was dat Maarten en Maurits ondertussen het glijbaanmeisje belachelijk maakten. Telkens als ze in de buurt van het meisje kwamen, sprongen Maarten en Maurits gillend op en trokken een vies gezicht en snelden zich een paar meter naar achteren. Alsof het meisje een besmettelijke ziekte had.
Het meisje werd boos en huilde tegelijk. Met gebogen hoofd liep ze weg van de glijbaan. Bij haar moeder aangekomen begon ze zich direct om te kleden. Ze wilde weg van het zwembad.

Maarten en Maurits en hun hoge tyfusstemmetjes hadden nu de glijbaan voor zichzelf.

Marco draaide zich om. Het was tijd om zijn voorkant wat zon te geven.

Translate »