• info@pedalenenverhalen.nl

– Blog

Gott im Himmel!

Het was een grauwe dag gevuld met regen en wind. De hemel hing in 50 tinten grijs als een adventskrans met gedoofde kaarsen boven onze hoofden. De omgewoelde akkers lieten hun zompig bruine zelfkant zien langs gods wegen. We hadden ons ingepakt in regenkleding, van top tot teen. Gebogen.

Zo reden we Grüss Gott-land binnen.

Dat we door god welkom werden geheten, werd me duidelijk op de weg naar Dachau. Niet alleen vanwege die enkele fietser die ons in het voorbijgaan namens de heer begroette, maar ook vanwege de Jezus-verschijningen langs de weg. Goeie god, het werden er steeds meer! 

Niet alleen langs de weg maar ook bij de mensen thuis hing Jezus aan het kruis genageld; stilletjes lijdend voor ons allen. Meestal in de tuin. De ene Jezus had overigens meer te lijden dan de andere. Dat kwam omdat er boven die Jezussen geen afdakje getimmerd was, zonder afdakje ranselde wind en regen het aangezicht van de gekruisigde. Anderen leden lekker in de luwte, met de rug naar de wind en droog omdat zij wel een afdakje hadden. 

De rit naar Dachau was voor ons een lijdensweg zonder afdakje.

Het concentratiekamp in Dachau hebben we niet aangedaan. De weersomstandigheden waren al troosteloos genoeg. Ons doel voor de dag lag in München waar Luis, een Argentijnse IT-er op onze komst zat te wachten. Dat beloofde heel iets anders.

Toen Luis de deur voor ons opendeed in de Eisenacherstrasse in München, leek het of we hem hadden gestoord in drukke bezigheden. Zuchtend en zoekend naar een prettige houding, begeleidde Luis ons naar de binnenplaats waar we onze fietsen konden parkeren. Een deel van de fietstassen ging beneden in de berging. De overige spullen gingen mee naar boven. Daar, in zijn appartement, kregen we een snelle rondleiding. Kamer, douche en toilet. De keuken kregen we niet te zien want koken deed Luis voor ons. De woonkamer had een zitgedeelte en een slaap/werk-gedeelte. Aan het voeteneinde van het bed van Luis stond een tafel met drie monitoren. Allen gaven licht. 

Terwijl Nicole ons stapelbed van schoon beddengoed voorzag, stond ik kennis te maken met Luis. Hij kwam langzaam los van de computerschermen in zijn slaapkamer en in zijn hoofd, waardoor we even later aan een biertje in de woonkamer zaten. Na het bier, de fanta en de uitwisseling van reiservaringen vroeg Luis ons of we de stad wilden zien. Dat wilden we.

Luis moest even zoeken naar zijn auto (geheel toevallig van het merk dat in nazitijd gebruik maakte van de dwangarbeid in kamp Dachau) omdat hij geen vaste parkeerplaats had. Even later kon de tour beginnen.

Luis reed ons langs het Olympisch stadion en langs iedere toegangspoort tot de oude stad. We zagen het Gestapo hoofdkwartier (platgebombardeerd), Hitlers woonhuis, de Universiteit, de bibliotheek, het oude klooster waar alles begon, het nieuwe klooster, de synagoge en kogelgaten in gebouwen en standbeelden. Hij liet ons uitstappen bij de koninklijke ‘Brauhaus’ en het riviertje midden in de stad, waar de stadsjeugd aan het golfsurfen was (temperatuur net iets boven het vriespunt).

Een golfsurfer, ’s avonds in hartje München

De mooiste plek waar Luis ons mee naartoe nam was Schloss Nymphenburg, de oude zomerresidentie van het Beierse hof. Het slot en z’n bijgebouwen hielden veel voor ons verborgen. Vanwege de harde wind waren de luiken van de bijgebouwen in de fantastische slottuinen gesloten. We konden nergens naar binnen spieken. Ook waren alle Griekse godenbeelden, die in lange rijen in de tuin stonden opgesteld, aan het oog onttrokken. Ze waren ingepakt tegen de winterse elementen zodat zij even helemaal niets te lijden hadden.

Mooier dan alle verhulde interieurs en godenbeelden was de lucht boven het slot. De hemel pakte groots uit. Het slot en de tuin werden in tweeën gedeeld. Boven de linkervleugel was de hemel woest en onheilspellend donker. Boven de rechtervleugel van het slot was de hemel helderblauw en zonovergoten met een enkel donzen wolkje als een lichte toets van de meester die schoonheid weet te pakken.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_3144-012.jpeg
Schloss Nymphenburg

En toen begon het spel. Het voltrok zich daar op die prachtige plek, recht boven onze hoofden. De wind zette zich schrap en begon aan te zetten. Regen sloeg ons met een natte doek op de wangen. Wolken daverden voorbij en de zon vocht voor iedere meter die ze prijsgaf.

Het spel is op de wagen

Luis begon snel naar de auto te lopen maar ik bleef staan en keek. Ik wees Nicole op het wolkentheater en ook zij bleef staan. We pakten elkaars hand.

De wolken kregen definitief de overhand maar de zon gaf zich niet zomaar gewonnen. Tegen de grijze achtergrond van buien en onheil verscheen, in de slottuin, op de voorgrond een scherpe regenboog. Ademloos stonden we te kijken toen er zich een tweede regenboog aandiende, minder fel maar ruimer bemeten. 

Kermis in de hel

‘Als de zon schijnt en het regent, is het kermis in de hel’, zei ik tegen Nicole en kneep even in haar hand. Nicole bleef ademloos kijken en kneep zachtjes terug.

Warme douche 2

Nadat we de manage verlaten hebben fietsen we nog een klein stukje langs de Rijn. In Mannheim verruilen we de Rijn voor de Neckar. Langs het water fietsen is altijd goed. Dan blijf je tenslotte laag. Toch zitten er die dag wat venijnige klimmetjes in de route en beseffen we ons dat het weleens gedaan kan zijn met de vlakke wegen. 

We merken dat het fietsen ons steeds makkelijker af gaat. We worden sterker en zelfs wat lichter (hebben we op de weegschaal gezien). We denken iedere dag: morgen houden we een rustdag. Er lijkt alleen steeds geen geschikte plek te zijn om die rustdag in te lassen. In Eberbach stoppen we in de middag bij een bakker die op zondagmiddag open is. We hebben al een paar keer verlekkerd naar gebak gekeken, maar steeds had een broodje de voorkeur. Het gebak wint het dit keer van het broodje. Ik ga voor kersen kruimelgebak. Dennis wijst iets aan, maar heeft geen idee wat het is. Het ziet grijs van binnen en waar het naar smaakt weten we niet. Echt lekker vind ik het niet, maar Dennis smaakt het prima. Ondertussen bedenken we waar we die nacht zullen slapen. We zijn na Heidelberg veel campings tegengekomen, maar er is er niet één geopend. Als we het vragen bij een campingeigenaar is het steevast: Nein. Hij zegt dat het niet mag. Hoezo niet? Plek genoeg lijkt ons. Het zal iets te maken hebben met de verzekering. Ook de camping in Eberbach is niet open. Een geschikte plek voor wildcamperen hebben we niet gezien. 

Via airbnb vinden we een kamer bij Dieter. Hij meldt ons dat hij de kamer nog even in orde moet maken, maar dat we over een half uur welkom zijn. Dieter is een klein mannetje van rond de zestig met coup windhoos. De wind is duidelijk van achteren gekomen. We kunnen onze fietsen in zijn garage zetten en hij laat ons zijn huis zien. We hebben een ruime slaapkamer met een tafel en stoelen. Een mooie plek om een verhaal voor het blog te schrijven. We mogen gebruik maken van de keuken waar we ons blik ravioli opwarmen. Als ik opmerk dat Dieter een aardige man is beaamt Dennis dat. Hij heeft wel zo zijn bedenkingen bij de foto’s die hij in de gang en keuken heeft zien hangen. Braziliaanse dames in een veel te klein wit bh-tje. Zouden het internetliefdes zijn die dan ineens geld nodig hebben wat hij nooit meer terug ziet? Als we de volgende dag willen vertrekken klopt Dennis op de woonkamerdeur. Dieter blijkt die nacht op een luchtbed in zijn woonkamer te hebben gelegen en komt zuchtend en steunend overeind. Hij is ziek. Ik vraag hem of ik wat voor hem kan halen, maar dat hoeft niet. We wensen hem beterschap en vertrekken. 

Het weer is omgeslagen. Het waait flink en we hebben ’m tegen. We krijgen berichten uit Nederland dat het daar regent. Tot nu toe hebben wij nog geen druppel regen gehad, dus je hoort ons niet klagen. We staan alleen af en toe bijna stil, zo hard waait het. In de middag komen we aan in Heilbronn. We zijn geen enkele camping gepasseerd en al waren we die wel tegen gekomen, geopend zijn ze waarschijnlijk toch niet. We gaan voor een goedkoop onderkomen via boeking punt kom, en fietsen er, nadat we het online geboekt hebben, gelijk heen. Het is even zoeken buiten het centrum, maar we komen aan bij een woonhuis. We denken dat we weer een soortgelijke kamer hebben geboekt als bij Dieter, maar niets is minder waar. Er wordt open gedaan door een man die ons aankijkt alsof hij een geest ziet. Hij spreekt geen woord Duits of Engels en ziet er onverzorgd uit. Boven gaat een raam open. Een dame vraagt of wij ook een kamer hebben geboekt. Eerst denk ik dat zij de eigenaresse is, maar al gauw blijkt dat ook zij een kamer heeft geboekt. Tenminste, zo doet ze het voorkomen. Ze zegt dat het er een zwijnenstal is en dat de man beneden vandaag zou uitchecken, maar niet is weggegaan. Volgens haar is er voor ons dus geen kamer vrij. Ik vraag me af in welke serie we zijn beland. Bananasplit? De dame die nog steeds uit het raam hangt geeft me het nummer van de eigenaar, maar als ik bel krijg ik zijn voicemail. Ik spreek in en verzoek hem terug te bellen. De dame zegt dat we voor de grap eens boven moeten komen kijken. Dennis bedankt, hij is er al klaar mee, maar mijn nieuwsgierigheid is te groot. Het is nog erger dan een studentenwoning. Overal kleding, geen opgemaakte bedden en een heel smerige badkamer. Hier wil ik niet eens gratis slapen. Ook de dame zegt te vertrekken en loopt mee naar buiten. We fietsen terug naar het centrum en vragen ons af of de dame in het complot zat of niet. We hebben 35 euro betaald nadat we hadden geboekt en denken te kunnen fluiten naar ons geld. Een uur later belt de eigenaar en legt uit dat de Rus nog een nacht langer wilde blijven en hij geen boeking had gezien die ochtend. Dat kan kloppen. Wij hebben om 15:00 uur geboekt, omdat er volgens de site nog een kamer vrij zou zijn. Hij belooft me het geld terug te storten. Ik vraag me af of dat zal gebeuren. Het kan ons niks meer schelen. We boeken een veel te duur hotel en genieten van de luxe.

De volgende dag gaat de reis naar Stuttgart. Via Warmshowers zijn we welkom bij Marcus. Een fijn idee dat we dit keer niet last-minute hoeven te zoeken naar een slaapadres. Marcus meldt ons dat hij vanaf 15:00 uur een afspraak heeft en er ’s avonds niet zal zijn om ons gezelschap te houden. Dat vinden wij helemaal geen probleem. We kunnen het na 800 km nog steeds goed met elkaar vinden. 

Het waait die dag erg hard. En weer hebben we wind tegen, maar….ook nu is het droog. 

In Nederland zijn we verwend met goede fietspaden en duidelijke aanwijzingen. In Duitsland fiets je regelmatig op het voetpad, omdat het moet. Of gewoon buiten de bebouwde kom daar waar ook de vrachtwagens rijden. We hebben of wind tegen of zijwind. Het is veel klimmen, maar ‘what goes up, must come down’, dus af en toe zoeven we naar beneden. Dat is lekker, maar met zijwind en vrachtverkeer toch best een beetje griezelig. Dennis lijkt nergens last van te hebben en raast soms met 60 km per uur de berg af. Ik zit nog net niet met samengeknepen billen op de fiets, maar hou het stuur wel stevig vast. 

Het is nog flink doortrappen, want we moeten voor 15:00 uur bij Marcus zijn. Het is zoeken in de stad en om 15:10 uur komen we aan bij zijn appartement. Marcus heeft geen haast en helpt ons de fietsen in de kelder te zetten. We krijgen van hem de sleutel en hij meldt dat hij zelf bij zijn vriendin slaapt. We kunnen doen alsof we thuis zijn. En de volgende dag gooien we gewoon de sleutels in de brievenbus. Wat een vertrouwen en gastvrijheid!

Fietsen veilig in de kelder in Stuttgart

Stuttgart uit fietsen valt nog niet mee. Het fietspad is afgesloten, maar er wordt geen enkele omleiding aangegeven. We komen op het terrein van Mercedes terecht en hebben het gevoel er nooit meer weg te komen. Het kost ons een uur. Ik denk dat ze ons wilde overtuigen een Mercedes te kopen, maar het is niet gelukt. Via Esslingen am Neckar, waar we op een terrasje een lekker bakkie drinken, fietsen we naar Göppingen. Lena en Ian hebben via Warmshowers een onderkomen aangeboden. Zij hebben verschillende fietstochten gemaakt en weten als geen ander hoe fijn het is als je bij iemand onderdak kan vinden. We mogen tussen de lapjes stof, waar Lena van alles van maakt, op een slaapbank slapen. We eten käsespätzle met een salade en als toetje krijgen we rijstpudding met mango. Alles smaakt heerlijk en we hebben een gezellige avond. Lena moet de volgende ochtend op tijd naar haar werk, maar we doen ons te goed aan de broodjes die Ian voor ons heeft gehaald. Voor vertrek mogen we de overgebleven broodjes smeren en meenemen. We krijgen nog speciale kruiden om te koken en koekjes voor tussendoor toegestopt. Met de buikjes en de tassen gevuld vervolgen we onze weg naar het volgende avontuur. 

Andernach

Sommige verhalen laten zich makkelijk vertellen. Hier in Andernach worden de keren dat de Rijn buiten haar oevers trad breed uitgemeten. Vele muren dragen plaatjes met jaartallen die op verschillende hoogtes zijn vastgespijkerd om zichtbaar te maken tot waar het water stond in welk jaar. Alle horecagelegenheden aan de oever hebben foto’s aan de muren hangen waarop te zien is hoe de boel telkens weer onder water staat. Bewijsstukken van een geschiedenis die maar geen verre geschiedenis wil worden. Ze laat zich in een oogopslag vertellen. 

De diverse jaarplaatjes naast de deur van de oude kraan

Als ik Nicole wijs op de oude kraan aan de Rijn, ziet ze ook daar de jaarplaatjes langs de oude deur. Sommigen hangen op manshoogte. Toevallig ken ik het verhaal van deze kraan en vertel Nicole over de handel in maalstenen die voor altijd Andernach, de Romeinen, de Rijn en Nederland met elkaar verbinden. Andernach was namelijk een Romeins fort met een haven en functioneerde ook toen al als handelscentrum in maalstenen en was een niet onbelangrijk onderdeel van de Limes; de Romeinse rijksgrens. De maalstenen uit Andernach waren erg populair omdat ze, ondanks het vele malen, scherp bleven (het waarom zit ‘m in de luchtbelletjes in het vulkanische gesteente). De oude kraan langs de Rijn heeft tot in de 20e eeuw maalstenen op schepen die de Rijn afvoeren getakeld. Bijna alle molens die nu nog meel malen in Nederland gebruiken maalstenen die uit Andernach komen. Denk daar maar eens aan als je meel bij ‘De Molen’ haalt!

Dan denk ik aan de houten brug die Julius Caesar hier in een nog verder verleden over de Rijn liet bouwen maar dat verhaal slik ik in. Het is te weinig tastbaar. Je kunt het niet lekker aanwijzen. Ook de legende over de twee jongens en de honingpot vertel ik niet, maar dat is omdat ik me het verhaal niet scherp meer voor de geest kan halen.

Ik ben hier eerder geweest. De bejaarde vrouw die me vanachter het raam staat te bekijken ziet mij niet. Ze heeft louter oog voor mijn volgepakte fiets. Als ze naar me zou kijken, herkent ze me wellicht want pakweg twee jaar geleden stond ik hier ook. Met dezelfde schaduw. Ook toen had ze goed moeten kijken want om mij heen liepen zo’n 30 schoolkinderen.

Onder de tafel van de oude dame achter het raam, fantaseer ik een klein kind (kleinkind?) omdat ik aan de eerste alinea van Charles Bukowski’s roman ‘Kind onder de kannibalen’ moet denken. In die eerste alinea beschrijft Bukowski zijn vroegste herinnering die, net als hij, in Andernach werd geboren. Het huis dat de herinnering omhulde staat er nog steeds, ik heb het zelf gezien en heb het aangeraakt.

‘Het eerste wat ik me herinner is dat ik ergens onder zat. Het was een tafel, ik zag een tafelpoot, ik zag benen van de mensen en een stuk van het afhangende tafelkleed. Het was donker daar beneden, ik vond het fijn om er te zitten. Het moet in Duitsland zijn geweest. Ik moet tussen de een en twee jaar zijn geweest. Het was 1922. Ik vond het fijn onder de tafel. Niemand scheen te weten dat ik daar zat. Er speelde zonlicht over het kleedje en over de benen van de mensen. Ik vond het zonlicht fijn. De benen van de mensen waren niet interessant, niet als het afhangende tafelkleed, niet als de tafelpoot, niet als het zonlicht.’ (Charles Bukowski, Kind onder de kannibalen, Lebowski Publishers, Amsterdam 2014)

Het voelt een beetje gek om hier in Andernach te zijn. Ik sta hier niet langer dan 5 minuten op de oever van de Rijn maar ken ook de straten landinwaarts. Straten die veel meer tijd vergen om te beleven, maar waar ik vandaag, in het voorbijgaan, niet zal komen. Net als het water dat in de Rijn naar de Noordzee stroomt. Ook dat water kent hier de weg buiten haar eigen hoge oevers omdat het er ooit eerder geweest is maar waar het vandaag, in het voorbijgaan, niet zal komen. En die gedachte blijft bij me als ik allang weer een fietser geworden ben, op weg naar Bali.

Warme douche

Zonder het te weten boden mijn zwager en zus ons de eerste nacht een ‘Warmshower’ aan. We moesten er wel 120 km voor fietsen maar dan krijg je ook wat. Bij aankomst wachtte ons stampot andijvie (wij noemen dat in het oosten van het land stimpstamp) met gehaktballen, keihard gebakken speklappen (zoals het hoort) en rookworst. 

’s Avonds komen de buren, Theo en Ine, op bezoek. Ine heeft wat voor ons. Met tranen in haar ogen overhandigt ze me een amulet van Sint Christoffel. Het amulet is van haar vader geweest en hij droeg hem altijd bij zich in de auto. Nu wil ze hem ons meegeven, zodat Christoffel ons kan beschermen tijdens onze reis. De Sint gaat bij de andere gelukspoppetjes die we hebben gekregen, het geeft ons een warm en beschermd gevoel. 

Als we gaan slapen, moet mijn neefje Sem zijn bed verruilen voor dat van zijn ouders. Wij mogen in zijn bed. Hij slaapt bij zijn vader en mijn zus slaapt bij nichtje Indah. Neef Ticho heeft mazzel. Hij slaapt lekker samen met zijn vriendin in zijn eigen bed. 

De volgende dag wordt ons nog van alles aan eten toegestopt en kunnen we op pad.

In Xanten probeer ik mijn charmes in de strijd te gooien om onze tent bij een bedrijf op het gras neer te zetten. Bij het huis naast het bedrijf bel ik aan. De heer des huizes zegt dat er niemand van het bedrijf is en wijst ons op de camping 500 meter verderop. Schijters als we zijn druipen we af en zetten onze tent op bij de camping. Voordeel hiervan is een warme douche en een warm huisje waarin we ’s avonds kunnen zitten. 

Maandagavond bedenken we dat Keulen misschien wel eens onze volgende stop kan worden. We zijn er al eens geweest en vinden het een leuke stad. Laten we dan eens de échte Warmshowers proberen. Ik schrijf, in mijn beste Duits, een stuk of 15 mensen op de Warmshower-app een berichtje. Van de meeste hoor ik niks. Er reageren er een paar afwijzend maar Thomas schrijft ons dat we welkom zijn. In zijn profiel lees ik dat hij 2 keer met de motor naar China is gereden en hij meldt ons dat hij half april op de fiets vertrekt naar Vietnam. We zullen elkaar veel te vertellen hebben. Om 18:00 uur zijn we welkom. De fietsen mogen naar binnen. Dat is immers ons kostbaarste bezit. En we krijgen een rondleiding door het huis. Thomas is naast kok ook antiekhandelaar en restaurateur van meubels. Als je buiten staat zou je niet verwachten wat er binnen allemaal te zien is. Het is een prachtig huis, met mooie spullen. Dennis zou er zó in kunnen. Mij is het net even te vol. Hoe hou je zoiets schoon? 

Thomas en Geraldine (zij nam de foto), twee fantastische mensen

Het welkom is warm. We krijgen wat te drinken en het eten staat al in de oven. Thomas vertelt over zijn Vietnamese plannen, maar hoe zit het dan met zijn vrouw Geraldine? Zij blijft thuis met nog twee vrouwen die een deel van het huis hebben gehuurd. Thomas grapt dat als hij weg is er misschien ook wel vijftien mannen zullen zijn. 

Thomas vraagt naar onze plannen. Wij hebben een globale route, maar verder zien we wel. Thomas heeft alles echt tot in de puntjes uitgewerkt. Hij moet gemiddeld 50 km per dag fietsen om er op tijd te zijn. Hij heeft namelijk afgesproken met een vriend en twee vriendinnen in Vietnam. Samen met zijn vriend Manfred was hij 25 jaar geleden in Vietnam en daar leerden ze twee meiden uit Düsseldorf kennen. Ze hadden een geweldige tijd en zijn bevriend gebleven. Nu hebben ze ergens in april 2020 afgesproken in Vietnam en Thomas heeft besloten om met de fiets te gaan. 

Thomas kan maar niet begrijpen dat wij zo weinig hebben voorbereid. Geraldine, zijn vrouw, vindt juist dát helemaal geweldig. Misschien dat ze daarom niet samen reizen? Wij bewonderen zijn voorbereidingen, maar al die excel-bestanden met kilometers en alternatieve routes die hij heeft gemaakt, zouden ons dan weer benauwen. 

We hebben een hele gezellige avond en slapen even later in een prima bed. 

De volgende dag vertrekken we met de afspraak dat we ons best doen om samen de Pamir highway te fietsen. Wij hebben een voorsprong van anderhalve maand, dus Thomas moet doorfietsen en hier en daar smokkelen met een boot.

In Koblenz kiezen we voor een camping. Er zijn er niet veel geopend rond deze tijd van het jaar, maar de camping aan de Dreieck wel. Als ik me ga melden verteld de dame van de receptie dat het voor 2 personen en een tent 25 euro per nacht is. Ik kijk haar ongelovig aan en vraag haar of daar het opzetten van de tent bij inbegrepen is. Ze lijkt mijn Duits niet te begrijpen. Ik moet 20 euro borg betalen voor de sleutel. Deze kan ik de volgende dag na 9:00 uur weer inleveren. Oei, dan zijn we waarschijnlijk alweer weg. Ik krijg daarop de borg terug en kan de sleutel de volgende dag inleveren bij de schoonmaakster. Zij is er vanaf 7:00 uur. We gaan na een goede nacht slapen Koblenz nog even in en fietsen rond 9:30 uur de camping af. De dame van de receptie zegt dat de schoonmaakster er extra vroeg was voor ons. Dat is mooi, kan ze ook lekker op tijd weer naar huis. 

In Nierstein kunnen we weer via Warmshowers overnachten bij Katharina en haar familie. We mogen de tent opzetten in de tuin. Als we er aankomen doen haar ouders ons direct allerlei voorstellen. De tent in de tuin vinden zij echt te koud. Die optie vervalt. Ze hebben nog een huis, maar dat wordt gerenoveerd. Geen warme douche dus daar. We kunnen bij de oma van Katharina slapen, maar we mogen ook op één van de twee bovenverdiepingen slapen.

Katharina en haar familie. Super lief!

We kiezen voor dat laatste. Wel zo gemakkelijk en gezellig. Ook hier is het supergezellig en doen ze er alles aan om ons welkom te laten voelen. Ik ben zelfs zo brutaal om te vragen of ik de wasmachine mag gebruiken. Het is allemaal geen probleem. Ik app mijn zus en ouders in de groepsapp dat we weer een fijn Warmshower-adres hebben gevonden. Ik app: 

“Wij hebben weer een super adres hier. Heel aardige mensen. Heerlijk eten en goed bed. Morgenochtend zelfs ontbijt.” 

Zus:

”Ohhh jullie slapen er ook?” 

Ik:

”Ja, het is een soort leger des heils” 

Zus:

”Gratis?” 

Ik:

” Ja, net als bij jullie.” 

Het brengt mijn zwager op het idee zich ook aan te melden voor Warmshowers. Zo kan hij de volgende keer als hij in Keulen is even een fiets huren, en met de fiets in de hand een gratis overnachting regelen. 

De app gaat verder.

Zus:

” Zijn er meer fietsers?” 

Ik:

”Nee, ze kunnen er maar twee hebben. Het is bij mensen thuis.” 

Zus:

”Oh dacht serieus dat het een soort leger de heils was.” 

Als we de volgende dag richting Ludwigshaven fietsen, rijden we rond 15:30 uur langs een manege. We zien een mooi plekje en denken allebei hetzelfde. Mijn Duits is het beste van ons tweeën, dus ik mag het woord doen. Het is geen enkel probleem. We mogen onze tent neerzetten en het meisje van de manege wijst ons precies de plek die wij in gedachten hadden. Bij twee tuinhuisjes. Als het gaat regen kunnen we daar nog onder de overkapping gaan zitten zegt ze. Wel wordt de manege om 18:30 uur afgesloten en de volgende morgen om 7:00 uur weer geopend. Geen enkel probleem voor ons.

We sliepen naast de tent. In het linker huisje.

We ontdekken dat één van de tuinhuisjes niet op slot is. Er is genoeg ruimte voor twee slaapmatjes en we kunnen er onze spullen in kwijt. Onze tent is nog nat van onze eerdere logeerpartij in Trechtingshausen (waar we niet hebben betaald omdat we te vroeg waren vertrokken. De receptie was toen nog niet open). We besluiten de tent op de manege wel op te zetten. Zo wekken we de indruk in de tent te slapen. De echte reden is dat hij even moet opdrogen. Het is immers altijd beter om een tent droog op te bergen. In werkelijkheid kraken we het tuinhuis en slapen er prima. Voor 7:00 uur hebben we alles weer strak ingepakt en bedanken de eigenaresse hartelijk voor de kampeerplek.

We fietsen verder…

Translate »