• info@pedalenenverhalen.nl

– Het Loempia-Avontuur

Onze Griekse weken

We hebben Eric en Regina, door wie we onderweg zijn uitgenodigd in Katouna (Lefkas) laten weten dat we er op dinsdag zullen zijn. De dag voor aankomst treffen we een Oostenrijker. Hij komt uit tegenovergestelde richting en verteld ons dat we de tunnel bij Preveza niet door kunnen. Die is verboden voor fietsers. Zelf had hij mazzel, want aan zijn kant waren wegwerkzaamheden en daardoor mocht hij doorfietsen. Het alternatief is 140 km via de weg naar Aktio. We zoeken op internet naar de mogelijkheden. Dennis oppert dat we anders gaan liften. Er is vast wel een vrachtwagen die ons de tunnel door helpt. We lezen dat we door een auto naar de andere kant gebracht kunnen worden. Zwaaien voor een camera bij de ingang van de tunnel zou helpen. Van Eric krijgen we een telefoonnummer van deze “tunneldienst”. Het komt vast goed de volgende dag. 

Als we de dag erna aan komen fietsen staat er al een groepje fietsers uit Turkije bij de tunnel. De mannen staan er al een half uur en hebben al gebeld en voor de camera gezwaaid. Er zou een auto komen om ze op te halen. 

wachten voor de tunnel

Na tien minuten komt er een nog Duits stel aan op de fiets. We vertellen hun de stand van zaken, maar de man zegt dat Lefkas de andere kant op is. Hij wijst in de richting van waar wij vandaan komen. We proberen hem te overtuigen dat Lefkas echt aan de andere kant van de tunnel ligt maar hij stapt op en fiets in tegengestelde richting weg. Zijn vrouw kijkt ons hoofdschuddend aan en zegt: ”Daar ben ik al 50 jaar mee getrouwd.” Ik kan nog net voorkomen dat ik zeg: ”Dat is knap.” 

We kletsen met haar over het fietsen. Zij hebben sinds drie jaar een e-bike. Haar man heeft slechte knieën dus is dat een oplossing. Na vijf minuten komt haar man terug en zegt dat Lefkas toch echt de andere kant op is en zegt haar dat ze meteen op moet stappen. De vrouw is verbaasd en zegt dat wij er met z’n achten toch niet voor niks staan te wachten om de tunnel door te kunnen. De man neemt haar echter niet serieus en lijkt er klaar mee te zijn. “Je stapt nu op!” Zijn toon is dwingend. Wij draaien ons, vanwege de plaatsvervangende schaamte maar even om. Hoe dominant de man ook is, de vrouw houdt voet bij stuk en probeert hem te overtuigen samen met ons te wachten om de tunnel door te mogen. We horen hem zeggen dat hij verderop Aktio op de borden heeft zien staan. Dat is de route over land naar Lefkas bedenkt Dennis zich. Ik heb medelijden met de vrouw en probeer haar te helpen door te vertellen dat ze inderdaad die kant op kunnen fietsen. Dat ze de keus hebben tussen 1600 meter tunnel of 140 km over land om Lefkas te bereiken. De vrouw kijkt me opgelucht aan en bedankt me. De man bindt even later in en de keus is gemaakt dat ook zij door de tunnel gaan. 

Ondertussen komt de politie aan. Zij komen echter niet voor ons. Waarvoor wel weten we niet. Er komt daarna een pick-up van werkverkeer aanrijden. Die komt om ons naar de andere kant van de onderwatertunnel te brengen. De fietsen zouden achterin de bak moeten, maar tien fietsen is ‘m te veel. Hij besluit een vrachtwagen te gaan halen. 

Inmiddels probeert de dominante man een vriendelijk praatje aan te knopen, maar ik probeer hem zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Ik heb geen zin in deze norse clown. 

Uiteindelijk wordt er besloten dat de tunnel in zijn geheel van beide kanten wordt afgesloten voor het overige verkeer en dat wij er met z’n tienen doorheen mogen fietsen. We moeten er zo snel mogelijk doorheen dus graag zo hard mogelijk fietsen, werd ons gezegd. 

Als alles in gereedheid is gebracht en we mogen gaan, gaat de Duitse dame op haar e-bike er als een speer vandoor. Haar koppige man fietst helemaal achteraan. Als we aan het einde van de tunnel omhoog moeten komt hij me ‘fullspeed’ voorbij en zegt: ”Geiles electro.” Ik slik alles wat er in me opkomt in. De Duitsers zijn er vandoor. We kunnen het ons wel voorstellen, want hij heeft zich echt belachelijk gemaakt. En van zijn vrouw kunnen we ons voorstellen dat zij zich enorm schaamt. We maken nog een praatje met de Turkse fietsers en gaan verder richting Katouna.

We hebben Eric en Regina twee weken eerder onderweg ontmoet en zij nodigden ons uit bij hun langs te komen. Wij stonden toen net op het punt om te bepalen of we via Athene met de boot naar Turkije zouden gaan of over land. Met deze uitnodiging werd de keuze voor ons gemaakt. 

Als we Lefkas-stad in fietsen zegt Dennis: ”Kijk Niek, de halve marathon.” Het is dinsdag en op zaterdagavond is er een 10 km en een halve marathon op het eiland. Daar wil ik graag aan meedoen. We hebben geen idee hoelang we mogen blijven dus we leggen voor of we in ieder geval tot na de halve marathon mogen blijven. Van Eric en Regina mogen we tot juni blijven. Pas dan komen er vrienden die in het muggennest (zo heet het gastenverblijf) slapen. We eten ’s avonds heerlijke eigengemaakte linzensoep met z’n vieren. 

Op 1 mei vieren ze feest in Griekenland. Iedereen is vrij en ’s avonds wordt er in het dorp gegeten, gedronken en gedanst, maar het is niet zulk lekker weer dus het feest gaat niet door. Het heeft ’s middags geregend en het is ongeveer 18 graden. Dat is winter voor de Grieken. Voor mij komt het goed uit. Ik heb last van mijn buik en blijf dichtbij de wc. Gelukkig voel ik me de volgende dag weer prima en wordt het feest op vrijdag alsnog gevierd en ben ik erbij. Ik doe zelfs nog een dansje. Iedereen in de kring is meteen uit ritme. 

Lefkas

Met Jimmy (de Jeep) rijden Eric en Regina ons rond over het eiland. We zien in één dag een heleboel, maar ze kunnen ons niet alles laten zien. Voor ons een goede reden om nog eens terug te gaan naar Lefkas. Het is er prachtig. We bezoeken een klooster, stoppen bij prachtige uitzichten, eten een ijsje in een mooi dorp aan zee, struinen door een verlaten Amerikaanse legerbasis opzoek naar waardevolle schatten en ontmantelen een bus die in een bocht als een hoopje schroot is achtergelaten. 

De verlaten VS legerbasis op Lefkas
De rol met plaatsnamen uit de bus gaat mee

Op zaterdagvond word ik door zowel Nederlanders als Zwitsers (vrienden van Eric en Regina) aangemoedigd tijdens de halve marathon, waardoor ik op die afstand zelfs een pr loop en derde word in mijn leeftijdscategorie. 

Een oranje High Five!

Op maandag is het helaas tijd om gedag te zeggen. Niet om afscheid te nemen, want we gaan elkaar zeker nog zien. Het is bijzonder om mensen te ontmoeten die je na een kort gesprekje uitnodigen en hun huis en hart voor je openstellen. Het was een heel fijne week in Katouna. 

We gaan na Katouna op weg naar Athene. De eerste dag is het lekker vlak. Heel fijn om de benen weer te laten wennen aan het fietsen. Na ongeveer 60 km komen we een camping tegen en besluiten daar de tent op te zetten. Het seizoen lijkt nog niet begonnen. We zijn de enige gasten. We kunnen bij het gesloten restaurant overdekt zitten en koken. Een Duits stel met de camper vraagt of er plek is. De eigenaar is weg, maar wij denken van wel. Na een rondje camping besluiten ze toch verder te rijden. Een camping runnen is misschien toch niet ons ding. 

De dagen erna mogen we weer flink aan de bak. We fietsen niet meer langs de kust, maar door de bergen. Het is soms pittig, maar het levert ook mooie uitzichten op. En we vinden hier prima plekken om te wildkamperen. 

We zetten de tent op een oud voetbalveld.

Een Nederlands stel uit Hazerswoude is gestopt voor een schildpad. De man staat ermee in zijn handen als we aan komen fietsen. Het zijn de Jan en Anneke van Griekenland. Jan en Anneke zijn mijn ouders en hebben veel gezien van Indonesië. Deze mensen kennen de mooie plekjes van Griekenland. Zij adviseren ons de mooiere noordelijke route naar Athene te nemen en niet de zuidelijke route.

Over de brug naar Patras

Als we later kijken zien we dat we flink moeten klimmen bij de noordelijke route. We besluiten de brug te nemen richting Patras en toch de zuidelijke route te fietsen. We hebben de keus om het voetgangers pad van de brug te nemen maar dan wachten ons aan het einde flink wat trappen die we af moeten. De andere optie is over de (snel)weg, maar dan mogen we op de brug niet stoppen voor foto’s. We besluiten de weg te nemen, maar het is ons niet duidelijk waar we er dan eigenlijk weer af moeten. Uiteindelijk fietsen we nog een aardig stuk op de snelweg, wat uiteraard niet de bedoeling is. Gelukkig komt er na een paar kilometer een afslag en kunnen we via de parallelweg (the old national road) verder. 

Wij vinden het een mooie route langs te kust. Het meeste verkeer gaat via de snelweg, dus erg druk is het er niet. We passeren genoeg plaatsjes voor een bakkie, kunnen prima boodschappen doen en vinden er prima campings. Op dit stuk zijn de mogelijkheden om te wildkamperen, zo vlak aan de kust, minder. Daarnaast is een douche ook welkom op dagen dat het warm is en we moeten zwoegen. 

Gisteren zijn we aangekomen in Piraeus. We hebben een hotel voor twee nachten vlakbij de haven. Bij de ticketverkoop vragen we naar de mogelijkheden om naar Turkije te varen. De jongeman kijkt bedenkelijk. Volgens hem moeten we dan via Chios en daarna door naar Cesme. We kunnen woensdag vertrekken. We willen maandag vertrekken, maar dat kan niet. Ik vraag hem naar de mogelijkheden om via Kos naar Bodrum te varen. Dat kan op maandag. Voor de fiets moeten we 28,50 euro betalen. We zeggen dat we twee fietsen hebben. Hij kijkt me vol bewondering aan. Denkt hij dat we op de tandem zijn of dat ik Dennis achterop heb? Als hij de kentekens wil hebben kijken we hem bedenkelijk aan. Hij denkt dat een bicycle een motor is. Nu is het duidelijk wat hij dacht en wordt de twee keer 28,50 euro weer van de prijs afgehaald en de bewonderende blik voor mij op een motorfiets is ook meteen weg. Het helpt niet als ik zeg dat de motor mijn benen zijn.

Dansen in Katouna

Het Griekse eiland Lefkas heeft indruk op me gemaakt. Zo zal ik nooit meer vergeten hoe de vroege morgen van 1 mei 2019 in Katouna begon. Met de slaap nog in mijn ogen zat ik op het witte bankje bij het ‘muggennest’; een klein huisje dat ons door lieve mensen ter beschikking was gesteld. Ik keek naar het groene uitzicht en de zon die met mij aan de dag begonnen was. Misschien wist de zon het al, maar ik had nog geen vermoeden welk wonderlijk schouwspel zich voor mijn ogen zou gaan afspelen.

het ‘muggennest’

Vanuit de diepgroene boomkruinen verschenen plots duizenden kleine vederlichte vlindertjes die dansend op de wind hun weg naar de zon zochten. 

Ik was niet de enige toeschouwer die morgen. Vanuit strategisch juiste posities keken een twintigtal zwaluwen met zeer veel interesse naar de ontpopte diertjes. 

En waar ik pure schoonheid zag, zagen de zwaluwen kleine lekkernijtjes. 

In ontelbare duikvluchten deden de zwaluwen zich tegoed aan de evenzo ontelbare vlindertjes. Het duurde een kleine vijf minuten voor ze het luchtruim met hun perfecte circusact geleegd hadden. 

Zonder buiging verlieten de zwaluwen het toneel. Ik bleef achter en mijn ogen zochten naarstig naar dat ene vlindertje die de ‘danse macabre’ was ontsprongen. Ze vonden ‘m niet.

het groene uitzicht vanaf het ‘muggennest’

Op het centrale plein van Katouna zag ik enkele dagen later opnieuw een dans. Een dans van een trots volk dat een avond lang met succes de tijd wist te vangen en het wist om te buigen, te smelten soms, naar ritmes en verhalen uit vervlogen dagen. De voordansers, oude mannen en vrouwen, vertraagden of versnelden hun passen die maatgevend waren voor de muzikanten wiens taak het was te volgen. Eén arm van de voordanser had vrij spel en zwaaide, in grote trage bogen, duizend jaar oude tranen in het rond. De andere was via een witte zakdoek geketend aan enkele sterke mannen. Net als de muzikanten volgden ook zij de passen en het ritme van de voorganger. Daarnaast was het de taak van de sterke mannen om de voordanser in balans te houden. Via de zakdoek en de krachtige keten van de volgers konden oude mannen en vrouwen zich die avond buigen, draaien, strekken en knielen alsof de jeugd voor één avond terug in hun lichaam was gekropen. 

Opnieuw werd de tijd een loer gedraaid.

De gebukte man in bruin gaat voor in de dans

In vele oude Griekse verhalen wordt gewaarschuwd voor jeugdige overmoed. Ik moet denken aan de jonge Phaëton die zich de teugels van de zonnewagen van zijn vader Helios toe-eigent, en vol goede moed en bravoure de hemel bestormt. Zeus moest er uiteindelijk aan te pas komen om de op hol geslagen zonnewagen, die de aarde dreigde te verzengen, met een bliksemschicht tot stilstand te brengen. Phaëton valt daarbij te pletter op aarde. 

Hoogmoed komt voor de val.

Daar op het plein van Katouna zag ik die avond prachtige oude Griekse mannen die voor even de jeugd terug in het lijf voelden en zich met Phaëton’s blik in de ogen een ogenblik onsterfelijk waanden. Vol trots voedden ze hun hervonden jeugd met Helleens bier, tot ook zij worden getroffen door de man met de hamer, want dát is van alle tijden.

P.S. De Helleense blikjes bier die de mannen drinken is van het merk ‘Mythos’.

Een paar losse eindjes

In Albanië zag ik mannen ruzie maken tijdens een kaartspel. Er was geld bij gemoeid. De benige man die zich verdedigde stond als enige rechtop. Hij maakte zich groter dan de anderen maar de anderen waren met meer en, nog belangrijker, ze waren eensgezind. Hij moest betalen. Zijn laatste wapenfeiten bestonden uit stemverheffingen en wegwerpgebaren maar dat deze krachteloos waren bleek aan de portemonnee die hij al had getrokken. Zijn speelkameraden lieten de man zijn waardigheid tonen maar deden ondertussen een greep uit zijn gesleten lederen knip. De verliezer liet ze begaan en verliet verongelijkt de speeltafel. 

Albanië kent vele speeltafels als deze. De lege mannenuren worden gevuld met kaarten, schaken of domino. De mannen van weinig woorden en vele gedachten spelen schaak en worden vaak omringd door meedenkers. 

De dominospelers zitten wat afzijdig in tweetallen. De stenen worden een voor een hard en met grote armbewegingen op tafel geslagen want hoewel er niemand kijkt, mag ook hun strijd niet onopgemerkt blijven. 

De kaarters hebben de meeste praatjes, zij kaarten met woorden. Wat zou ik graag onderdeel uitmaken van zo’n tafel. Niet als speler maar als omstander. Die nemen net zo goed deel aan het spel want het gaat niet om de kaarten. Het verhaal rond de tafel, de opwinding, daarin zit het grote spel. Van de vreemde woorden begrijp ik niets, die sluiten mij buiten, maar als buitenstaander kan ik gissen naar het spelverloop. Woede, leedvermaak, pesterijtjes en het voldaan zwijgen bij het hebben van een goede hand. Je leest het allemaal in de levendige kluwen rond en aan de speeltafel.

In Bosnië en Herzegovina sta ik langs de kant van de weg. Regen, mist en een stijgingspercentage van 10% houden me niet tegen, maar een lekke achterband wel. Met de fiets al op de kop laat ik, via sms, de eigenaar van ons verblijf van die avond weten dat we vertraagd zijn door een pechgeval. We zijn dan nog 5 kilometer verwijdert van onze bestemming. Niet veel later stopt er een auto langs de kant van de weg. Het is Branko, de eigenaar van het door ons geboekte hotel, die direct na het ontvangen van mijn sms de auto is ingestapt om ons van de berg op te pikken. Ik leg de fiets en de tassen in de achterbak van de auto en rijd met Branko de laatste 5 kilometer naar het eenzame hotel. Nicole fietst achter ons aan, omringd door nevel.

In de auto zeg ik Branko hoe gelukkig ik ben met zijn komst omdat het buitengewoon lastig is een band te repareren als het zo nat is. Bij het woord ‘lucky’ slaat Branko aan en zegt: “Hier in Bosnië en Herzegovina hebben we alles. We hebben huizen, eten, liefde en gezondheid, maar geluk hebben we hier niet.”

In Griekenland komt ons een overhaast geschoren Zwitser tegemoet. Uit zijn neus grijze haren en op zijn kin en bovenlip ook hier en daar een plukje van dat spul. Hij rijdt elektrisch maar dat zie je haast niet want de fiets hangt van boven tot onder vol met flarden bagage, waaronder een washandje die met een knijper aan de remkabel hangt en een haarborstel die met klittenband aan zijn frame is bevestigd. 

We delen ervaringen en tips. 

Hij heeft oog voor mijn bamboe ‘hondenstok’ op mijn bagagedrager. Ik heb oog voor zijn ‘hondenstok’ aan de horizontale stang van zijn fiets. En zo komen we te spreken over de gevaren van het reizen met fiets en tent. Zo heeft de Zwitser zijn geld verspreid in drie verschillende tassen voor het geval hij overvallen wordt. “Willen ze je geld dan geef je het geld uit één tas en hoopt dat ze daar genoegen mee nemen”, zo klinkt zijn uitleg. Ook huivert hij voor het overnachten op stranden. “Het strand is nou eenmaal een plek van begeerte”, zegt hij. 

We nemen afscheid met de constatering dat we beiden, behoudens de honden, geen enkel ander gevaar hebben hoeven trotseren, en dat we tegen de valse honden inmiddels passende maatregelen hebben getroffen. 

Als we wegfietsen, zwaaien we met onze hondenstokken alsof we ten strijde trekken. De een richting het noorden, en wij richting het zuiden.

In Duitsland, op de winterdijk langs de rijn, las ik een bordje: 

HÖRERLEBNIS

De laatste lijn – de bandijk

Hoe een hoge bandijk ook hoge waterstanden kan veroorzaken, dat verneemt u als u belt naar het nummer

+49 (0)2851 97999 – 448

(De luisterbijdrage duurt ca. 2 minuten)

Hond aan de tas

Op maandag 15 april gaan we de grens over bij Hani i Hotit en fietsen Albanië binnen. Een voor ons onbekend land, dus we hebben geen idee wat te verwachten. 

We fietsen richting Shkodër en besluiten niet te gaan kamperen op de camping die we onderweg tegenkomen. In plaats daarvan boeken we een appartement voor 10 euro. De camping is net zo duur dus de keuze is snel gemaakt. Net voor Shkodër komen we ineens lokalen tegen op de fiets. De meeste fietsers zijn mannen, waarbij het zadel steevast veel te laag staat, gekleed in een pak waarvan ik denk dat die 30 jaar geleden in Nederland werden gedragen. Het verrast me dat ik ineens mensen van hier op de fiets zie. Ik word er enthousiast van dat we niet meer de enige fietsers zijn en begin enthousiast te bellen en gedag te zeggen. De meeste reageren enthousiast terug. 

Als we in Shkodër aankomen lijkt het alsof we in een heel ander land terecht zijn gekomen. Het is druk op straat en het ruikt er naar wierook. Ik moet denken aan Caïro, waar ik 20 jaar geleden het vliegtuig uitstapte en ineens in een andere wereld terecht kwam. Het geeft me ook het gevoel alsof ik ineens wat dichter bij die loempia terecht kom. 

Het appartement is het geld meer dan waard. Ik kan er zelfs een wasje draaien en we slapen in een prima bed. Lekker na een paar nachten in de tent. We kijken ’s avonds op de kaart hoe we onze route zullen vervolgen. We willen zo min mogelijk plannen, maar zullen bij Tirana, zo’n 90 km verderop, een besluit moeten nemen of we naar Athene fietsen en daar de boot pakken naar Turkije of via Thessaloniki over land naar Turkije gaan. Het maakt ons beiden niet uit en de reden om voor het één of het ander te kiezen is nergens op gebaseerd. We besluiten om ons in Tirana nogmaals te beraden.

De volgende morgen gaan we met schone kleding op pad. We hebben de wind in de rug en de weg is vlak, waardoor het tempo veel hoger is dan de afgelopen dagen. Misschien maar goed ook, want de weg is niet bepaald prettig. Het is druk en het verkeer rijdt aardig door. Ineens worden we gepasseerd door een busje met Nederlands kenteken. Ik begin enthousiast te zwaaien. Even verderop stopt het busje en Dennis besluit voor de grap op het raam te kloppen, en te vragen of hij misschien ergens mee kan helpen. De bestuurder kijkt even verbaasd door zijn halfopen zijraam, en antwoord gevat dat hij en zijn vrouw een kopje koffie gaan drinken in het restaurant voor ons, en als we zin hebben kunnen we gerust aanschuiven. Dat doen we en zo zitten we een uurtje te kletsen met Eric en Regina. Zij zijn met de camper op pad en onderweg naar Lefkas waar ze een huisje hebben. We worden zelfs uitgenodigd om bij hun langs te komen. Ze verblijven er het komende half jaar dus we hebben alle tijd om ernaartoe te fietsen. We wisselen telefoonnummers uit en gaan ieder onze weg. Voor vertrek hebben we gezegd dat we overal ja op zouden zeggen, maar toch overvalt me deze gastvrijheid. Zo’n aanbod had ik nooit verwacht van mensen die we niet langer dan een uur kennen. We besluiten om op de uitnodiging in te gaan. De keuze of we via de kust van Albanië naar Athene fietsen en daar de boot pakken of over land naar Turkije fietsen lijkt hierdoor ineens voor ons gemaakt. Wat kan het leven toch simpel zijn. 

Even later staan we plotseling op de snelweg en wijst het grote verkeersbord ons erop dat we daar niet mogen fietsen. Dennis vindt dat we dat moeten negeren, maar ik heb onderweg zoveel politie gezien dat ik het niet aandurf. Dan maar wat extra kilometers. We hebben tenslotte wind mee. 

Als we na ons “ommetje” van 15 km bijna weer bij de grote weg zijn, komt er ineens vanuit het niets een hond uit de berm. Hij rent mee, blaft en hapt naar Dennis z’n benen. Dennis geeft een brul waar de hond van schrikt en richt zijn aandacht op mij. Ik ga op mijn pedalen staan om me groot te maken en hem af te schrikken, maar dat helpt niet. En daardoor kan ik ook niet trappen en mijn eerste impuls is toch zo hard mogelijk doorfietsten. Als ik dat doe voel ik weerstand en hangt hij in een van mijn achtertassen. Er rijdt een auto achter me en ergens hoop ik dat hij die hond van mijn tas kan rijden. Hoe weet ik ook niet. Dan laat de hond los en is hij net zo snel weer verdwenen als hij is verschenen.

We komen met kleerscheuren bij de grote weg aan. Ik moet even afstappen en sta te trillen op mijn benen. Ik dacht echt dat hij in m’n been zou gaan hangen. Geen fijne gedachte. 

Wanneer we de volgende dag aan het klimmen zijn herhaald zich de hondenaanval. Ditmaal zijn de honden met z’n drieën en fiets ik voorop en geef ik de brul. Nu hangt de brutaalste bij Dennis in de achtertas. Ik ben nog nooit zo hard een berg op gefietst! 

In mijn tas zit een gaatje van een tand, maar gelukkig heeft de tas van Dennis geen schade opgelopen. Sinds de twee aanvallen fietst Dennis met een bamboestok (licht maar hard) achterop die hij bij nood kan pakken, maar gelukkig is het tot nu toe niet nodig geweest en zijn de meeste straathonden gewoon heel zielig en zou ik ze allemaal het liefste mee willen nemen. 

Vanaf zo’n 1000 km na vertrek uit Nederland hoor ik af en toe een tik in mijn fiets tijdens het afdalen als ik de trappers stilhoud. Als ik trap hoor ik niets. Het is er dan weer wel dan weer niet. En zolang het niet te erg is en het snel weer weg is, is er volgens ons niks aan de hand. 

Na de forse klim, met de hondenaanval, komt er een mooie afdaling. Ik denk dat ze me in het dal aan hebben horen komen. Zo hard begon mijn fiets te tikken. Volgens Dennis kwam het uit mijn achteras en als de tent die avond staat, haalt Dennis het achterwiel uit mijn fiets en alles wat er los gemaakt kan worden gaat los, uit elkaar, en wordt schoongemaakt. Ik hoop dat als alles straks weer in elkaar zit hij geen onderdelen overhoudt. Ik twijfel niet aan Dennis, maar het zou mij gebeuren dat ik niet meer weet wat waar hoort. 

Het viel niet mee om de as los te draaien. Of dit zo hoorde was de vraag, maar bij het in elkaar zetten werd dit toch maar weer aangedraaid. Toen het achterwiel er weer inzat rolde deze niet helemaal lekker door, maar alles zat weer op z’n plek en we waren toe aan een douche. 

We hadden onze tent opgezet achter een bar en konden gebruik maken van de douche in de tuin. Die bestond uit een klein straaltje warm water bij een hurktoilet. Je kon dus douchen en plassen tegelijk. Best efficiënt. 

De volgende dag gingen we op pad richting Tirana en na zo’n vijf kilometer had ik het gevoel dat ik afgeremd werd. Ik wist natuurlijk dat mijn achterwiel niet zo lekker rolde dus het zou wel tussen mijn oren zitten. Na twintig kilometer begon ie toch weer een raar geluid te maken en zette Dennis de fiets opnieuw op z’n kop. Mijn achterwiel rolde in plaats van beter (wat we hoopten), juist slechter dus de achteras werd weer uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet op een manier dat hij weer lekker rolde. Helaas duurde de oplossing weer twintig kilometer. Weer de boel uit elkaar, ik weet inmiddels welk gereedschap welke naam heeft en wat er nodig is, en alles weer in elkaar (alle moeren werden steeds iets losser aangedraaid dan de keer ervoor). Vanaf die laatste keer rol ik lekker en heb ik tot dusver geen enkele tik meer gehoord. 

Berat

Na Tirana bezoeken we Berat en fietsen vanaf daar richting de kust naar het zuiden van Albanië richting Lefkas. We hebben Eric en Regina laten weten dat we naar Lefkas komen maar wanneer we er precies zullen zijn weten we nog niet. We hebben geen haast. Zoals zij ons al vertelden is het zuiden van Albanië erg mooi. De mensen zijn erg vriendelijk en gastvrij. Automobilisten toeteren, zwaaien en steken hun duim omhoog als ze ons passeren. 

‘The boys from Berat’

Als we onderweg zijn richting Vlorë komen we de eerste vakantiefietsers tegen. Het zijn twee fransozen. Zij zijn begonnen in Patras en fietsen richting Frankrijk. Zij zijn die dag laat begonnen, werden pas om 11:00 uur wakker. Later zal ik begrijpen waar ze zo moe van waren. De volgende dag hebben we namelijk een zware klim voor de boeg. We mogen naar 1060 meter hoogte met een pittige wind tegen.

Nicole Von Trapp

We fietsen die dag 41 km en besluiten op het hoogste punt van de berg, in de tuin van een restaurant te kamperen. Het lijkt steeds harder te gaan waaien dus zetten we eerst de tent op en gaan dan douchen en eten. We zijn een geoliede machine en hebben ieder zo onze eigen taak. Als de tent staat, zit ik in de tent en pak de fietstassen aan. Als ik één van mijn voortassen naast mijn matje zet hoor ik een sissend geluid. We horen mijn matje leeglopen. Nee, nee…hoe kan dit? Ik kijk Dennis vragend aan en begin te huilen. Ik ben moe en baal als een stekker. Wat heb ik gedaan waardoor ik dat matje lek prik? In Kroatië bij het opmaken van de kuna’s (Kroatische munt) heeft Dennis een broodmes gekocht. Die heb ik bij de kookspullen in mijn voortas gestopt, maar hij is zo scherp dat hij tijdens het fietsen door het canvas van de tas is gesneden en nu dus ook door mijn slaapmatje. Ik weet het even niet meer. Twee tassen met een gat (hond en mes) en een lek matje. Dennis stelt voor om eerst te gaan douchen (weer een douche met hurktoilet) en daarna in het restaurant het matje te plakken. Het blijkt niet een gaatje te zijn, maar een snee van ongeveer 1 cm. Ik vraag me af of dit goedkomt en of we die nacht samen op één matje lepeltje-lepeltje liggen of op twee matjes. Dennis gaat in het restaurant aan de slag met mijn luchtbed en zorgt ervoor dat ik die nacht gewoon op mijn eigen matje lig, een matje dat niet leegloopt. Gewoon lepeltje-lepeltje op twee matjes dus. 

Woei Woei!

We slapen wel slecht. Het stormt vreselijk daar bovenop die berg, de tent gaat alle kanten op en soms lijken we de lucht in te vliegen. Het zijn steeds hazenslaapjes die we doen. Gelukkig blijft verder die nacht alles heel en vertrekken we de volgende ochtend vroeg om aan de welverdiende afdaling te beginnen. 

Translate »