• info@pedalenenverhalen.nl

– Blog

Lockdown

Gisteravond bij het slapen gaan, was benieuwd wat ik de volgende ochtend op de nieuwspagina’s zou lezen. Rutte zou maandagavond het volk toespreken. Dat wilde ik vanmorgen checken natuurlijk. Ik had verwacht dat Nederland volledig op slot zou gaan, maar wat blijkt…Niet Nederland, maar Maleisië gaat vanaf woensdag 18 maart op slot. 

Lange tijd leek het hier in zuidoost Azië allemaal wel mee te vallen. Er waren mensen met corona, maar het aantal in Maleisië bleef rond de 100 besmettingen. Een paar dagen geleden lazen we op internet dat er in Brunei iemand besmet was en dat deze persoon de besmetting mogelijk had opgelopen tijdens een religieuze bijeenkomst in Kuala Lumpur waar 10.000 mensen waren waaronder zo’n 5000 Maleiers. 

Malakka

We zijn in Malakka sinds afgelopen vrijdag en huren daar een kamer in een guesthouse waar in totaal 3 kamers verhuurd worden. We hebben onze eigen slaapkamer en badkamer. En een woonkamer en keuken die we delen met de andere gasten. Maar er zijn helemaal geen andere gasten, dus hebben we het rijk voor ons alleen. 

De verhuurder, Mr Kee, is een ontzettende aardige man die ons bij aankomst vertelde dat alles in Maleisië in orde is en we ons geen zorgen hoeven te maken wat betreft het coronavirus. Al helemaal niet in Malakka, want daar heeft niemand corona, volgens Mr Kee. 

De koelkast lag vol met appels en sinaasappels. We hebben een watertank met warm water, koffie, thee en koekjes. Mr Kee drukte ons op het hart dat we alles op moeten eten. Er is geen kookplaat, maar het eten buiten de deur is goedkoop. Dus we hebben geen enkele reden om te koken. 

Tot vanmorgen vroeg. Toen lazen we dus dat Maleisië in gedeeltelijke ‘lockdown’ gaat. 

Om 9.00 uur kwam Mr Kee al langs om ons te informeren over de lockdown. We kunnen in zijn huis blijven zolang we willen. Als we dan toch ergens opgesloten moeten zitten dan is het hier bij Mr Kee een prima plek. Ik vraag hem wat nou precies de regels zijn. Volgens hem mogen we morgen de straat nog wel op, maar moeten we grote groepen mensen vermijden. Als ik hem vraag of hij misschien een kookplaat voor ons heeft is het antwoord nee, maar hij zal ons eten brengen. Zijn vrouw kan een extra portie koken. Ik vraag me af of het echt zo is dat hij morgen de straat op mag om ons eten te brengen.

Ondanks dat de supermarkten openblijven wil ik toch wat in huis hebben. In de buurt zitten wat mini-markets. Hier kun je o.a. brood, frisdrank, melk en noedelsoep kopen. Groente, fruit en yoghurt is er niet te krijgen. Een grote supermarkt verderop verkoopt dit wel en gaat om 10.00 uur open. Dennis waarschuwt al dat het er waarschijnlijk druk zal zijn en hij heeft gelijk. Ook hier lijkt het wel de dag voor kerst. Winkelwagentjes vol en lange rijen, maar toch lijkt iedereen er relaxed onder. Geen gevecht om het laatste pak wc-papier of reinigingsmiddel. Wel heel veel mensen, dus de kans voor verspreiding van het virus is groot. Toch doen we onze boodschappen. Met wat spullen in de kar gaat Dennis in de rij staan en begeef ik me tussen de rijen mensen op zoek in de schappen naar alles wat we nodig hebben. We kopen voornamelijk fruit, yoghurt en broodbeleg. Dat kunnen we in de kleine winkeltjes in de buurt niet krijgen.

Met z’n allen (ook Dennis) geduldig in de rij bij de supermarkt

Als we terug zijn heeft Mr Kee me de regels van de gedeeltelijke lockdown gestuurd. De grens gaat dicht. Alle scholen, overheidsgebouwen en winkels zijn vanaf morgen gesloten. Restaurants waarbij je kunt afhalen mogen openblijven. Je mag naar buiten voor een wandeling of om te joggen, maar kom niet te dicht in de buurt van anderen. 

Deze lockdown geldt in ieder geval t/m 31 maart. Dus tot die tijd blijven wij bij Mr Kee in Malakka. Ons visum is geldig tot eind april. Het plan was om een week in Malakka te blijven. En vanaf Kuala Lumpur naar Bali te vliegen. Dat plan hadden we al aangepast naar: we blijven zo lang mogelijk in Maleisië, omdat we denken dat we hier het beste af zijn. We hebben dus geen idee hoe dit verder zal gaan. Als het niet nodig is en we aan het einde van ons visum nog naar een ander land kunnen dan Nederland, komen we niet naar huis.

Voor nu even het laatste ijsje

Tioman eiland

Neem even een tropisch eiland in gedachten. Zandstrandje. Hangmatten hangen hier en daar tussen palmbomen geknoopt. Een licht briesje zorgt voor een aangenaam klimaat.

Strand van Tioman

We zijn op Pulau Tioman, een vulkanisch eiland in de Zuid-Chinese zee. In de jaren ’70 van de vorige eeuw riep Time Magazine Tioman uit tot een van de mooiste eilanden in de wereld. Het eiland trekt voornamelijk toeristen die gek zijn op duiken en snorkelen. Het zeeleven en het koraal is hier prachtig hoewel er steeds meer gesproken wordt over de sterfte van het koraal. Als ik de geluiden moet geloven gebeurt dit in hoog tempo.

Het is rustig op het eiland. Er zijn op het moment niet veel toeristen. De duikscholen werken met kleine groepjes en de stranden bieden voornamelijk ruimte aan grote hagedissen, katten, krabbetjes en hier en daar een verdwaalde kokosnoot. 

De sfeer is gemoedelijk.

De lokale bevolking rijdt wat heen en weer op brommertjes, haalt zo nu en dan wat proviand bij de boten die enkele keren per dag van het vasteland komen en leunt de rest van de dag wat tegen de warmte aan. Wij doen hetzelfde.

We hebben voor een week een kleine houten ‘cabin’ gehuurd. Groot genoeg voor een bed en een badruimte. We hebben een zitje waar we ons vergapen aan de apen die dagelijks in groten getale langs ons huisje trekken. De ramen en deuren moeten we daarbij een beetje bewaken want ze zijn natuurlijk op zoek naar lekkernijen. In ons hutje kunnen ze brood en crackers vinden maar daar krijgen ze de kans niet voor. Zo nu en dan vergt het een reuzenzwaai met een felgekleurde bezem om de ‘hooligans’, zoals we ze zijn gaan noemen, buiten de deur te houden. Onze buurman, een 80-jarige Engelsman, gooit soms, met uiterste precisie, een harde vrucht naar de brutaalste aap. Meestal raak.

Hier op Tioman kwamen we sinds lange tijd weer eens Nederlanders tegen. Twee vrouwen, die lekker aan het bijkomen waren van drie weken backpacken door Maleisië, stonden flessen water te vullen. Een van de vrouwen monsterde onze herkomst en kreeg kennelijk het vermoeden dat we ook uit Nederland kwamen. Toen Nicole en ik met elkaar spraken, was het voor hen duidelijk en even later stonden we te kletsen op een manier die heel erg lijkt op landgenoten die elkaar in den vreemde ontmoeten. Alle ingrediënten van zo’n gesprek kwamen aan bod maar één nieuw en smakelijk specerij werd al snel aan het gesprek toegevoegd; Corona!

Van onrust met betrekking tot het corona virus is geen sprake hier op Tioman. En waar we in heel Zuidoost-Azië werden geconfronteerd met mondkapjes (niet vanwege corona maar vanwege de luchtvervuiling), ontbreken deze zo goed als helemaal in Maleisië. Wat ik wél merk, bij onszelf, onze Engelse buren en nu dus ook bij die twee Nederlandse vrouwen hier, is een soort mediagekte als het gaat om corona. We zijn allemaal op de hoogte van de laatste cijfers die horen bij de verspreiding van het virus en de sterfgevallen worden meegeteld als verliespunten in een grote corona-wedstrijd. 

Voor ons voelt het (nog) als een uitwedstrijd, of een ver-van-ons-bed-show. We zijn nog niet op gesloten grenzen gestuit en hebben nog geen vluchten hoeven boeken, laat staan omboeken. Toch lezen we steeds meer berichten van fietsers die, op de weg die al achter ons ligt, problemen krijgen bij grensovergangen of die serieus rekening dienen te houden met een paar weken quarantaine als ze naar huis willen of naar het volgende land van hun reis.

Natuurlijk roept dit ook vragen bij ons op. Na Maleisië is onze logische volgende stap Indonesië en Bali, waar ons een loempia wacht, maar kunnen we dat land in tegen de tijd dat we bij de grens aankloppen? Belangrijker nog, kunnen we dat land ook weer uit tegen de tijd dat we weer richting Europa reizen? Naar welk land reizen we nadat we de loempia hebben weggespoeld? Door welke Europese landen kunnen we zonder problemen verder fietsen? Of is Europa niet onze beste optie?

De vragen worden belangrijker naarmate we Bali bereiken dus we blijven alle ontwikkelingen in de media en op de fora waar fietsers ervaringen uitwisselen, op de voet volgen. Maar nu even niet…

Nu zijn we op Tioman, ooit uitgeroepen tot een van de mooiste eilanden ter wereld. We voelen een lichte bries, kijken naar apen en enorme hagedissen. We knuffelen katten en drinken koffie voor ons houten hutje. En als mijn koffie straks op is, pak ik het boek van Bart Van Loo over de Bourgondiërs in de middeleeuwen. Wat een tijd was dat zeg!

Hier zijn we! Een jaar later…

Waar zullen we over een jaar zijn? Dat vroegen we ons af toen we vorig jaar op de fiets stapten. We zijn in Kuala Terengganu (Maleisië) en hebben 15.831 km getrapt door 22 landen. De loempia lonkt. 

Het is best bijzonder dat we zo’n eind hebben gefietst. Ik hield namelijk helemaal niet van fietsen. Toen Dennis en ik net verkering hadden bedacht mijn schoonmoeder Ted een leuk uitje. Met z’n allen (Ted, wij, schoonzus Natas, zwager Rob en de meiden Britt en Lois) een weekend naar Texel. De auto’s bleven op het vaste land en toen we van de boot stapten ging het verder op de fiets. Op de fiets, terwijl de auto gewoon mee kon op de boot! Met tegenwind fietsten we naar het hotel. Ook de andere dagen gingen we fietsen. We hadden immers geen ander vervoer. Ik kan niet zeggen dat de liefde voor fietsen toen is geboren, sterker nog ik vond dat fietsen helemaal niks. Gezellig was het wél daar met z’n allen. 

In 2016 stelde Dennis voor om op fietsvakantie te gaan. Ik verslikte me bijna in m’n koffie. “Ga jij maar fietsen, dan kom ik er wel hardlopend achteraan.” Dat vond ik een veel beter idee. Uiteindelijk werd het toch fietsen. Met heel veel spullen van de buren die we mochten lenen, vertrokken we naar Zuid-Frankrijk. Daar ontstond de liefde voor fietsen. Door de snelheid van fietsen zie je zoveel meer dan met de auto of het openbaar vervoer.

Inmiddels lach ik op de fiets!

Het afgelopen jaar is omgevlogen, maar als ik door de foto’s scroll is het bijna onwerkelijk dat zoveel belevenissen in een jaar passen. Een jaar vol mooie ontmoetingen, nieuwe vrienden, zoveel gastvrijheid onderweg, jezelf beter leren kennen, een zere kont, heel veel zweten, vele bergen overwonnen, samen een fiets omhoogduwen.  Te veel om op te noemen. 

Gastvrijheid neemt de tijd (Turkije).

Gisteren vroeg een Maleier ons wat de meeste indruk op ons heeft gemaakt. Ook daar is niet één antwoord op te geven. Het zijn de kleine dingen die ons zo’n warm gevoel geven. Mensen die je een fles water, een stuk watermeloen of een ijsje aanbieden. Ook vroeg hij wat het ergste was wat we hadden gezien. Dat is het vele afval langs de kant van de weg en wat in het water drijft. En de dieren (honden, varkens, kippen) die opeengestapeld onderweg zijn naar de slacht. Is het in Nederland dan veel beter? Nee. Ik heb dan ook besloten geen vlees meer te eten. 

Heel vervelende dingen hebben we niet meegemaakt. Dat hebben we natuurlijk te danken aan de vele gelukspoppetjes die we mee kregen op reis en de heilige Christoffel van Ine. De Christoffel is van haar vader geweest. Ze gaf hem ons mee om ons te beschermen op onze reis. In de middeleeuwen bad een reiziger tot de heilige Christoffel, de patroonheilige van de reizigers, voor een veilige reis.

Hard gaan we niet, maar we komen er altijd.

Onze reis gaat nog even door dus we blijven onder de hoede van Christoffel en de gelukspoppetjes. We denken hard na over hoe we verder gaan nadat we de loempia op onze lippen hebben geproefd. Fietsen we door? Vliegen we naar elders en fietsen we van daaruit naar huis? Zetten we de fietsen opzij en gaan we voor alternatief vervoer? 

Het afgelopen jaar hebben we intens beleefd, met elkaar en met iedereen die ons volgt en steunt. Het was een feestje en het ís een feestje. We hebben het avontuur 365 dagen gezocht en 365 dagen gevonden. En wat wacht ons morgen?

Een nieuw avontuur!

Tot morgen.

Links of rechtsom, het maakt niet uit. Avontuur vind je overal!

Hup Maleisië!

Maleisië is voor ons, laat ik het hokje ‘fietsers’ gebruiken, een ideaal land om te bereizen. Het land glooit, heeft indien gewenst bergen, natuurparken, zee-, strand- en eilandpracht. Het land wordt bevolkt door een smeltkroes aan nationaliteiten. Veel Chinezen, veel Indiërs en veel Maleiers. Wat deze bevolkingsgroepen met zich meebrengen gooit bijna roet in ons eten. Want juist daar zijn ze zo goed in; het maken van eten. Dus waarom gaan we nu nog voor een loempia naar Indonesië als je door een land als Maleisië, vol culinaire lekkernijen fietst? Wat eten betreft hebben we hier in Maleisië het hoogtepunt simpelweg bereikt! 

Streetart George Town

Met stip op 1

Maleisië staat bij ons dus met stip op 1 als het om lekker eten gaat. De keuze aan ‘lekkers’ is onuitputtelijk. Goed, voor onze Westerse lippen zijn de pepertjes vaak nét even te scherp, maar de smaken rondom de pepers zijn voortreffelijk. 

Als we dan even verder kijken dan onze smullende mondjes, en we tellen daar dat fijne fietsen bij op, en realiseren ons dat ook de bevolking lief, vriendelijk en vrolijk is (gisteren stopte er een auto op de vluchtstrook, het echtpaar dat uitstapte stond ons op te wachten met 2 flesjes water en twee sinaasappels), dan komt het land ineens in aanmerking om door ons hoog op het favorietenlijstje te worden gezet. Héél hoog! 

Streetart George Town

Vertragen

Die constatering maakt dat we met plezier het tempo wat omlaag gooien. We mogen van de Maleise autoriteiten 90 dagen blijven dus kunnen ook op ons gemakje het land rond. We hebben daarom besloten om na een bezoek aan de stad Ipoh terug te fietsen en de noordelijke boog naar de Oostkust te volgen. Die dalen we zuidwaarts af om weer over te steken naar Malakka en uiteindelijk Kuala Lumpur.

Daarna zien we wel weer wat onze opties zijn. We houden de Corona-berichten hier in Zuidoost-Azië natuurlijk ook goed in de gaten. Als het virus zich blijft verspreiden, zullen we misschien opties moeten lichten die we nu nog niet eens kunnen bedenken.

Streetart George Town

Genieten van slecht weer

De laatste dagen hebben we weer eens wat regen gehad. Gelukkig niet tijdens het fietsen (dat doen we onveranderd in de smorende hitte!) maar in de namiddag. Gisteren stonden we met open monden te kijken naar een onweersbui die duizenden vogels (vooral zwaluwen) door de straat lieten krioelen. Een onvoorstelbaar schouwspel (waar komen die ineens vandaan? Waarom vliegen ze laag? Waarom nu? En waarom hier?).

Zelfs van slecht weer kun je goedkoop genieten!

Streetart George Town

Een woord van dank

Straks nadat dit verhaaltje op de site staat gaan Nicole en ik weer een radio-interview opnemen. Iedere maand zijn we te beluisteren op onze regiozender: Studio Kaag en Braassem. Er zijn weer mooie vragen om te beantwoorden. Het blijft bijzonder dat zoveel mensen ons avontuur volgen. Daar willen we jullie allemaal graag voor bedanken.

Streetart George Town

Bedankt!

Translate »