• info@pedalenenverhalen.nl

– Het Loempia-Avontuur

Vallende engel

Waar we in het vorige verhaal aan de hel van Pattaya waren ontsnapt, zijn we inmiddels weer in het hemelrijk, de verblijfplaats van de engelen en de gelukzaligen, beland. Het Thaise volk kan best doorgaan voor een volk van engelen (Los Angeles). In alle situaties tonen ze hun vriendelijkheid en behulpzaamheid. En als er een engel valt, dan hoor je daar niemand over.

Gisteren zagen we een vallende engel. 

Na ruim 100 kilometer door de warme heuvels van het Khlong Phanom National Park, kwamen we Phang Nga binnenrollen. Het was rond een uur of vier in de middag en we hadden allebei flinke trek want onderweg was er lange tijd niets te krijgen dat onze magen zou kunnen vullen. We vonden een hotel in het stadje en na een snelle douche gingen we de deur uit om wat te eten. 

Toeval wilde dat er tegenover het hotel een grote braderie werd gehouden. Kraam na kraam vol met etenswaren. Een Street food-braderie. Of, bij minder fantasie; een markt. We liepen er een ronde en ik kocht bij een stel, met engelachtige blikken in de ogen, een in pannenkoek gerold worstje. ‘Hotdog!’, zei de man. En ik knikte, onder de indruk van het gebodene. De vrouw, ik herkende haar direct als engel, keek trots naar haar ware en naar haar man die het kleinood voor mij in een papiertje wikkelde. Haar ogen vertelde me dat ook híj haar ware was. Ik verdubbelde spontaan mijn bestelling en met twee hotdogs in pannenkoek en papier werd mij gedag gezegd alsof ik zojuist het jaar 2020 omzet-technisch tot een succesjaar had gemaakt.

We liepen nog even verder langs de hoofdstraat van Phang Nga, op zoek naar een geschikt restaurantje. We vonden het niet ver van de braderie. De serveerster in het restaurant werkte zich in het zweet voor ons. We waren haar enige klanten maar de jongedame maakte zich onnodig druk. Alsof ze in haar eentje een volle tent moest bestieren. 

We bestelden niets ingewikkelds. Cola, Fanta, rijst met groente en noedels met kip. Het zorgde voor zweet op de bovenlip van de serveerster (het deed me denken aan mijn oud lerares Engels op de middelbare school. Háár zweetdruppeltjes vormden een laatste waarschuwing want ze verschenen altijd kort voor ze uit haar slof schoot). De bestelling werd direct de keuken in geschreeuwd. Zelf boog de serveerster zich over de drankjes. De twee petflessen frisdrank werden uit de koeling gehaald, op een dienblad gezet en in sneltreinvaart naar onze tafel aan de andere kant van het restaurant gerend.  Ik zag hoe ze onderweg besefte dat ze de glazen was vergeten. Even hield ze haar pas in maar toen ze zag dat ik naar haar keek besloot ze door te lopen. De flesjes werden vlug op tafel gezet. Zonder iets te zeggen liep ze naar de keuken. Ik hoorde glazengerommel. 

De glazen werden een tel later naast de flesjes frisdrank gezet maar net voordat ze een tevreden glimlach tevoorschijn wilde halen, zag ze het ontbrekende ijs in de glazen. Op haar lip hadden de zweetdruppels zich ondertussen verdubbeld (in gedachte gaf de serveerster zichzelf een standje). En nadat ze met een tang de grote brokken ijs in onze glazen had laten zakken, waarmee het serveren van de drankjes er officieel op zat, was de tevreden glimlach niets anders dan opluchting. Ze maakte rechtsomkeert naar de keuken. Met haar mouw en met een zucht, veegde ze het zweet van haar bovenlip.

Ze liet zich niet meer zien.

Een klein kwartier later verscheen de serveerster dan toch weer ten tonele. Het dienblad was haar houvast. Erop een bord rijst met gemengde groenten en een kommetje soep. Op haar bovenlip verse druppeltjes zweet. Zonder problemen werd het eten geserveerd. Ze had onthouden dat het de bestelling van Nicole was dus schoof het naar Nicole haar kant van de tafel. Alles in een keer goed! De lach en lichte buiging waren op z’n plaats en voelden overduidelijk als een bevrijding. De aide-de-cuisine besloot zelfs in het restaurant te blijven zitten in plaats van haar eerdere vlucht naar de keuken.

Nu wil het geval dat het eten hier in Thailand zelden tegelijkertijd wordt uitgeserveerd. Gerechten worden een voor een bereid en naar de tafel gebracht. We zijn dus gewend om vast te eten als de ander nog op zijn of haar gerecht zit te wachten. Nicole zat dus heerlijk te smikkelen van haar rijst, soep en gemengde groenten. Hopend dat mijn noedels met kip ook snel zouden komen. Wel zo gezellig.

Maar de tijd verstreek en Nicole had de rijst met groenten al soldaat gemaakt en was ook bijna klaar met het kommetje soep.

Ondertussen waren we niet meer de enige gasten in het eethuis. Tussen ons en de keuken zat nu een groep van zes jongeren. Allen waren druk met hun mobieltjes. Geen van allen maakte de indruk iets te willen bestellen. Uiteindelijk bestelden ze een karaf ijs waarmee ze het gratis tafelwater tot een prettig drinkbare temperatuur konden brengen. Het water koelde zich vanzelf weer warm omdat er nauwelijks van werd gedronken. De focus lag geheel bij de zes telefoons.

Totdat mijn noedels met kip eraan kwam.

Nicole was al klaar met eten toen ik in mijn ooghoek het dienblad voor de deuropening van de keuken zag verschijnen. “Daar komt wat”, zei ik tegen Nicole. En terwijl ik dat zei, keken zes jongelui, op van hun telefoons. 

De klap was oorverdovend. Het bord sloeg in duizend stukjes en het dienblad gleed op de gladde tegelvloer tot halverwege het restaurant. De blikken van zes jongeren gingen in één gelijke beweging van de gevallen engel naar ons tafeltje (alsof ze een tennisballetje volgden tijdens een rally). Het rekensommetje was snel gemaakt door de jongelieden; dat bord met eten moest eigenlijk naar ons tafeltje toe. De hoofden draaiden van ons weer in één vloeiende beweging naar de vloer waarvan de serveerster razendsnel was opgestaan. Met een stoffer en blik werden de gruzelementen opgeveegd. Voordat ik de woorden “Dat gaat dus nog even duren” uitsprak, was de serveerster terug in de keuken verdwenen. De zes jonge blikken verdwenen in zes verschillende iPhones.

Toen tien minuten later mijn noedels met kip op tafel verschenen, werden die gebracht door een wat oudere vrouw met schort en koksmuts. Nergens een druppeltje zweet.

Aan de hel ontsnapt

We fietsen nu ruim een week in Thailand. In tegenstelling tot de waterkou in Nederland is het hier nog altijd rond de 35 graden warm. Tijdens het fietsen loopt het zweet nog altijd in de bilnaad. En precies daar zijn de laatste dagen enkele ongemakken ontstaan. De rek is na 13.000 kilometer uit mijn Brooks zadel en dit in combinatie met een zweetreet heeft een duivelse uitwerking op mijn achterste. Gisteren en eergisteren ging het lopen daardoor helemaal niet gemakkelijk. 

Nu heb ik besloten een ander zadel te kopen. Op goed geluk want het assortiment aan fietszadels op onze route is niet breed, maar er moet iets gebeuren. Ook heeft Nicole een mailtje met mijn kontklachten naar onze huisarts gestuurd. Er is geen snelle oplossing dus volgen we de weg der geleidelijkheid met een pot vaseline in de hand en een nieuw zadel onder de kont.

Die weg moet ons naar het zuiden van Thailand brengen. We zijn vanuit Pattaya met de ferry naar Hua Hin gevaren en daarmee zijn we op een kilometer of 800 van de grens met Maleisië aanbeland. We hopen dat de weg naar het zuiden mooier wordt dan de route die we tot nu toe door Thailand hebben gefietst. De weg naar Pattaya was vreselijk.

Dit brengt me bij de plaats Pattaya. 

De reis heeft me tot nu toe veel gebracht. Oneindige indrukken vullen mijn hoofd nu al bijna een jaar. Eergisteren is daar een noemenswaardige indruk aan toegevoegd. Ik weet hoe de hel eruitziet! En die hel heet Pattaya. Nog nooit, maar dan ook nog NOOIT in mijn leven heb ik een verschrikkelijkere plek op aarde gezien dan Pattaya. 

We fietsten ernaartoe omdat vanuit Pattaya de ferry naar Hua Hin vertrekt. Die hadden we op het oog om zo de drukte ten zuiden van Bangkok te kunnen mijden. Met de twee uur durende overtocht sneden we een hoek af die andere fietsers ons hadden afgeraden te fietsen. 

Toen we om 11 uur in de ochtend op de pier verschenen en tickets hadden gekocht voor de oversteek van 13.00 uur, besloten we de twee uren tot het vertrek te gebruiken om het centrum van Pattaya te bekijken en er de lunch te genieten. 

We hielden het alles bij elkaar een half uur vol in het godverlaten oord. Junks en andere verloren figuren die zich als zombies door het uitgestorven partycentrum bewogen en ons links en rechts voorbijflitsten maakten van het ritje door het centrum een freakshow. Een freakshow waar we heel ongemakkelijk van werden. 

Het enige goede aan Pattaya is de ferry naar Hua Hin!

We gingen rechtsomkeert en vonden een lunchtafeltje buiten het centrum. Het was een klein restaurantje waar vader en moeder de scepter zwaaiden. Ik bestelde een gefrituurde rijs met zeevruchten. Toen de vrouw zag dat ik hongerig was en mijn bord binnen no time leegat, kwam ze met de pan rijst en groente en schepte ze nog een keer voor me op. ‘Free’, zei ze. Pas toen kon ik weer ademhalen. We waren aan de hel ontsnapt.

Zin in 2020? Ja!

2019 zit er zo goed als op. En wat een jaar is het voor ons geweest! Een jaar waarin we hebben gedáán in plaats van gedroomd. 

“Wat jullie doen is zó geweldig!”, “Jullie leven een droom!”, “Ik vind het zó knap wat jullie doen!”. 

Zomaar drie zinnen die we vóór 2019 nooit hebben gehoord maar sinds 23 februari van dit jaar, toen we in Rijnsaterwoude op onze fietsen stapten en voor een loempia naar Bali vertrokken, horen en lezen we ze heel vaak. Wat wij doen spreekt tot de verbeelding van velen. 

Relax – Smile – Enjoy
Follow your heart

Leven we een droom? Ja! Dat doen we zeker. We zijn ons daar gelukkig ook bewust van want dat in zichzelf is een enorme motivator. Geweldig is het ook. Zonder twijfel, maar knap? Nee, knap wil ik het niet noemen. Ik denk dat heel veel mensen kunnen doen wat wij doen, als de wil en de energie er is. 

Jij ook!

Het enige dat je hoeft te doen, en dat valt nog niet mee, is já zeggen. Ja tegen een idee dat misschien te groot lijkt om te omvatten waardoor het moeilijk is om er daadwerkelijk ‘ja’ tegen te zeggen; ‘Ja maar’ is immers een duveltje dat heel veel van die goede ideeën en plannen om zeep helpt (ook wij moesten afrekenen met dat duveltje!). 

Is het niet geweldig, is het niet knap, als we in 2020 met z’n allen van die ‘ja maar’ eens iets vaker een ‘JA!’ zouden maken? Of hier en daar zelfs een ‘Nee’ om zeep helpen? Dát zou pas knap zijn. Dat zou pas écht geweldig zijn! Ik weet zeker dat er dan voor iedereen, óók voor jou, avonturen in het verschiet liggen en dromen zullen uitkomen. 

Of het nu een fietsreis naar Bali is, of een bezoekje aan een oude vriend. Een muziekinstrument dat wacht om bespeeld te worden of een diepe wens die je al bijna bent vergeten. Als je er ’Ja’ tegen zegt zal je het allemaal beleven.

Misschien moet je af en toe je stoute schoenen aan trekken, maar bedenk wel dat die stoute schoenen je ver kunnen brengen. Zéker als je ze nog nieuw in de doos hebt bewaard!  

Ik weet niet of het zo is, maar mocht je je nog afvragen of wíj al een voornemen hebben voor 2020?

Dan is het antwoord: JA!

Veel liefs en een Gelukkig Nieuwjaar!

All you need is love

Onze kerstspecial van “All you need is love” was dit jaar op 27 november. De dag dat mijn ouders landen in Saigon. We kregen de vraag waar we dachten te zijn rond die tijd, zodat zij ons konden opzoeken. We hadden een visum van 3 maanden voor Vietnam. Ergens in de buurt van Saigon moest lukken. Saigon (tegenwoordig Ho Chi Min Stad) telt 9 miljoen inwoners. Voor ons niet echt aantrekkelijk om tussendoor te fietsen. We besluiten om die stad links te laten liggen en elkaar in Vinh Long, in de Mekong Delta, te ontmoeten. Mijn ouders hebben een lange reis voor de boeg. Op zondag met de trein uit Zevenaar naar Schiphol om daar in de buurt te overnachten. ‘Aaij’s cottage’ is immers niet beschikbaar. Op maandag vliegen ze, met een overstap in China, naar Kuala Lumpur. Op woensdag door naar Saigon. Daar blijven ze 2 nachten om bij te komen van deze wereldreis om op vrijdag de bus te nemen naar Vinh Long. 

Wij fietsen ondertussen lekker door en zijn eigenlijk een beetje te vroeg in het zuiden. We besluiten naar de kustplaats Vüng Tau te fietsen en van daaruit onder Saigon door richting de Mekong Delta te fietsen. Er blijkt een boot te gaan vanuit deze plaats naar de Mekong. Ideaal om Saigon te mijden, maar als we informeren blijkt dat deze route een jaar eerder uit de vaart is genomen. De juffrouw van de informatie zegt dat we nog wel naar Saigon zelf kunnen varen. Dat klinkt goed. 

We zoeken daarop contact met het hotel, waar mijn ouders een kamer hebben geboekt, om te kijken of we daar ook een kamer kunnen boeken. Voor ons zou dat wel 5 nachten Saigon beteken en dat drukt aardig op ons reisbudget. Ik leg in een mail uit wat de reden van bezoek is en vraag of er misschien over de prijs te onderhandelen valt. Ik krijg een positief bericht terug, maar dan blijkt dat we de fietsen niet binnen kunnen stallen. Die moeten we buiten in een betaalde fietsenstalling plaatsen, wordt ons verteld. De fietsen zijn ons te belangrijk, dus we besluiten om in Saigon op zoek te gaan naar een hotel waar we de fietsen wel veilig binnen kunnen zetten.

De dagen voordat mijn ouders aankomen vraagt mijn moeder regelmatig waar we zijn. Zij zijn al eerder in Vietnam geweest, dus kennen de omgeving. We moeten liegen over de verblijfplaatsen, want we willen mijn ouders verrassen in Saigon. 

De prins met twee prinsessen

Het valt niet mee om wat te vinden in de buurt van het hotel van mijn ouders. Iedere vierkante meter is benut en ruimte voor 2 fietsen in iets wat op een lobby lijkt er nergens te zijn. Dennis stelt voor om het toch bij het hotel van mijn ouders te proberen. Vijf nachten is immers geld en als het geld voor je neus staat is er vast wat mogelijk, zo is zijn redenatie. Dat blijkt te kloppen. Er wordt binnen in de hotellobby plek gemaakt voor de fietsen.

De receptioniste zit vanaf dat moment in het complot. Zij stelt voor dat wij op de kamer wachten en ons roept als mijn ouders er zijn. Het lijkt ons leuker om in de ontbijtruimte te wachten. Daar is een spiegelwand, dus kunnen we ze binnen zien komen. Er hangt ook een camera en de beelden daarvan zijn te zien bij de receptioniste. Mijn ouders zouden ons daarop kunnen zien of in de spiegels, maar dat risico nemen we. 

Mijn ouders komen met de taxi aan bij het hotel en als de receptioniste zegt dat ze er zijn, neemt de spanning toe. 

Dennis en ik zitten in de bank van de ontbijtzaal, recht tegenover de spiegels. Via de spiegelwand zien we ze binnen komen. Terwijl ze naar het hotel lopen zegt de receptioniste tegen mijn ouders dat ze ‘many surprises’ heeft. Mijn vader vraagt of er dan misschien geen hotel is. 

Bij het inchecken krijgen mijn vader en moeder een glas water aangereikt. “Dat is vast de eerste surprise”, hoor ik mijn moeder zeggen. 

One happy family

Als alles is geregeld zegt de receptioniste tegen mijn ouders dat ze de ontbijtruimte nog graag even wil laten zijn. Mijn moeder denkt nog: ”Nou een rondleiding in het hotel hebben we nog nooit ergens gehad.” Via de spiegels zien we ze aankomen en ik kan het niet laten om een gil uit te slaan. Mijn moeder slaat haar handen voor haar mond, glimlacht met tranen en zegt:” Oh, ik schrik me rot. Wat leuk!” Mijn vader kijkt ons aan alsof hij het allemaal even niet meer begrijpt. Dan zegt mijn moeder tegen de receptioniste: ”Oh, thát was the surprise!”

P.S.

Graag willen we je bedanken voor het supporten van ons avontuur. We zijn inmiddels 10 maanden, 19 landen en 13.300 km onderweg en genieten volop van iedere dag van de reis. Tot nu toe is het een avontuur dat onze stoutste dromen overstijgt. En jij draagt bij aan ons avontuur; meer dan je zelf denkt! Je leest onze verhalen, bekijkt de route die we volgen, stuurt ons berichten en reacties en doneert gul en vanuit je hart. Dat maakt ons avontuur zoveel groter dan de personen die we zijn.

DANKJEWEL!

We wensen je een fijne kerst, alvast een mooi eindejaar en een super begin van 2020; het jaar waarin we jullie terug gaan zien. Ook daar kijken we naar uit!

Liefs, Dennis en Nicole

Translate »