• info@pedalenenverhalen.nl

– Blog

Turkije, Georgië, China; werelden van verschil

We genieten van de laatste dagen in Turkije. Het weer is goed, de wegen zijn prima en het landschap is afwisselend waardoor het nooit saai wordt. Ian besluit om op de juiste plek een lekke band te krijgen. Precies voor een huis waar wat vrouwen met hun kinderen buiten bezig zijn de vloerkleden uit te kloppen. Ze kijken nieuwsgierig naar wat we aan het doen zijn en giechelen als ik zwaai. Na een paar minuten komen ze verlegen kijken. Ze zijn toch wel nieuwsgierig. Als het ijs gebroken is willen ze met me op de foto. Een vrouw op een fiets is denk ik heel bijzonder voor ze. Ook de mannen komen erbij en helpen waar mogelijk om de band te plakken en het wiel weer te monteren. Ze vinden het allemaal reuze interessant. De buurman, die zich inmiddels ook aangesloten heeft, biedt ons koffie aan. Hij moet er een stukje voor lopen, maar we moeten de boel nog opruimen dus dat is geen probleem. We nemen plaats in de tuin van de giechelende dames waar even later de buurman inderdaad met koffie verschijnt. Hij moet even over het hek worden geholpen omdat hij de kortste route via het weiland heeft genomen. Het blijft niet bij koffie. Er komt brood met eigen gemaakte jam en kaas op tafel. Koeken, die lijken op gevulde koeken met stroop, zijn er ook. Voor ieder twee. En ondertussen proberen we met elkaar te communiceren. De buurman verteld dat hij twee dochters en een zoon heeft. Om dochters uit te beelden houdt hij zijn handen op tepelhoogte en maakt bolle bewegingen. Hij begint erbij te lachen. Om er nog een schepje boven op te doen houd ik mijn wijsvinger voor mijn gulp en steek een vinger op wat 1 zoon betekent. Hij schatert het uit. 

Me and the boys

Ik zit als enige vrouw tussen de mannen. De dames blijven binnen en komen alleen naar buiten als ze wat te eten of drinken brengen. Het is niet voor het eerst dat ik als enige vrouw tussen de mannen zit in Turkije. Als we weleens wat drinken valt het ons op dat alleen de mannen aan de thee zitten en een spelletje rummikub spelen. 

Nadat we alles op hebben nemen we afscheid en vervolgen onze weg. Dennis grapt dat zo’n lekke band zo gek nog niet is. Die dag rijdt hij twee keer lek, maar helaas niet op de juiste plek. 

Het is soms knap lastig het lek in een band te vinden als er aan de buitenband niks te zien is. Meestal vind je wel iets van een ijzerdraadje in de buitenband, maar lang niet altijd. Een bak water om het lek te vinden hebben we niet, dus is het zaak om de band flink hard op te pompen en te zoeken. Ik word nu de “bandenfluisteraar” genoemd. Tot nu toe lukt het me, hoe klein het gaatje ook is, om het lek te vinden door te luisteren. 

We hebben het al eerder genoemd. De Turken zijn enorm gastvrij en behulpzaam. Als we stoppen bij een benzinestation om ons brood te smeren, worden er binnen drie stoelen gehaald en aan een tafel geschoven. Als we even op Ian staan te wachten stopt de Jandarme om een praatje te maken. Er is ons bijna iedere dag wel thee, koekjes of fruit aangeboden. Mensen toeteren, zwaaien of steken hun duim omhoog. 

De Jandarme wilde graag een praatje met ons maken
En foto’s maken!

Na 5 weken en 1997 km van west naar oost door Turkije nemen we afscheid van een heel mooi land. We weten zeker dat we er nog eens gaan fietsen.

Ian en ik, de eerste kilometers in Georgië

Bij de grens in Georgië moeten we vertellen wat we in onze tassen hebben zitten. De douanebeambte spreekt erg goed Duits. Als ik haar een compliment maak verteld ze dat ze in Duitsland heeft gestudeerd. Als ik haar vertel wat er in mijn tassen zit, vraagt ze of we soms wapens bij ons hebben. “Nee, ik hoop dat we die niet nodig zullen hebben”, antwoord ik. 

Onze medicijnen moeten uit de tas en we leggen uit waar ze voor zijn. Ian hoeft alleen te vertellen waar hij heen gaat. Tassen controle is niet nodig. Misschien ziet hij er als Engelsman net iets geloofwaardiger uit dan wij. Misschien vonden ze dat ze al genoeg gecontroleerd hadden.

Tot nu toe hebben we geen groter contrast gezien tussen twee landen als Turkije en Georgië. Meestal ging het vloeiend over van het ene in het andere land, maar nu merken we meteen dat we in een ander land zijn. 

We gaan 100 jaar terug in de tijd. Het geeft ons een beetje het gevoel van Albanië. 

Er rijden opvallend veel busjes met Nederlandse en Duitse tekst van bijvoorbeeld loodgieters en schildersbedrijven. Busjes die bij ons zijn afgeschreven doen hier nog prima dienst. Roetfilters kennen ze denk ik niet. Meermaals fietsen we in een wolk van uitlaatgassen als ze passeren.

De huisjes in ruraal Georgië zijn simpel en worden met gedroogd mest verwarmd. De paarden lopen voor de ploeg op het land, de wegen zijn slecht. Het is soms lastig om aan water of eten te komen onderweg. Al is er een supermarkt, dan bestaat deze voor de helft uit sterke drank en de andere helft is gevuld met eten uit blik, pasta en wat snoep. Groenten zijn nauwelijks verkrijgbaar. 

Stapels mest voor in de kachel

We fietsen door prachtige natuur. Het is alleen jammer dat we tegenwind hebben. Gelukkig houdt Dennis me regelmatig uit de wind. Ik merk dat ik moe ben. Het klimmen gaat moeizamer. Ik kom gewoon niet zo lekker meer vooruit. Er moet wat vaker op me gewacht worden en ik stop wat vaker. Het zijn niet eens de benen die moe zijn. Het lijkt meer m’n hoofd. Soms zou ik tijdens het fietsen even mijn ogen dicht willen doen, maar dat is niet zo’n goed idee. Gelukkig is Tbilisi in zicht, daar zullen we een paar dagen blijven. 

Als we bergaf gaan houdt Ian regelmatig een wedstrijdje met zichzelf. Hij scheurt soms met 75 km per uur de berg af. Ik doe het iets rustiger aan en als Dennis even later lek rijdt is het fijn dat we bij elkaar zijn. Ik heb de gereedschap achterop en ben tenslotte de “bandenfluisteraar”. Ian is dan al lang gevlogen. Die zal onderaan de berg moeten wachten. 

Als we net weer onderweg zijn komt hij zwetend en met lichte paniek in zijn ogen de berg op gefietst. Hij was bang dat een van ons tijdens het afdalen misschien over de railing was gevlogen. Het was gelukkig maar een lekke band. 

We kamperen die nacht in een verlaten dorp aan een meer. We hebben ervoor gekozen om linksom langs een meer een onverharde weg te nemen waar weinig dorpjes zijn, in de hoop dat we er een kampeerplek zullen vinden. Achter een huis, waar niemand meer woont, besluiten we te gaan kamperen, in de veronderstelling dat er helemaal niemand meer in het dorp woont. Nadat we hebben gegeten (weer pasta) komt er onverwachts een man aanlopen. Hij spreekt geen Engels, maar we begrijpen dat hij de enige is die nog in het dorp woont en hij nodigt ons uit. Alle kampeerspullen liggen al naast de fiets dus we bedanken hem en proberen hem duidelijk te maken dat we de tent hier op zullen zetten. De man maakt ons duidelijk dat we ook in het verlaten huis achter ons mogen slapen. We kiezen voor de tent. We zijn namelijk al binnen geweest en de tent is vele malen aantrekkelijker. Het enige nadeel van wildkamperen is dat er geen douche en toilet voor handen is. Niet kunnen douchen is op te lossen door je te wassen met water uit de bidons. Dat gaat pima. Plassen lukt me ook goed maar de grote boodschap (number two, zoals Ian het noemt) niet. Ian en Dennis lijken daar geen probleem mee te hebben, maar mij lukt het (nog) niet. Het zou wel handig zijn voor als we straks dagen niks tegen komen in de woestijn of op de Pamir Highway. Ik blijf oefenen.

Op vrijdag komen we na bijna 4 maanden en 6374 km aan in Tbilisi. We hebben hier een appartementje geboekt met een wasmachine. Wat een luxe! Als we een douche hebben gaat de kleding mee, maar alles weer een keer goed wassen in een heuse wasmachine, is erg welkom. 

Dennis en ik rijden het prachtige Tbilisi binnen

De dag erna gaan we op pad voor een nieuw achterwiel of een nieuwe achteras. Mijn achterwiel tikt al een tijdje en moet nodig worden gerepareerd. In Athene hebben we er naar laten kijken. Volgens de fietsenmaker daar was er een lager in de as versleten. Hij kon dit wel bestellen, maar gezien de crisis in Griekenland werden zij slecht bevoorraad en zou het weken duren voordat het er was. We besloten het onderdeel in Nederland te bestellen en te laten versturen naar een warmshower-adres in Turkije. Nooit gedacht dat het vier weken zou duren voordat het eindelijk zou arriveren! 

Helaas waren we toen al 1000 km verderop en fietsten we juist Georgië binnen. Missie mislukt. 

Ook in Tbilisi mislukte onze missie. Er was wel een winkel waar ze een nieuwe as verkochten, maar deze had ruimte voor 32 spaken en mijn wiel heeft er 36. Daarnaast was de kwaliteit niet zoals we die gewend zijn. Wat nu? 

Ik plaats dezelfde dag nog een oproepje op Facebook, Instagram en in de fietsWhatsapp. In die app zitten andere fietsers die richting het oosten fietsen. Je weet nooit, misschien is er iemand die naar Tbilisi komt. Al binnen een uur heb ik een reactie. De vriendin van een Duitse fietser komt aanstaande vrijdag naar Tbilisi en kan de as meenemen. Het is nog even spannend of het allemaal gaat lukken, maar het lijkt een fantastische oplossing! Ook van een van de lezers hier krijg ik een reactie, waarvoor dank!

Vandaag zijn we naar de Chinese ambassade geweest om een visum aan te vragen. Voor vertrek leek Tbilisi de beste plek om dit te regelen. In de fietsWhartsapp lazen we de laatste tijd dat het bij een aantal mensen niet meer lukte. Vol goede moed, maar met niet al teveel verwachtingen, beginnen we op zondagmiddag aan het papierwerk. We vullen een vragenlijst in, maken een reisschema, boeken hotels (die we later weer kunnen annuleren) en verwerken deze in het reisschema. Ook reserveren we stoelen bij een luchtvaartmaatschappij die we niet gaan betalen. Deze reserveringen moeten dienen als bewijs dat we vliegtickets hebben geboekt. We laten het boekwerk uitdraaien en wachten buiten voor de deur van de Chinese ambassade tot we aan de beurt zijn. 

Binnen een minuut staan we weer buiten. 

Niet eens zwaar teleurgesteld. Dit hadden we verwacht. Ze willen ons niet hebben in China. Na de vraag of we inwoners van Georgië zijn of een werkvergunning hebben (waarvan de conclusie nee is) stonden we direct weer buiten. 

Natuurlijk vinden we het jammer. We waren met plezier door China gefietst maar we zwaaien wel als we er overheen vliegen. 

Er is nog een mogelijkheid om het visum in Teheran aan te vragen maar we hebben een paar weken geleden besloten om niet door Iran te reizen gezien de politieke situatie op het moment. 

Vooralsnog nemen we de boot van Azerbeidzjan naar Kazachstan om daar vervolgens de Pamir Highway te fietsen en zullen een alternatief verzinnen om na de Pamir Highway, China mijdend, verder te fietsen. Wellicht nemen we het vliegtuig naar Hanoi. Of naar Osaka, in Japan. We hebben nog even de tijd. 

Eerst nog even lekker uitrusten en genieten van het mooie Tbilisi!

Hoe is het profiel vandaag?

Vanmorgen werd ik om half zeven wakker. Toen Nicole dat in de gaten had, was het eerste wat ze zei: “Hoe is het profiel vandaag?”

Ik rol me vervolgens uit het dunne laken, dat ik de hele nacht afwisselend omarmd en van me afgegooid heb, om mijn volledig opgeladen telefoon te pakken. Ik open de app OsmAnd en maak een route die ons dichter bij Tblisi brengt. Onder de route verschijnt een grafiek met hoogtemeters die ik Nicole voorhoud. Ze knijpt even met haar ogen en ziet het profiel van de etappe waar we over een uur aan beginnen. Er zit een behoorlijke klim in die maakt dat Nicole nog even diep in het laken kruipt. Ik schuif dicht tegen haar aan en samen stellen we het moment van opstaan, douchen, spullen bij elkaar rapen, inpakken en uitchecken nog even uit.

We kunnen niet te lang blijven liggen want we hebben met Ian afgesproken dat we om half acht vertrekken. Ian komt uit het Lake District in het noorden van Engeland en moet dezelfde kant op als wij. We trekken al een paar dagen met zijn drieën op en beleven daar ontzettend veel plezier aan.

Een klein uur later halen we onze fietsen, die veilig opgeborgen staan in een oud winkelpand waarvan alleen wij de sleutel hebben, tevoorschijn en maken ze zwaar door ze vol te hangen met onze bagage. Bij de bakker om de hoek halen we vier broden voor onderweg en even verderop kopen we nog vier en een halve kilo water.

In de straat staan middelgrote vrachtwagens die zijn beladen met zakken stro die qua volume beter zouden passen op een grote vrachtwagen. Degene die de lading heeft opgestapeld en gezekerd moet een ware tovenaar zijn. Honderd touwen en duizend knopen houden de boel bij elkaar.

Ian duwt de kar

In de middenberm van de dorpsstraat liggen de honden zonder baasjes te dromen over luilekkerland.

Zowel Nicole als Ian hebben de laatste dagen een onrustige maag omdat ze iets verkeerd gegeten hadden. Vandaag zal blijken of ze weer fit genoeg zijn om een pittige etappe te fietsen want de klim die na 45 kilometer op het programma staat, is 12 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 5%. Bovendien staat er een flinke tegenwind; iets waar ze beiden een hekel aan hebben. Zelf heb ik minder moeite met tegenwind omdat ik blij ben met de verkoeling die het met zich meebrengt. Ook zijn mijn knieën de laatste weken vrij goed waardoor ik het gevoel heb alles prima aan te kunnen.

Als we het dorp iets voor acht uur uitrijden horen we ook de volgepakte vrachtwagens tot leven komen. Ook zij zullen zich een lange trage weg over de hoge bergen moeten sleuren.

Nicole besluit al vroeg voor de aanval te kiezen. Ze gaat het eerste halfuur vooropfietsen en bepaalt het tempo dat een combinatie is van tegenwind en licht afdalen. Het resultaat is een aangename snelheid van ongeveer 20 kilometer per uur. De inspanning laat voldoende ruimte om te kletsen. De voertaal is Engels en produceert verhalen en anekdotes die enkele uren laten verdampen.

Want dan begint de klim.

Ian trekt de kar

Het tempo neemt onmiddellijk af en blijft steken op een kilometer of 7 à 8 per uur. De verhalen zijn verteld waardoor we de komende 12 kilometer naar de top met onszelf in gesprek moeten gaan. Dat valt niet mee dus na een uur grijpen we alle drie naar onze iPods. Muziek en podcasts duwen ons vanaf dat moment de bergen op. Naast ons hijgen ook de vrachtwagens met hun zware lasten zich een weg naar boven. De in mijn ogen véél te warme tegenwind blaast onze kelen kurkdroog waardoor we teugen zuurstof inwisselen voor slokken opgewarmd water.

Na een paar kilometer klimmen komen we op een plek waar we vers en koel water kunnen tappen. Er is ook een man die thee verkoopt en we grijpen de gelegenheid met beide handen aan om even op adem te komen. We bestellen thee en eten de koekjes die we in onze stuurtassen meebrengen. Ná ons stoppen er meer mensen voor een kopje thee. We krijgen vruchten aangeboden van een vader die met zijn gezin onderweg is. Ook schenkt hij ons een tweede kopje thee. Als er even later een paar stoffige truckers aanschuiven, krijgen we van een van hen een plastic bak met zelfgemaakte koekjes voorgehouden. Ook daar eten we gretig van. Er is alom bewondering voor het feit dat we de bergen met de fiets trotseren. Als we een kwartier later vertrekken en willen afrekenen, wil de man van de thee geen geld van ons aannemen. Hij geeft ons een hand en drukt ons op het hart dat als we terugfietsen, we weer bij hem thee moeten komen drinken. We knikken allemaal instemmend.

We zwaaien naar de truckers en de theeman en kruipen verder de berg op.

Ik luister tijdens het klimmen naar de ‘Stuff You Should Know’ podcast en leer al doende over de geschiedenis van ‘subways’ in Londen, Parijs en New York. Een volgende aflevering leert me weer van alles over het trainen van blindengeleidehonden om bij een derde aflevering kennis te nemen van de internationale hulporganisatie ‘Meals on Wheels’. Allemaal onderwerpen die hier en nu klinken als een soort ‘Ver van mijn bed show’, maar het helpt me mijn gedachten bij het eindeloze klimmen af te houden.

Als we bijna boven zijn komen we opnieuw langs een plek waar we water en thee kunnen krijgen. Dit was hard nodig want ik had enkele kilometers eerder mijn laatste bidon met water gedeeld met Ian en Nicole. We nemen dit keer een hele pot thee en de tijd om ervan te genieten.

Ondertussen trekken er grijze wolken over de berg en horen we in de verte onweer naderen.

Onder het genot van de pot thee besluiten we wat van de route af te wijken om in een nabijgelegen ski resort op zoek te gaan naar een hotel voor de komende nacht. Dit betekent dat we nog een kilometer of 16 te fietsen hebben waarbij het gelukkig gedaan is met het klimwerk.

In het ski resort vinden we een hotel. Ik schrijf er nu dit verhaal voor jullie, en moet eraan toevoegen dat het niet meeviel om hier een betaalbaar en schoon hotel te vinden, én dat we een ijskoude bui op onze kop kregen voordat we het ski resort bereikte.

Het is nu tien over elf. Nicole en ik liggen in een kamer met drie eenpersoonsbedden. Links van me een bed vol met tassen, kleding en spullen van ons beiden. Rechts van me ligt Nicole. Ze ligt lief te slapen. Af en toe snurkt ze een beetje.

Ik klap de laptop dicht, knip het licht uit en ga ook lekker liggen. Ik denk aan mijn vader en aan mijn schoonvader want morgen is het vaderdag. Wat zou het fijn zijn als we ze morgen even konden bezoeken om gezellig een kopje koffie te drinken!

Even later klopt de slaap ook bij mij op de deur. Mijn laatste gedachte? “Hoe zal het profiel voor morgen eruitzien?”

Theo en Osman, twee vloerkleden verkopers

Sinds kort ken ik twee verkopers van vloerkleden. Een Nederlander en een Turk. Beide zijn ze dol op hun vak. De een omdat hij houdt van vloerkleden en de ander omdat hij houdt van verkopen. 

De Nederlander, hij heet Theo en verkoopt zijn kleden in Zevenaar, praat graag over het verkopen van vloerkleden en kent zijn vak dermate goed dat hij durft te beweren dat hij bij de eerste aanblik van een klant al vrij zeker weet welke kant het op gaat als er uiteindelijk een klap op de zaak moet worden gegeven. Hij voelt haarfijn aan wanneer het alleen bij kletsen blijft (‘praatje pot’, noemt hij dat) en wanneer het op ‘tapijten trekken’ aankomt. ‘Tapijten trekken’ is jargon en betekent zoveel als de mouwen opstropen en zweten. Het ene na het andere kleed wordt van een enorme stapel getrokken totdat het juiste is ‘herkend’. Want dát is wat het verkopen van tapijten volgens Theo behelst. Als de klant een vloerkleed ‘herkent’, dan heb je als verkoper beet. Hij heeft daarom een speciale antenne voor zinnetjes die beginnen met de woorden: “Die doet me denken aan…”, of “Dat patroon lijkt wel op…” of “Lijkt dat niet op die kleur van…”.  Een handvol woorden die, voor de ras verkoper die Theo is, wijzen op een succesvolle deal. Vangt hij zo’n zinnetje op, dan weet Theo dat hij het kleed even apart moet houden want de kans is groot dat ze uiteindelijk met dát kleed de deur uit lopen. En Theo is bovendien geen dief van z’n eigen portemonnee dus vangt zijn antenne een zin van herkenning op, dan stijgt direct de prijs van het betreffende vloerkleed.

Theo noemt zichzelf op feestjes en partijen daarom geen ‘erkend vloerkleden specialist’, wat op de etalageruit van de winkel staat gestickerd, maar een ‘herkend vloerkleden specialist’, waarna hij eenieder die het wil horen vertelt over de kracht van het ‘herkennen’ in de verkoop branche. ‘Herkenning verkoopt’, een gouden regel die hij ooit heeft geleerd bij de HEMA, waar hij lang de functie van filiaalmanager bekleedde. Overigens heeft Theo niets met vloerkleden, het gaat ‘m om het verkopen.

De Turk, hij heet Osman en verkoopt zijn kleden in Konya, kent geen gulden regels en heeft geen verkooptrainingen gehad op een hoofdkantoor. Osman laat het verkopen van vloerkleden over aan de vloerkleden zelf. ‘Tapijten trekken’ doet ie niet want hij zorgt ervoor dat zijn voorraad niet groter is dan de hoeveelheid tapijten die hij aan zijn gevel kan ophangen. Dat zijn er een stuk of tien, vijftien. Verder doet hij niets dan op een stoel bij de vloerkleden zitten. De hele dag wachten op een geïnteresseerde passant. Hij leest een krant, drinkt een kopje thee en speelt wat met zijn mobiele telefoon, verder doet hij helemaal niets.

Osman aan zijn dagelijkse arbeid

Ik weet dit omdat ik Osman een groot deel van de dag vanuit mijn hotelkamerraam heb zitten observeren. Zo nu en dan nam ik een foto van Osman en zijn winkel die door het wisselende zonlicht een prachtig aanzien had.

Toen ik Osman een dag later aansprak en weer iets later vertelde over Theo, de succesvolle vloerkleden verkoper uit Zevenaar, nam hij nauwelijks de moeite om van zijn krant op te kijken. ‘Die man verkoopt vast geen kelim vloerkleden zoals ik’, was zijn reactie. ‘Jazeker wel!’, zei ik, ‘en hij verkoopt er elke dag wel een paar.’ Toen had ik z’n aandacht want zelf verkocht hij er hooguit enkelen per maand. ‘Hoe doet hij dat dan?’, wilde Osman weten. ‘Nou’, zei ik, ‘jij zit naast je vloerkleden te wachten totdat een kleed zichzelf verkoopt. Wat deze man uit Zevenaar doet is zijn vloerkleden laten spreken met de klanten door de mensen het kleed voor te houden en ze iets over het kleed te laten zeggen. Het vloerkleed en de klant gaan als het ware in gesprek met elkaar en daardoor krijgen ze een band. Theo luistert heel goed naar dat gesprek tussen de klant en het vloerkleed en dan kan hij horen welk kleed het beste bij de klant past. En die kopen ze dan ook vaak.’

Osman is even stil en denkt na. 

‘Maar de kleden kunnen toch niet praten?’, besluit Osman na enige tijd. ‘Nee, niet écht, vervolg ik, maar Theo voert het woord namens de kleden en dan moeten de mensen wel iets terugzeggen, en dán moet je dus goed luisteren of er een klik is tussen het kleed en de klant. Misschien passen ze bij elkaar vanwege het patroon, misschien vanwege de kleur of zijn ze beiden zacht of ruw of buigzaam, weet ik veel! Je moet naar overeenkomsten zoeken Osman! Herken je het kleed in de klant, of andersom, dan is de kans groter dat ze ‘m willen kopen.’

Weer was het stil. En het bleef stil.

Ik heb Osman niet meer gesproken maar de dag voordat we uit Konya vertrokken zag ik dat hij twee kleden over het trottoir had uitgerold en iedereen die over of langs het kleed liep sprak hij voorzichtig aan terwijl hij naar de kleden wees. 

Osman legt twee ‘lokkleden’ op de stoep

Vlak voordat we uit ons hotel vertrokken maakte ik de laatste foto van Osman en zijn vloerkledenwinkel. Zijn kleden lagen opnieuw voor de winkel op straat en hij was druk in de weer met drie klanten.

Osman druk in onderhandeling over de kleden die hij als ‘sprekend’ voorbeeld op het trottoir legde

Theo zal trots zijn op Osman maar nog liever zou hij een dagje uittrekken om ‘m alle kneepjes van het verkoopvak bij te brengen. Osman zal in ieder geval een goede leerling zijn.

Dit verhaal is geschreven voor Theo en Ine als dank voor hun duwtje in de rug. Wil je ook figureren in een verhaal, zie dan onze pagina DUWTJE IN DE RUG

Na 5000 kilometer

Vandaag zijn we door de 5000 kilometergrens gefietst. Dat viel niet mee want het kwik van de thermometer verdampte waar je bij stond. De weg kookte. Letterlijk. Glimmende druppels teer borrelden uit het wegdek omhoog. Als we over de druppels heen reden maakten ze het geluid van klappertjespistolen. Na verloop van tijd werden de druppels plassen en kleefden onze fietsbanden hinderlijk aan het wegdek. Met het teer aan de banden vingen we langs de kant van de weg steentjes zoals een vliegenstrip vliegen vangt. Ondertussen bleven we maar lurken aan onze bidons. Het water was veel te warm om te verkoelen maar het was het enige dat we om handen hadden op de lange heuvelachtige wegen. Schaduw was er alleen onder het klepje van mijn pet. Ik kroop er met heel mijn lijf onder.

Dieren lieten het wijselijk afweten vandaag. Vogels waren op een hand te tellen. De stokstaartachtige beestjes die ons gisteren de hele dag vermaakten door in de berm steeds in blinde paniek met ons mee te rennen, over de kop te slaan en te piepen als muizen in het nauw, om vervolgens in hun holletjes weg te duiken, staken vandaag hun kop nergens boven de grond. Werden we gisteren verrast door een veld met enkele honderden ooievaars, vandaag was er geen enkele kans op zo’n fantastisch schouwspel. Hoogstens in een fata morgana want luchtspiegelingen vulden de horizon van ’s morgens vroeg tot laat in de middag.

Zomaar een stukje waar we 82 mochten

Een paar vliegen en een enkel vlindertje heb ik gezien. Én een verdwaalde schildpad die zonder onze hulp de overkant van de weg nooit zou halen. Alleen voor de schildpad was het fijn dat we hadden besloten de ruim 70 kilometer van Aksaray naar Nevsehir te fietsen.

Nu ik niet werd afgeleid door pijlsnelle stokstaartjes of trage ooievaars, kon ik me eens concentreren op geuren. Onvoorstelbaar wat er allemaal te ruiken valt als je van Rijnsaterwoude naar Bali fietst. 

Het ergste ruikt de dood. Er gaat geen dag op de fiets voorbij dat we de dood niet ruiken. De geur van de dood rijkt ver dus hij komt snel en blijft lang hangen. Ik doe mijn best om iedere keer als er een dode hond (of een ander kadaver) langs de kant van de weg ligt mijn adem in te houden. Ik rook de dood liever niet over mijn longen, ik weet niet waarom. Ja, dat weet ik wel, omdat het stinkt! Maar misschien ook om welk rottingsproces dan ook buiten de deur te houden. 

Er zijn ook fijne geuren. Naaldbomen, vers gemaaid gras, hooi, stro, de waterige geur van de nevel die sprinklers op de akkers verspreiden (vooral vandaag was die heerlijk). De geur als je ’s morgens hongerig een bakkerij die vers brood bakt binnenloopt. Versgemalen koffiebonen als je trek hebt in een bakkie.

Het landschap is prachtig

Vervelend zijn de uitlaatgassen. Na 5000 km fietsen heb je zoveel dieselpluimen gezien, geroken en geïnhaleerd, dat je serieus gaat twijfelen of het wel gezond is om van Rijnsaterwoude naar Bali te fietsen. Je hebt het idee gezond bezig te zijn maar het fijnstof die je binnenkrijgt kan wel eens gigantisch zijn. Op de Balkan komt daar het roken ook nog eens bij. Daar is nog geen ontmoedigingsbeleid en wordt er overal gerookt. Cafés en restaurants staan daar blauw van de rook. Iets wat je je in Nederland gelukkig niet meer voor kunt stellen.

De laatste dagen bereikt me echter een geur die ik letterlijk en figuurlijk niet thuis kan brengen. Het is een geur die nieuw voor me is. De geur is buitengewoon sterk en ruiken we soms honderden meters lang. Ik kan de geur niet beschrijven want ik kan ‘m nergens mee vergelijken. Zo nagelnieuw is die geur voor me. Ik heb het vermoeden dat het een boom is die de geur verspreid maar zeker ben ik er nog niet van. 

Ben je nieuwsgierig geworden naar die geur? Je vindt ‘m op zeker op de D300 van Aksaray naar Nevsehir. Het is een ritje van zo’n 70 kilometer maar pas op! Het kan er bloedheet zijn.

Translate »